Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De verkiezing van een formateur leidt tot tweedeling

Opinie

Hans Goslinga

Hans Goslinga © Trouw
Column

Verandert ons veelkleurige politieke bestel alsnog in een grover tweeblokkenstelsel? Onherroepelijk zal het die kant op gaan als de staatscommissie-Remkes de handen op elkaar krijgt voor een gekozen kabinetsformateur.

Dit (voorlopige) voorstel van de commissie heeft tot nu toe weinig aandacht gekregen, maar is in zijn gevolgen voor de politieke cultuur veel ingrijpender dan een incidenteel ingezet bindend referendum, als dat er al komt. Vergeet niet dat het al bijna 35 jaar geleden is sinds de staatscommissie-Biesheuvel voor het eerst met zo'n type referendum op de proppen kwam. Je kunt gerust zeggen dat het perspectief daarop onzeker en ver verwijderd blijft.

Lees verder na de advertentie

Een door de kiezers aangewezen kabinetsformateur is sneller te verwezenlijken, al zal daarvoor ook een aanvulling in de Grondwet nodig zijn. De als zorgelijk ervaren fragmentatie van het politieke krachtenveld, die het lastiger maakt werkzame kabinetten te vormen, kan een stimulans zijn haast te maken.

Of de kabinetsvorming met een gekozen formateur beter en vlugger zal gaan, is nog even de vraag. Een vrij zekere consequentie van een gevecht om één stoel is dat deze een tweedeling in blokken in de hand werkt. Het Amerikaanse bestel heeft dat scherp laten zien. Hoewel de stichters van de republiek dat niet beoogden, leidde de strijd om het presidentschap binnen de kortste tijd tot twee rivaliserende partijen.

In Nederland was dat ook de ervaring met het districtenstelsel dat voor 1917 bestond. Als geen van de kandidaten een meerderheid haalde, was een tweede ronde nodig, die als vanzelf pactvorming tot gevolg had met allerlei machinaties en handjeklap van dien. Kort gezegd: de werkelijke machtsvorming verplaatst zich in zo'n constellatie naar de periode vóór de verkiezingen in plaats van erna.

De staats­com­mis­sie verbergt haar enthousiasme nauwelijks: 'Anders dan nu kan er dan wel een echt premiersdebat plaatsvinden'.

Realistisch

De staatscommissie-Remkes juicht dat toe omdat de kiezers al in het stemhokje weten waar ze aan toe zijn en niet maandenlang worden geconfronteerd met een mistige kabinetsformatie. Bovendien zou blokvorming vooraf de vorming van een kabinet kunnen bespoedigen - al gaat er in Nederland in alle gevallen veel tijd en energie in de kleine lettertjes zitten.

Het voorstel is in zoverre realistisch, dat het de verkapte strijd om het Torentje waarin de Kamerverkiezingen de afgelopen halve eeuw zijn ontaard, een legitieme grondslag geeft. De staatscommissie verbergt haar enthousiasme nauwelijks: 'Anders dan nu kan er dan wel een echt premiersdebat plaatsvinden'.

Dat is zeker het geval als de verkiezing in twee ronden geschiedt, met in de laatste ronde de twee kandidaten met het grootste aantal stemmen. Je krijgt hier dan zoiets als de finale tussen Macron en Le Pen in Frankrijk, al is de winnaar hier dan nog niet zeker van het Torentje - hij of zij kan altijd nog mislukken. Dat zou kunnen als de gekozen formateur niet de leider van de grootste partij is.

Meerderheidsstrategie 

Goed beschouwd haalt de staatscommissie-Remkes de meerderheidsstrategie weer van stal, waarmee links begin jaren zeventig op de proppen kwam in een poging het krimpende christen-democratische midden definitief te kraken. Het gevolg van die strategie was een felle polarisatie, waarvan uiteindelijk links zelf de verliezer was - dat tweede kabinet-Den Uyl kwam er in 1977 toch niet. Het CDA paste de strategie in 1986 slimmer toe met de slogan 'Laat Lubbers z'n karwei afmaken'. Kok deed hetzelfde na Paars I in 1998 (waarna de formatie van Paars II toch nog honderd dagen duurde).

Echt consistent is de staats­com­mis­sie in haar voorlopige aanbevelingen niet

Het voorstel-Remkes werkt verplichtender voor de beoogde premier dan de huidige praktijk. Nu kan de premier in spe na de verkiezingen wegduiken en het lastige werk aan verkenners en informateurs overlaten tot er een regeerakkoord is. Straks zou hij zelf het voortouw moeten nemen. Dat zou ook een logische consequentie zijn van de electoraal aantrekkelijke strijd om het Torentje - maar wat logisch is buiten het Binnenhof is nog niet logisch daarbinnen.

Echt consistent is de staatscommissie in haar voorlopige aanbevelingen niet. Zij revitaliseert de meerderheidsstrategie met het risico van een tweedeling, maar vraagt tegelijk meer ontvankelijkheid voor het minderheidskabinet. Dat strijdt nogal met elkaar. Een minderheidskabinet geeft aan de Kamer als tegenmacht meer ruimte en biedt kansen aan de oppositie, wat de commissie als gunstig beschouwt. Een meerderheidskabinet daarentegen werkt coalitiemonisme in de hand en veroordeelt de oppositie al bij voorbaat tot spek-en-bonen.

Als de inzet is, met behoud van het door de commissie geprezen evenredige kiesstelsel, de invloed en betrokkenheid van zoveel mogelijk kiezers te vergroten, wat is dan de beste optie? Het is begrijpelijk dat de staatscommissie geen keuze maakt - zulke commissies zijn zelden homogeen. Maar het is wel de hamvraag.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees hier al zijn columns. 

Deel dit artikel

De staats­com­mis­sie verbergt haar enthousiasme nauwelijks: 'Anders dan nu kan er dan wel een echt premiersdebat plaatsvinden'.

Echt consistent is de staats­com­mis­sie in haar voorlopige aanbevelingen niet