Beeld Trouw

ColumnHans Goslinga

De VVD houdt de boel niet bij elkaar

1967 was politiek een interessant jaar. Terwijl de verzorgingsstaat werd vervolmaakt met een ­Algemene bijstandswet, verloren bij de Kamerverkiezingen de christelijke partijen hun absolute meerderheid en rukten twee protestpartijen, D’66 en de Boerenpartij, met elk zeven zetels het parlement binnen. In dat jaar waagde de politicoloog Hans Daalder zich aan een blik in de toekomst, die iets kan leren over de huidige staat van ons politieke bestel, dat net als een halve eeuw terug onder druk staat.

Daalder schetste drie scenario’s. In het eerste zou het driestromenland dat zich sinds de invoering van het algemeen kiesrecht had ontwikkeld, intact blijven. Een christen-democratisch blok in het midden, beurtelings regerend met de linkse PvdA en de rechtse VVD. Zijn tweede scenario ging uit van een sterke depolitisering met een inkapseling van het rebelse D’66. In het derde, door Daalder als zwart beschouwde scenario zou het politieke bestel verbrokkelen onder invloed van nieuwkomers met als gevolg onduidelijkheid en frustratie, uitmondend in de roep om een ‘sterke man’.

De conclusie nu kan zijn dat Daalder niet zozeer uitkomsten voorspelde, als wel opeenvolgende fasen. Van de drie volkspartijen die het driestromenland vormden, zijn het CDA en de PvdA hun dominante positie kwijtgeraakt. Door de ontmanteling van de verzorgingsstaat en de individualisering waren zij niet meer bij machte pet en hoed bij elkaar te houden. Door de depolitisering onder het bewind van Lubbers en Kok (in de periode 1982-2002) verloren zij hun verbeeldingskracht en strijdbaarheid en daarmee iets van hun politieke ziel.

Verbinding en breuk tussen privé- en publiek belang

De Franse denker Claude Lefort (1924-2010), die diep over de democratie heeft nagedacht, constateerde een kwarteeuw geleden dat maatschappelijke integratie van essentiële betekenis is voor een democratisch bestel. De burgers moeten een verbinding voelen tussen hun privébelang en het publieke belang. De verzorgingsstaat leverde daaraan een belangrijke bijdrage, al hoefde die van Lefort niet de dominante gedaante aan te nemen van een vadertje Staat. Het ging om de waarborging van een zekere sociale gelijkheid, naast vrijheid een pijler van de democratie.

Als iets de huidige politieke toestand kenmerkt, is het de breuk in de verbinding tussen het particuliere en publieke belang. Joop van den Berg, de éminence grise onder de Haagse waarnemers, constateerde twee weken terug in zijn column (op parlement.com) dat in de coronacrisis de individuele grondrechten te pas en te onpas worden aangeroepen en zelfs als alibi gaan dienen om de veiligheidsregels te overtreden die het publieke belang dienen. Op deze manier maak je van de kostbare individuele grondrechten een ideologie met absolute trekken. Of je maakt er politieke wapens van naar de zin van Baudet, die vindt dat de uitingsvrijheid ook het recht op haatzaaien moet omvatten.

Daalder en Lefort zagen het beiden scherp. Als de maatschappelijke integratie faalt, het evenwicht tussen ­privé- en publiek belang zoek is, moet je een ontketening van het individualisme vrezen en, meer nog, het succes van bewegingen met een populistisch of fascistoïde ideaal. Uit deze paradox treedt als vanzelf de ‘sterke man’ naar voren, de figuur uit het derde toekomstscenario van Daalder die, zoals de geschiedenis leert, in onzekere tijden zijn kansen schoon ziet voor een comeback.

De spilpositie

Het goede nieuws is toch dat het bestel, dat in 1967 rijp leek voor de sloop, nog altijd overeind staat. Het is taaier dan zijn belagers, om het even of dat linkse of rechtse protestpartijen zijn, een apolitiek, bijna technocratisch bestuur of populisten die de verscheidenheid willen vervangen door de schijnbare eenheid van de ‘volkswil’. Zelfs is bij de onmiskenbare fragmentatie van het krachtenveld, als symptoom van de falende sociale integratie, het oude driestromenland van liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten nog altijd zichtbaar.

De individualisering, het gebod van zelfredzaamheid en de onbeteugelde vrijheid van het kapitalisme na 1989 hebben de VVD in de kaart gespeeld. Van de drie volkspartijen heeft de VVD in de afgelopen halve eeuw als enige een groei doorgemaakt en bezet zij sinds tien jaar de spilpositie in het krachtenveld. De andere kant van deze medaille is het ontstaan van twee populistische partijen op de rechterflank (PVV en FvD) en een belangenpartij (50plus), die met een zesde van de Kamerzetels laten zien hoezeer de liberale ideologie tekortschiet om de boel (pet, hoed en hoofddoek) bij elkaar te houden.

Het bestel staat nog en werkt nog naar behoren, maar democratie is, zoals Lefort schreef, uiteindelijk een samenlevingsvorm, een politieke gemeenschap waarvan iedereen zich ondanks verschillen deel weet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden