Essay

De verboden vraag: Joden, aan welke kant staan jullie eigenlijk?

Nederlandse vlaggetjes in het haar en de Israëlische vlag om de schouders. Beeld REUTERS

'Stel dat er sprake is van een ernstige crisis in de relatie tussen Israël en de Verenigde Staten, welke kant kies je dan?' Het was deze enquêtevraag, voorgelegd aan Amerikaanse Joden, die de afgelopen maand tot een heftig debat leidde in Israël en de Verenigde Staten. De Israëlische regering, mede-organisator van de peiling, wist niet hoe snel ze de enquête weer moest terugtrekken. Dat er heisa van zou komen, hadden de initiatiefnemers kunnen weten: de 'Verboden Vraag' raakt aan het gevoelige thema van de dubbele loyaliteit.

De ophef lijkt op het eerste gezicht specifiek voor de grote Amerikaans-Joodse gemeenschap en haar band met Israël. Het is geen geheim dat de Amerikaans-Joodse sympathie voor de staat Israël een factor van betekenis is in de Amerikaanse politiek; elke president en ieder Congreslid houdt rekening met het Joodse electoraat (en met andere kiezers die Israël een warm hart toedragen). Maar, zo verzekeren Amerikaans-Joodse leiders, die Joodse sympathie voor Israël gaat niet ten koste van verbondenheid met de VS. Betrokkenheid bij Israël valt prima te combineren met Amerikaans patriottisme.

Toch is de vraag van de dubbele loyaliteit niet specifiek Amerikaans: iedere Jood buiten Israël wordt ermee geconfronteerd. Israël is de enige Joodse staat ter wereld, en ziet het als zijn rol het hele Joodse volk te vertegenwoordigen. Expliciet vraagt Israël Joden om steun en betrokkenheid en nodigt ze hen uit alija (emigratie) te overwegen. Maar ook de niet-Joodse omgeving zorgt er wel voor dat het thema niet valt te ontwijken. Er hoeft maar iets in Israël te gebeuren of Joden worden wereldwijd ter verantwoording geroepen.

De Joodse 'nationale' identiteit
De wortels van het probleem van de dubbele loyaliteit reiken dieper, tot het einde van de achttiende eeuw. Toen werden Joden eerst in Frankrijk en daarna geleidelijk in steeds meer Europese landen geaccepteerd als gelijkwaardige burgers. De consequentie was wel dat de Joodse 'nationale' identiteit moest verdwijnen, slechts jodendom als religie mocht overblijven. Joden waren nu Franse, Nederlandse of Duitse burgers geworden.

Het duurde lang voordat deze Europese Joden weer solidair durfden zijn met vervolgde Joden elders. Zodra daar maar iets van bleek, werden ze beschuldigd van 'dubbele loyaliteit' of - erger nog - onbetrouwbaarheid en landverraad. Opkomende antisemitische bewegingen voedden dit thema dankbaar: Joden werden ervan verdacht nooit échte Fransen, Nederlanders of Duitsers te kunnen worden, uiteindelijk zou hun eerste loyaliteit bij elkaar liggen. De samenzweringstheorieën over Joden die in het geheim de wereldmacht willen veroveren, waren geboren.

Precies die antisemitische beschuldiging maakte het thema van de 'dubbele loyaliteit' vrijwel onbespreekbaar. Joden putten zich uit in loyaliteitsverklaringen aan de landen waar ze burgers van waren, wilden laten zien dat ze zich volledig met het 'vaderland' vereenzelvigden. Dat gebeurde met wisselend succes. De Tweede Wereldoorlog liet zien dat die identificatie voor veel Europese Joden geen bescherming bood. Ze deelden allen hetzelfde lot.

Dubbele loyaliteit na de stichting van Israël
De stichting van de staat Israël in 1948 maakte het thema van de dubbele loyaliteit urgenter. Joden in de diaspora moesten hun houding bepalen - ook de Nederlandse Joden. Sommigen, zowel een groep orthodoxen als sterk geïntegreerde Joden, reageerden op 'vooroorlogse' wijze. Toen in 1948 in het portaal van de Haarlemse synagoge een pamflet opriep tot steun aan de Hagana (voorloper van het Israëlische leger) zei een vooraanstaande bestuurder tegen zijn zoontje: "Wat doet een inzamelingsactie voor een vreemde mogendheid hier?"

