Column

De VOC-mentaliteit van onze bedrijven wordt niet overal evenzeer gewaardeerd

Stevo Akkerman Beeld Trouw

Van alle eigenwijze stagiairs die ik in de loop van de jaren voorbij heb zien komen, was Olivier van Beemen misschien wel de eigenwijste. Hij wilde correspondent in Parijs worden en klopte daarom aan bij de buitenlandredactie van Het Parool. 

Hoe wij hem ook zeiden dat hij bij andere deelredacties veel meer ervaring op zou doen, wat hem alleen maar zou helpen om later, wie weet, heel misschien, ooit, in Frankrijk terecht te komen, hij hield voet bij stuk: het moest ‘buitenland’ worden en anders niet.

Kort daarop zat hij er – in Parijs.

Het was, met andere woorden, nogal onverstandig van Heineken-topman Jean-François van Boxmeer om Van Beemen te kleineren toen die zich in 2012 vast begon te bijten in de schadelijke neveneffecten van het internationale brouwen. “Maak hier geen kruistocht van”, zei Van Boxmeer. “Daar ben je te jong voor.” Drie jaar later, in 2015, publiceerde Van Beemen het boek ‘Heineken in Afrika’, gevolgd door ‘Bier voor Afrika’. 

Deze week verschijnt de Engelse editie, met als gevolg dat ik de auteur dinsdag  in The Guar­dian met een longread zag opduiken. ‘Heineken claimt dat het Afrika helpt, is dat te goed om waar te zijn?’ Een intrigerende kop, zeker op de dag dat in Den Haag de rechtszaak diende van vier Ogoni-weduwen tegen Shell. De VOC-mentaliteit van onze ondernemingen wordt niet overal evenzeer gewaardeerd, dat moge duidelijk zijn.

“Dit is geen specifieke aanklacht tegen Heineken”, schrijft Van Beemen. “Het is een onderzoek naar de manier waarop een multinational opereert in Afrika.” Volgt een ontluisterende reeks onverkwikkelijkheden, variërend van innige relaties met corrupte regimes en onderbetaling van werknemers tot het blootstellen van promotiemeisjes aan de seksuele oprispingen van hun klanten.

Toegegeven, in vergelijking met wat Shell voor de voeten wordt geworpen – medeplichtigheid aan de executie van negen mannen in Nigeria, 1995 – lijken de verwijten aan Heineken klein bier. Shell raakte in Nigeria in een conflict verzeild tussen de bewoners van Ogoniland en een dictatoriaal bewind, met als dieptepunt de arrestatie en het ophangen van de schrijver Ken Saro-Wiwa en acht anderen. Maar de formulering ‘raakte verzeild in’ is een eufemisme: Shell was niet de toevallige voorbijganger bij een moordpartij. De aanwezigheid van de oliemaatschappij in Ogoniland, met de daaruit voortvloeiende klimaatschade, werkte als katalysator van een etnisch conflict. Of dat betekent dat Shell juridisch mede-aansprakelijk is voor de dood van de ‘Ogoni-Negen’ kan ik niet beoordelen, maar het staat buiten kijf dat een multinational zich bewust moet zijn van de impact van zijn handelen in verwaarloosde, fragiele en potentieel explosieve gebieden – Van Beemen behandelt dit ook als het gaat om Heineken in Rwanda en Congo.

Uiteindelijk is het de vraag of dergelijke grote bedrijven überhaupt in staat zijn een positieve bijdrage te leveren in kwetsbare landen met slecht gereguleerde markten, zoals The Financial Times concludeerde in een recensie van mijn voormalige stagiair.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden