Column

De vrouw die meer werkt, de man die meer zorgt? Alleen als het crisis wordt

Beeld anp

Nederland wentelt zich in de illusie dat werk er vooral is voor het welzijn van de eigen ziel. En daar betalen we een prijs voor.

Karl Marx is nog lang niet dood. Ooit voorspelde hij dat de mens in de toekomst ’s ochtends zou vissen, ’s middags zou jagen en ’s avonds literaire klassiekers zou lezen. Ik citeer uit het hoofd en kan het op details mis hebben. Maar in grote trekken leek de marxistische toekomst als twee druppels water op wat de antropoloog Marshall Sahlins de ‘oorspronkelijke overvloedige samenleving’ heeft genoemd.

Ooit zouden oermensen voldoende hebben gehad aan een paar uur arbeid per dag, of zelfs per week. De natuur was rijk genoeg; de gebraden haantjes vlogen onze voorouders bij wijze van spreken in de mond. Zo zou het ook in de toekomst weer zijn, volgens Marx. Op dat lezen van literaire klassiekers in de avond na natuurlijk. En ook de oorzaak van al die overvloed was, met een enorm toegenomen wereldbevolking, anders geworden. Inmiddels was het de techniek die de mens vrijwel alle werk uit handen zou nemen.

Alleen maar veeleisender

Dat is, zoals bekend, anders gelopen. De techniek bracht niet minder maar meer arbeid voort. Stoommachine, lopende band, automatisering en cybernetica: het werk werd er alleen maar veeleisender door. ‘De arbeidsmarkt loopt vast en er dreigt in sommige sectoren ernstige krapte’, schreef Jan de Leede, universitair docent human resource management, in deze krant. ‘Tegelijk loopt het stressniveau hoog op. Ruim een miljoen Nederlanders heeft burn-outklachten.’

Een oplossing daarvoor ziet De Leede in de dertigurige werkweek. Dat klinkt paradoxaal: hoe los je een tekort aan arbeidskrachten op door minder te gaan werken? Doordat sommigen juist méér gaan werken, zo lijkt De Leede te zeggen. In concreto: doordat het anderhalf-verdienersmodel (man full-time, vrouw half-time) vervangen wordt door twee full-time banen, al tellen die dan minder uren. Of dat veel zal uitmaken weet ik niet. Anderhalf (40 plus 20) is net zoveel als twee keer heel-verkort: twee maal 30. Maar de zwakste schakel lijkt me zijn optimistische belofte dat ‘de technologie ons gaat helpen’. Ik vrees dat diezelfde technologie in belangrijke mate de oorzaak is van al die stress en burn-out.

Wankele veronderstelling

Op hetzelfde moment waarop de krantenlezer De Leede’s voorstel onder ogen kreeg, kwam de Ser met een nieuw advies over ouderschapsverlof. Mannen moeten na de geboorte van hun kind zes weken worden vrijgesteld voor zorgtaken. Dat is goed voor het kind én voor de arbeidsparticipatie van vrouwen, aldus de Ser. Want als mannen meer zorgen, zullen de vrouwen meer gaan werken.

Het lijkt me een wankele veronderstelling, die ook nog eens ondermijnd wordt door de andere helft van het Ser-voorstel: ook vrouwen moeten zes weken zorgverlof krijgen, bovenop de zestien die ze nu al voor hun zwangerschap krijgen. Hoe je meer vrouwen aan het werk zet door hen een klein half jaar aan het arbeidsproces te onttrekken, is nogal raadselachtig. Hoe langer iemand van de werkvloer weg is, hoe fnuikender dat is voor zijn carrière.

Duistere barrière

Ik vermoed dat de Ser erop speculeert dat mannen zullen ontdekken hoe leuk het zorgen voor zo’n kind is, en vrouwen hoe prettig het is om een baan te hebben van enige betekenis. Dat eerste kan ik van harte beamen. Maar ik vrees dat het Ser-advies daarbij op een duistere barrière stoot. Mannen doen het in opvoeding en huishouden in vrouwelijke ogen zelden goed. En je kunt nog zo hard roepen om gelijkheid op de arbeidsvloer, je komt nergens wanneer die gelijkheid niet ook in het huishouden en de zorgtaken bestaat. 

Overheidscampagnes en spotjes van SIRE hebben steevast de man op de korrel ‘die ’s zondags het vlees aansnijdt’. De boodschap dat vrouwen achter de voordeur een stapje terug moeten doen is een stuk minder populair.

Wentelen in de illusie

Dat geldt ook voor de andere kant van de medaille. Arbeid is goed voor vrouwen: die gedachte gaat er vlot in. Maar dat werken lang niet altijd leuk, verrijkend en zelfs goed voor een mens is, horen we zelden. Misschien omdat degenen die zich daarover laten horen meestal wél leuke en verrijkende banen hebben. Maar de meeste arbeid is alleen maar prettig wanneer hij met mate wordt verricht. In de deeltijdbanen dus waarin vrouwen in overgrote mate in Nederland van het beste aller werelden genieten.

Er zijn heel wat landen waarin het normaal is dat vrouwen evenveel uren werken als mannen, maar dat is altijd omdat daar met anderhalve baan geen gezin te onderhouden valt. Een land dat zich, zoals Nederland, kan wentelen in de illusie dat werk er vooral is voor het welzijn van de eigen ziel, mag zich gelukkig weten – maar betaalt daar wel de prijs van de halfslachtigheid voor. 

Noch het Ser-advies noch de sympathieke voorstellen van Jan de Leede zullen daaraan iets veranderen. De overweldigende populariteit van het anderhalve model in Nederland zal het alleen afleggen tegen economische nood – en dan is arbeid al lang niet leuk meer. 

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees hier zijn eerdere columns.

Lees ook:
Opeens staan alle neuzen dezelfde kant op: we gaan van twee naar vijf dagen en dan zelfs naar zes weken vaderschapsverlof. Maar wie betaalt dat?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden