ColumnSylvain Ephimenco

De veroveraar van de Spaanse zilvervloot had niets met slavernij te maken

In de nacht van donderdag op vrijdag werd in het Rotterdamse Delfshaven het standbeeld van zeeheld Piet Hein door extreem-linkse activisten van de antiracistische beweging besmeurd (ook het borstbeeld van de in 2002 door een extreem-linkse milieuactivist vermoorde Pim Fortuyn werd beklad). 

Op de sokkel werden de woorden ‘killer’ en ‘dief’ geschreven. In een verklaring noemde de groep Piet Hein een ‘rovende moordenaar’ en zijn standbeeld een ‘schaamteloos vertoon van ko­loniale nostalgie’. Cultuurbarbaren bevolken tegenwoordig ook de rangen van de in de pers alom ­geroemde ‘antiracisten’ en ‘dekolonialisten’.

Meer dan twintig jaar lang woonde ik op een steenworp afstand van dat standbeeld. Als ik weer eens een restaurant in Delfshaven opzocht (ooit heb ik zelfs een succulente muskusrat in een tent aan de Voorhaven genuttigd), maakte ik altijd een pas op de plaats om de majestueuze sculptuur te aanschouwen. Fier, wijzend naar het water, staat sinds 1870 de zeeheld op deze plek. 

Pieter Pietersen Heyn (1577-1629) was volgens wetenschapsjournalist Simon Rozendaal ‘een grotere Rotterdammer dan Erasmus’. Met slavernij had de veroveraar van de Spaanse zilvervloot niets te maken en hij stierf zelfs vóór de Nederlandse slavenhandel vorm kreeg.

Op een dag lang geleden stond ik daar op het Piet Heynsplein met een Rotterdamse journalist die min of meer aan het begin stond van zijn carrière. De man keek me met gepaste trots aan en zei: “Weet je dat mijn achtergrootvader een cruciaal aandeel heeft ­gehad in het ontstaan van dit standbeeld?”

In de zomer van 1867 bedachten drie mannen een geheim plan. De Rotterdammers J.B. Verhoogh, G.P. Simonis en F. Hollink vonden dat de in Rotterdam geboren zeeheld een standbeeld in hun stad moest krijgen. In de koude nacht van 8 op 9 januari 1868 begonnen ze van vers gevallen sneeuw en ijs hun Piet Hein-standbeeld te maken. Toen het licht werd, stroomden verwonderde omwonenden toe. Daar stond plots een kunststuk dat tot Schiedam werd geroemd en mensen uit de hele omgeving trok. 

Geen baldadige hand zoude ongestraft het beeld ­beschadigd hebben

In een relaas uit die tijd staat: “Een ongekende vreugde heerschte alom en geen baldadige hand zoude ongestraft het beeld ­beschadigd hebben. Des avonds werd het a giorno verlicht, terwijl zich van tijd tot tijd muziek deed hooren.” Helaas ging het na vijf dagen dooien. Twee jaar later besloot men hier het huidige standbeeld van Piet Hein, door Joseph Graven gemaakt, neer te zetten.

De man die zo trots was op zijn achtergrootvader en mij het verhaal vertelde, heette Francisco van Jole. Op zijn website meldde hij in november 1996: “Frans Hollink, was de grootvader van mijn moeder Maria Hollink”. Tegenwoordig is Van Jole hoofdredacteur van de linkse VARA-website Joop.nl. De paradox wil dat ­deze (nogal radicale) ontmoetingsplaats linkse ­activisten van diverse pluimage aantrekt, waaronder vele figuren die het bekladden van ‘foute’ standbeelden als die van Piet Hein broodnodig vinden.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden