Column Hans Goslinga

De VVD eet al haar heilige koeien op

De VVD liet dertig jaar terug een kabinet vallen over het milieu, nu heeft een kabinet onder leiding van een liberale premier een omvattend politiek akkoord over de milieukwestie gesloten. ‘Rechts heeft eindelijk de klimaatpil doorgeslikt’, constateerde dezer dagen een opgeluchte beleidsplanner.

De conclusie kan zijn dat in Nederland de dingen traag gaan, maar dat doet weinig af aan het wapenfeit. De doorbraak is een politieke prestatie van formaat, net als de doorbraken in misschien nog gevoeliger kwesties als de oudedagsvoorziening en, in de vorige periode, de hypotheekrente-aftrek. Ligt dat dan toch aan de duivelskunstenaar Rutte, onder wiens premierschap deze doorbraken tot stand zijn gekomen? Door de bril van Machiavelli kijkend, kan het antwoord alleen maar bevestigend zijn.

Staatsmanschap

Rutte beschikt als politicus over al de eigenschappen die, naarmate de geschiedenis vordert, als staatsmanschap zullen worden herkend: de geestkracht om de eenmaal veroverde machtspositie te behouden, de behendigheid om tijd en omstandigheden, ook als zij tegen zitten, naar je hand te zetten, en het inzicht om iets op het juiste moment door te zetten of om juist wijze omzichtigheid aan de dag te leggen.

Machiavelli dacht in termen van macht, wat in Nederland min of meer taboe is – kijk naar het misbaar over de verdeling van de Europese topfuncties. Toch geeft het inzicht in de politieke dynamiek, als je daar wel op let. Macht betekent in ons meerstromenland trouwens geen harde macht, zoals Rutte zelf in 2016 in zijn Thorbeckelezing vaststelde, maar het vermogen dadendrang met pragmatisme te verenigen. In een land dat wars is van machtsconcentratie, zei hij, komt het aan op volharding, souplesse en overtuigingskracht.

Lukt het hem daarom zaken voor elkaar te krijgen, waar de illustere Lubbers in 1989 in het milieuvraagstuk strandde? De tijd leek toen ook al rijp voor een doorbraak, al hield dat slechts afschaffing in van het fiscale voordeeltje voor forenzende automobilisten. Had koningin Beatrix in haar kerstrede niet gezegd dat de aarde zelf op het spel stond? Het antwoord is, ironisch genoeg, de transformatie van ons driestromenland in een meerstromenland. De drie volkspartijen beschikten in 1989, toen de VVD het kabinet Lubbers II liet vallen, over 133 van de 150 Kamerzetels; nu over 61.

Zeven partijen

Je zou zeggen dat deze omstandigheid het er alleen maar moeilijker op heeft gemaakt daadkracht aan de dag te leggen. Dat is ook zo, in die zin dat het in een gefragmenteerd krachtenveld lastiger is geworden voldoende steun in het parlement te verwerven als basis voor bestuurlijke kracht. Rutte heeft sinds hij in 2010 aantrad met zeven partijen zaken gedaan, zowel binnen als buiten coalitieverband. Lubbers had slechts twee mogelijkheden, de VVD of de PvdA, die hij als machiavellist dan ook beide heeft benut. Na het afhaken van de VVD in 1989 regeerde hij nog vier jaar verder met de PvdA.

Het verschil is dat in het driestromenland de VVD zonder voorbehoud de rol kon spelen als de partij van de portemonnee, het eigen huis en de auto. Met een groeiende middenklasse en een toenemende individualisering was dat een lucratief program. Hans Wiegel transformeerde in jaren zeventig de partij van ‘zindelijke burgerheren’ in een volkspartij die haar steun zocht in de middenklasse.

Heilige koeien

Gericht op de economische emancipatie van de burgers was het program simpel: belastingen omlaag, tegen nivellering, handen af van de eigen woning en de eigen auto. Electoraal en politiek bleek dat program zeer succesvol. Het bracht de VVD verder en zette de andere volkspartijen in materiële zaken onder zware druk, zodanig dat het pensioen, het eigen huis en de eigen auto in de Nederlandse politiek heilige koeien werden.

De gedweeheid van zowel de PvdA van Kok als het CDA van Balkenende heeft hieraan bijgedragen. Een PvdA-minister riep in de jaren negentig zelfs ‘autorijden is fun’ en Kok verklaarde aantasting van de hypotheekrente-aftrek onaanvaardbaar. Het CDA van Balkenende benoemde de aftrek­­ in 2010 zelfs tot ‘ononderhandelbaar strijdpunt’.

De ironie van het VVD-succes is dat sinds de partij de grootste is geworden de taboes zijn doorbroken, al blijft het perspectief van rekeningrijden een gevoelig punt in de ‘vrrroem-partij’. De liberalen moesten wel naar het midden opschuiven om met zeven partijen zaken te kunnen doen. Rutte heeft dat scherp onderkend, zeker na het mislukken van de poging in 2010 met steun van de PVV nog een centrum-rechts kabinet te vormen: pragmatisme als voorwaarde voor dadendrang. Zijn grootste politieke prestatie is dan ook niet dat hij met zoveel rivalen zaken weet te doen, maar dat hij zijn eigen partij heeft weten mee te krijgen in een koers die nu zelfs nivellering belooft.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden