Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De veroordeling van Moszkowicz is er één om trots op te zijn

Opinie

Peter Wierenga

Advocaat Bram Moszkowicz komt aan bij zijn kantoor. © ANP
Column

Kennelijk. Een achteloos woord, dat buitengewoon veel gewicht kan dragen, maar soms ook onder dat gewicht bezwijkt.

Onlangs werd Bram Moszkowicz opnieuw veroordeeld door de tuchtrechter, maar dat kreeg veel minder aandacht dan de eerste keer. Logisch, omdat hij de eerste keer (de zaak van de verzwegen grote sommen cash enzovoort) meteen uit het ambt werd gezet. Maar de berisping die hem ten deel viel vanwege zijn kritiek op rechter Van Oosten uit het Wilders-proces, is fundamenteler. Is-ie ook terecht?

Moszkwicz had de rechter in een interview afgenomen ná het proces "humorloos" genoemd, en "kennelijk van bovenaf volgestopt met opdrachten". Big deal, dacht ik in eerste instantie. Toch nam  tuchtrechter Theo Roëll hem vooral dat laatste kwalijk, omdat door die opmerking het vertrouwen van het publiek in een onafhankelijke rechtspraak onnodig kan worden beschadigd en een advocaat nu eenmaal een bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor het waarborgen van het gezag van de rechterlijke macht én de waardigheid van de rechtspleging.

Nu betoogt Theodor Holman in zijn column in het Parool dat deze veroordeling onterecht is, omdat het hier zou gaan om kritiek op de rechter als mens, en dat zou juist wel toegestaan zijn. Op Twitter legt hij uit dat hij óók de zinsnede "kennelijk van bovenaf volgestopt met opdrachten" niet beschouwt als kritiek op de rechter als rechter, omdat deze geuit is buiten het proces. Zodra Van Oosten zijn toga uit doet, is hij vogelvrij, vat ik even kort door de bocht samen.

Hoe vaak ik het ook met Holman eens ben, deze vlieger gaat niet op. Immers, een advocaat mag ook binnen het proces kritiek uiten op de rechter en diens functioneren. Daar is zelfs een juridisch instrument voor genaamd... wraking. Laat dat nou net het bijltje zijn waarmee Moszkowicz als geen ander heeft gehakt, óók in het Wilders-proces.

Het onderscheid zit hem niet dus in het moment waarop de uitlatingen gedaan worden. Nee, het gaat erom of hij zijn beschuldiging aan het adres van de magistraat kan onderbouwen. Dat kon Moszkowicz kennelijk niet, anders was hij wel verder gekomen dan het woord kennelijk. Zo van: sorry, ik heb geen bewijs en kan het slechts afleiden uit de gang van zaken bij het proces (wat op zichzelf, zoals Holman schrijft, een weinig overtuigend argument is, gezien de vrijspraak voor Wilders).

Vandaar ook de kwalificatie "onnodig" in het vonnis. Had de sterpleiter ook maar één serieuze aanwijzing gegeven voor die opdrachten van bovenaf - dan had dat tot een onderzoek naar de rechtbank moeten leiden, in plaats van zijn eigen strop.

Nu is Geert Wilders, de man die hij in deze zaak verdedigde, vaak nog veel verder gegaan met zijn kritiek op de rechterlijke macht ("D66-rechters"), maar het verschil is dat een politicus geen speciale verantwoordelijkheid voor de rechtspleging draagt (overigens niet te verwarren met het vraagstuk van de scheiding der machten). In dat geval gaat de vrijheid van meningsuiting vóór, net zoals Wilders voor zijn "islamkritiek" werd vrijgesproken.

De ironie is dat de man die dat bewerkstelligde, nu zelf wordt beknot in zijn meningsuiting.

Toch zou Moszkowicz eigenlijk blij moeten zijn met dit vonnis. Het bevestigt het grote belang van zijn beroepsgroep voor de samenleving. Pleiten houdt meer in dan opkomen voor de cliënt, de advocaat  is medeverantwoordelijk voor het gezag van de gehele rechtspleging - ja, ik zou zelfs willen zeggen, voor dat onzichtbare maar o zo reële fenomeen dat we de rechtsorde noemen. Zoals ook het proces-Wilders, ondanks alle smetjes en ondanks alle vragen die het oproept over onze wetgeving, uiteindelijk heeft laten zien dat het systeem wél functioneert.

En zo kon ik, bijna tot mijn schrik, instemmen met de woorden van tuchtrechter Theo Roëll.

Deel dit artikel