Het leverde hem een storm van kritiek op: de meeste Nederlandse Joden schaarden zich onomwonden achter de jonge Joodse staat.
De bestuurder moest zijn functies neerleggen en accepteren dat zionisten het leiderschap in Joods Nederland gingen domineren.
Vanaf 1948 is Israël nauw verweven geraakt met het leven van de Nederlandse Joden. Tijdens allerlei bijeenkomsten zijn Israëlische vlaggen te zien - al heeft het Amerikaanse gebruik om in de synagoge een Amerikaanse en Israëlische vlag te hangen in Nederland nooit voet aan de grond gekregen. Wel werd in de synagogedienst een nieuw gebed toegevoegd, het 'Gebed voor de Staat Israël', dat na het 'Gebed voor het Koninklijk Huis' wordt gezegd. Later werd ook nog een gebed voor het Israëlische leger in het gebedenboek opgenomen.

De Joodse jeugd in Nederland werd opgevoed met het expliciete idee dat ze naar Israël gaan. Diverse Joodse jeugdbewegingen van uiteenlopende snit - van strikt-orthodox tot socialistisch-zionistisch - bieden een programma waarmee kinderen vertrouwd worden gemaakt met Israël. Op hun vijftiende reizen ze er samen heen, om zodoende toe te groeien naar een keuze voor migratie. Voor een grote groep jongeren heeft dat ook daadwerkelijk tot alija geleid. Deze jeugdbewegingen - onderdeel van internationale, vanuit Israël geleide koepels - zijn nog altijd een sterke factor in Joods Nederland.

Grote betrokkenheid bij Israël
Demografische onderzoeken zijn er ook naar Joods Nederland gehouden. Vrijwel iedere keer zorgde dat voor veel tumult, ook al werd de loyaliteitsvraag zorgvuldig buiten de vragenlijstjes gehouden. In 1986 werd zelfs een onderzoek dat al grotendeels in de steigers stond, op het laatste moment afgeblazen.

Uit de gegevens die uiteindelijk toch voorhanden zijn, blijkt keer op keer dat er sprake is van grote betrokkenheid bij Israël. Recent onderzoek toont aan dat de helft van alle Nederlandse Joden familie heeft in Israël en zestig procent zich zeer sterk verbonden voelt met Israël (nog eens dertig procent kruiste het hokje 'enigszins' aan).
Maar die betrokkenheid kan zich heel divers uiten. Voor velen is die vooral sociaal en filantropisch, voor anderen ook politiek. Daarbij lopen de voorkeuren sterk uiteen: dezelfde variëteit die het Israëlische politieke landschap kent, komt ook hier voor. Nederland kent het jubilerende Cidi (Centrum Informatie en Documentatie Israël), dat zich inzet voor positieve beeldvorming van Israël, maar ook het kritische Een Ander Joods Geluid - in het Nieuw Israëlietisch Weekblad zelfs beschuldigd van Joodse zelfhaat.

'Dubbele loyaliteit' werd vanaf 1948 een onvermijdbaar thema. Het debat in Joodse kring barstte erover los. Daarbij valt op dat er van meet af aan verschil is tussen de positie van Joden in de diaspora (buiten Israël) en de invalshoek van Israël en de voornaamste zionistische organisaties.

Israël spoorde Joden voortdurend aan om een heldere keus te maken: als je al niet naar Israël emigreert, dan moet je toch wel duidelijk de zijde van de Joodse staat kiezen.

De Israëlische steun voor de recente omstreden enquête paste dus helemaal in het Israëlische streven om de banden met de diaspora te onderhouden. Maar binnen de diaspora-gemeenschap stuitte de peiling op fel verzet. Want veel Joden buiten Israël kiezen voor 'dubbele loyaliteit'. De Dordtse zionist I. van Huiden bracht die positie in 1951 helder onder woorden: "De Zionistische jood in de diaspora is een wezen met een dubbele nationale inslag. Hij zingt het Hatikwah (het Israëlische volkslied) gevoelvol en waar nodig het Wilhelmus in Nederland met overtuiging. Het land van zijn geboorte laat hij niet gemakkelijk los, al kijkt hij met welbehagen naar Israël, waarmede hij zich innig geestelijk verbonden voelt." Ook de zionistische leider professor Salomon Kleerekoper koos voor die optie. In een echte democratie, zo betoogde hij, moest het mogelijk zijn om meerdere loyaliteiten te koesteren.

