Column Stevo Akkerman

De verloren generatie keert zich tegen de macht door de waarheid te zingen

Ik was even in Marokko, om in zee te zwemmen, één keer. En om gedurende tien dagen elke ochtend aan een boek te werken en ’s middags vrij te nemen. Dan mocht ik van mezelf de toerist uithangen, langs het strand lopen, grijze wijn drinken, tajine eten, het land een beetje verkennen. De toerist is de laatste tijd nogal in een kwade reuk komen te staan, en dat begrijp ik volkomen. Ik moet ook helemaal niets van hem of haar weten, maar zelf ben ik hem graag. Niets ten nadele van de bekende wereld, maar ik wil altijd weten hoe het eruit ziet aan de andere kant van de bergen en aan de overkant van de zee, en hoe de mensen daar leven.

Toegegeven, de toerist kom nooit echt dichtbij, al helemaal niet als hij zichzelf halve dagen opsluit. Maar toch: wie eenmaal ergens geweest is, heeft met die plek een andere band dan voorheen. Komt zo’n plek nog eens ter sprake, bijvoorbeeld in het nieuws, dan heeft dat extra impact. Ik bedoel: ik heb iets van de schoonheid van Marokko gezien, maar ook de onverharde wegen, de vervallen huizen, het vuil, de armoede. En als het woord ‘uitzichtloosheid’ valt in verband met de jonge generatie Marokkanen, dan denk ik aan de harde jongens op de parkeerplaats van de soek in Agadir, vechtend om elk dubbeltje.

De poëzie van het stadion

Tijdens mijn verblijf stuitte ik op een tweet van NRC-columnist Lotfi El Hamidi, die een compilatie rondstuurde van videobeelden van Marokkaanse protestliederen. En wat voor liederen: snoeiharde en tegelijkertijd poëtische teksten, gezongen uit tienduizenden kelen in voetbalstadions.

Zo keert een verloren generatie ‘hooligans’ zich tegen de machthebbers, door de waarheid te zingen. De woorden waren ondertiteld in het Engels, ik kan hun ritme niet weergeven, maar ik vond ze zeer aangrijpend en ontroerend: ‘Degene die altijd in mijn hart is, ik denk aan haar als ik de zee oversteek, vergeef me moeder, ik had geen andere keuze.’ En: ‘Ze hebben ons als wezen achtergelaten, de zerocratische staat, straks zijn de stadions leeg, de zonen gemigreerd.’ En ook: ‘Jullie hebben onze talenten verkwist, geen onderwijs en zorg, alleen smeergeld en corruptie.’

Het is bitterheid die de bootjes de Middellandse Zee over stuwt, de onmogelijkheid ‘in vrijheid en waardigheid te leven in mijn land’, om nog een regel te citeren. En alsof dat niet droevig genoeg is, is er ook een bitterheid die mensen de omgekeerde weg laat afleggen.

Op mijn laatste avond raak ik in een restaurant in gesprek met een jonge Marokkaan uit Eindhoven, die is teruggekeerd naar de regio waar zijn grootvader als gastarbeider vandaan kwam. Hij is in Nederland geboren en getogen, heeft een hbo-diploma, is ambitieus, maar voelt zich bij het vuil gezet. “Met een achternaam als de mijne kun je het in Nederland vergeten. Dan kun je alleen in de slag in een callcenter.” Als hij vertrekt, roept hij ten afscheid vanuit de deuropening dat hij van Nederland houdt, en ik geloof dat meteen; hij noemde Eindhoven zelfs een mooie stad.

Zijn verdriet is anders dan dat van de voetbalsta­dions. Maar de oorzaak is hetzelfde: landen die hun zonen uitspuwen.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden