Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De verstandelijk gehandicapte Kimberly dichtte over haar overleden vader, dat raakte me

Opinie

Erik Jan Harmens

© Jörgen Caris
Column

‘In een van mijn mooiste dromen, ben ik onderweg naar jou.

En eindelijk kan ik even met je praten, en je vertellen hoeveel ik van je hou.

Lees verder na de advertentie

Hoe erg ik je mis, sinds jij er niet meer bent.

Maar dat ik heel erg trots ben, dat ik jou als papa heb gekend.

En als ik wakker ben geworden, en terugdenk aan deze droom,

weet ik zeker dat dromen geen bedrog zijn, want jij was er gewoon.’

Dit gedicht is geschreven door Kimberly Koopmans. Ik zat een poosje geleden in de jury van ‘Het andere gedicht’, een landelijke poëziewedstrijd voor iedereen boven de 12 met een verstandelijke beperking. ‘Handicap’, stond er eigenlijk, maar ik was in de veronderstelling dat we dat niet meer zeiden.

Hoe dan ook: Kimberly’s ode aan haar overleden vader had het niet eens tot de longlist gebracht. Daar was ze teleurgesteld over en dat kwam ze me persoonlijk vertellen, na de feestelijke prijsuitreiking.

Ik weet wat ik zou moéten doen: verdrietig kijken, huilen

Ongekunstelde woorden

Ik vroeg haar ter plekke het gedicht voor te lezen en dat deed ze, uit haar hoofd. Haar ongekunstelde woorden troffen me midscheeps, brachten me terug naar de dood van mijn eigen vader, honderd jaar geleden. Nou ja, veertien. Als je me vraagt wat ik afgelopen dinsdag heb gedaan, zou ik even moeten nadenken, maar mijn vaders sterfdag kan ik me exact voor de geest halen.

Bijvoorbeeld dat hij ’s ochtends de folder van de Aldi had zitten spellen, terwijl hij wist dat de Superdeal (een Merlot voor een meeneemprijs) niet meer voor hem was weggelegd. Over een paar uur zou hij er niet meer zijn, misschien dat het uitpluizen van de aanbiedingen ’m even de illusie gaf dat alles toch nog goed zou komen.

Ik moet echt een keer naar zijn graf, maar ik haat graven. Ik weet niet wat ik moet doen ten overstaan van de steen. Ik weet wat ik zou moéten doen: verdrietig kijken, huilen, tegen de dode praten, maar omdat de bedoeling er zo dik bovenop ligt ben ik bang van de zenuwen in lachen uit te barsten.

Als ik in een mooie droom, net als Kimberly Koopmans, onderweg naar mijn vader ben, een droom die geen bedrog is, omdat mijn vader er dan ook gewoon ís, dan maakt het niet uit wat er allemaal moet. Ik doe tóch wat ik wil doen, namelijk hem omhelzen en in zijn oor fluisteren dat ik ’m soms nog zo vreselijk mis.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd. Lees hier meer artikelen. 

Deel dit artikel

Ik weet wat ik zou moéten doen: verdrietig kijken, huilen