Als de belangen maar in elkaars verlengde liggen
De beste manier om met 'dubbele loyaliteit' om te gaan, bleek om de belangen van Israël en die van het eigen land in elkaars verlengde te plaatsen. Wat goed is voor Israël, is ook goed voor Nederland.
De Koude Oorlog zorgde ervoor dat die band niet alleen door Joden, maar ook breed in de Nederlandse politiek werd ervaren. Israël was een vooruitgeschoven post van het Westen in het geopolitieke Oost-Westconflict waar we allemaal partij in waren. Israëls lot was zodoende nauw verbonden aan dat van het Westen. De sociaal-democraat Jacques de Kadt was één van de ideologen die deze solidariteit uitbouwde. Nederlandse Joden werden enthousiast ondersteund door grote delen van de Nederlandse politiek als het er in het Midden-Oosten weer eens om spande. Dubbele loyaliteit was geen probleem.

Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 viel de vanzelfsprekende politieke verbinding weg tussen de Nederlandse samenleving en Israël. Israëls belangen bleken niet zonder meer parallel te lopen met die van Nederland en andere Europese landen. De Nederlandse Joden zijn hierdoor in een kwetsbaardere positie terechtgekomen met hun dubbele loyaliteit, en krijgen sindsdien ook in toenemende mate kritiek op hun steun voor Israël. Die positie verbeterde niet veel met de komst van een nieuw mondiaal conflict sinds 9/11, omdat slechts een deel van de Nederlandse politiek een link met Israël overtuigend vindt.

Loyaliteitsdebat in een geglobaliseerde wereld
Het loyaliteitsdebat dat nu woedt, brengt een nieuwe positie naar voren, waarvan Hallel Halkin een uitgesproken spreekbuis is: waarom zouden Joden zich moeten schamen voor hun loyaliteit aan Israël - ook als ze daarbij soms het Israëlische belang boven dat van de VS stellen? Hebben ook niet veel andere Amerikanen meerdere loyaliteiten? Met de loyaliteitsvraag was niets mis, betoogde Halkin, "en er is ook niets Joods aan. Je komt iets dergelijk overal tegen."
Inderdaad, ook in Nederland. Maar wanneer wordt katholieken nog het mes op de keel gezet of ze het meest loyaal zijn aan het Vaticaan of aan de Nederlandse staat?

In een geglobaliseerde wereld is niets zo gewoon als meerduidige loyaliteiten. Zolang er sprake is van goede betrekkingen tussen beide landen, is een 'dubbele loyaliteit' vooral een versterking van die vriendschapsrelatie. Pas op het moment dat er serieuze spanningen ontstaan, met mogelijke militaire gevolgen, zal een heldere keus gevraagd worden.

Het was, geredeneerd vanuit Israëlische politieke belangen, verstandig dat premier Benjamin Netanjahoe zelf voorkwam dat de peiling in de VS naar loyaliteiten werd uitgevoerd, want elke uitkomst zou slecht uitpakken voor Israël. Zouden veel Joden in de VS als het erop aankwam voor Israël kiezen, dan werd aan hun Amerikaanse patriottisme getwijfeld. En als de steun juist lager zou liggen dan verwacht, dan zou deze wetenschap Israëls aanspraak op de onontbeerlijke steun uit de VS ondergraven.

Het plan om namens de regering van Israël de loyaliteit van Amerikaanse Joden te gaan peilen, was niet erg doordacht. Zoiets kan gemakkelijk goede betrekkingen onder spanning zetten.

Maar Halkin heeft natuurlijk wel gelijk: een gezonde democratie moet het kunnen hebben dat sommige burgers ook loyaliteit voor een andere, bevriende natie koesteren. Ook als dat soms spanning kan opleveren. Die draagkracht is eigen aan een democratische samenleving van vrije mensen met vrije meningsuiting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden