Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De wet van vraag en aanbod is niet zo’n ijzeren wet als de leerboeken doen voorkomen

Opinie

Irene van Staveren

Irene van Staveren © Maartje Geels
COLUMN

Het stadsbestuur van Seattle, een stad in het noordwesten van de Verenigde Staten, was bezorgd over de vele werkende armen in de stad. Met laagbetaalde banen en vaak met flexibele uren, hebben ze wel twee of zelfs drie banen nodig om aan een minimuminkomen te komen. 

Economen verwoorden die situatie aan de onderkant van de arbeidsmarkt als een soort van werkloosheid maar dan anders: deze werkenden werken eigenlijk te veel uren voor te weinig geld en zouden niets liever willen dan minder uren werken voor een hoger uurloon. Want het kost erg veel tijd om ’s ochtends een krantenwijk te hebben, ’s middags of ’s avonds, afhankelijk van je rooster, hamburgers te bakken bij een fastfoodketen en dan ook nog eens af en toe in te vallen als conciërge op een school, of in een callcenter klachten op te lossen voor klanten van een bezorgdienst. Tel rustig drie of vier uur reistijd per dag bij de werktijd op. En ik zie ook voor me dat er zo twee keer per dag van uniform gewisseld moet worden. Want je kunt moeilijk met je shirtje met een grote gele M erop schoolkinderen aanspreken op het uitspugen van kauwgom op het schoolplein.

Lees verder na de advertentie
Economie is een sociale wetenschap, waarin wetmatigheden in de complexe sociale werkelijkheid maar zelden opgaan

Om wat aan de armoede van werkenden te doen besloot het stadsbestuur om het minimumloon in stapjes te verhogen. Eerst van 9,47 dollar per uur in april 2015 tot 13 dollar in januari 2016. Daarna zou het nog naar 15 dollar gaan. Maar zover is het nog niet. Gezaghebbende arbeidsmarkteconomen voorspelden dat het op een fiasco zou uitlopen. Ze wezen op ‘de wet van vraag en aanbod’ en stelden dat duurdere werknemers dan veel minder uren werk over zouden houden. En dus netto minder inkomen per maand. Oftewel, werkgevers zouden op het hogere minimumloon reageren door mensen te ontslaan of hun uren in te perken. En in plaats daarvan zouden ze werk over laten nemen door machines of verplaatsen naar elders.

Verbijstering

Een team van economen onder leiding van Jacob Vigdor van de Universiteit van Washington deed er in 2017 onderzoek naar en zag hun voorspelling grotendeels bewaarheid. Maar die studie had een probleem. Er was alleen gekeken naar de effecten bij kleine werkgevers en niet naar de fastfood- en supermarktketens waar de winkelstraten nu juist vol mee staan. Onlangs deed hetzelfde team opnieuw onderzoek, met een betere opzet. Tot hun verbijstering moesten de onderzoekers toegeven dat er helemaal geen negatief effect van de loonsverhoging op de armoede was. Een groot deel van de werkende armen was er in inkomen op vooruitgegaan zonder dat het aantal uren noemenswaardig was ingekrompen. Bij het andere deel daalde het aantal uren wel wat, maar was het netto-­effect nog steeds geen inkomensachteruitgang. Beide groepen zijn er dus op vooruitgegaan. De eerste vooral in geld en de tweede vooral in tijd.

In ons land werd onlangs iets vergelijkbaars vastgesteld door economen van SEO, een onafhankelijke stichting voor economisch onderzoek, over de stijging van het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 22-jarigen. Ook zij keken ervan op dat ‘de wet van vraag en aanbod’ blijkbaar niet zo’n ijzeren wet is als de leerboeken doen voorkomen. De uren van de jongeren bleven vrijwel hetzelfde en hun inkomen nam iets toe.

Deze studies laten weer eens zien dat economie een sociale wetenschap is, waarin wetmatigheden in de complexe sociale werkelijkheid maar zelden opgaan. Gelukkig maar, want dat maakt het vak zo uitdagend en relevant.

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie.

Deel dit artikel

Economie is een sociale wetenschap, waarin wetmatigheden in de complexe sociale werkelijkheid maar zelden opgaan