Opinie Bijzonder onderwijs

De vrijheid om een eigen schoolbestuur te kiezen staat niet voor niets in de Grondwet

Sommige voordelen van het bijzonder onderwijs hebben ook het openbaar onderwijs wat te bieden, schrijft G.C. de Groot, oud-wethouder van onderwijs in Alblasserdam.

Verdrietig nam ik kennis van de column van Nelleke Noordervliet (Opinie, 27 juli). De voorstelling die zij geeft van het bijzonder onderwijs is teleurstellend. Een katholieke meisjesschool van jaren geleden (ja, er was veel mis op rooms-katholieke scholen en instellingen) lijkt als voorbeeld te moeten dienen voor het functioneren van het hele bijzondere onderwijs nu. 

Vervolgens ontbreekt het ook aan valide argumenten. Opmerkingen als ‘Feit blijft dat de eigen overtuiging luid en duidelijk als de beste wordt gepropageerd’, doen vermoeden dat mevrouw Noordervliet artikel 23 van de Grondwet niet grondig bestudeerd heeft.

Niet uit een archaïsch tijdperk

Als zij dit wel had gedaan, en bijvoorbeeld gelezen had wat er in het boek ‘De Grondwet’ staat bij het artikelgewijze commentaar (39 pagina’s aan heldere toelichting), had zij dit verhaal vermoedelijk nooit geschreven. Artikel 23 dateert overigens van de grondwetsherziening in 1983 en is de vervanger van artikel 208 uit de oude Grondwet. Het is dus geen artikel uit een archaïsch tijdperk, zoals weleens gedacht.

Wie de moeite neemt om de Handelingen van de Tweede Kamer erop na te slaan, zal tot de conclusie komen dat er buitengewoon uitvoerig is gesproken over alles wat de verhouding tussen openbaar en bijzonder onderwijs ­betreft. Of de schoolstrijd tot een ­typisch compromis geleid heeft, honderd jaar geleden, doet niet erg ter zake.

Het bijzonder onderwijs heeft geen ­onterechte voordelen. Een voordeel is dat bijzondere scholen hun eigen ­bestuur kunnen kiezen. Dat blijkt de betrokkenheid tussen de school en de ouders sterk te bevorderen.

Betrokkenheid bevorderen

Juist om die reden hebben inmiddels al vele gemeentebesturen, die immers verantwoordelijk zijn voor het openbaar onderwijs, voor hun openbare scholen ook een zodanige constructie ingevoerd, opdat ook bij hen de betrokkenheid van ouders verbetert. Daarmee hebben ze zich meer op afstand gezet.

Wat de opmerking over indoctrinatie betreft, ik herinner mij politici die in het verleden veelvuldig bezwaar maakten tegen vermeende politieke indoctrinatie, juist op openbare scholen. Het is dus nogal vreemd om te doen voorkomen dat er sprake is van indoctrinatie bij de bijzondere scholen, als ouders kiezen voor een school die het meest aansluit bij de eigen levenssfeer.

De vrijheid om die keuze zelf te maken, is terecht een grondrecht gebleven in 1983. En de gelijkberechtiging is hiermee onlosmakelijk verbonden.

Lees ook: 
Drie verschillende ingangen voor een basisschool – uit angst

Willen we empathische burgers opleiden, die open en tolerant in het leven staan en elkaar een plaats onder de zon gunnen, dan moeten we het openbaar onderwijs versterken en de voordelen voor het bijzonder onderwijs tenietdoen. (Column Nelleke Noordervliet)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden