De veertigers zijn het lachertje van deze tijd

opinie

Marc van Oostendorp en medewerker van het Meertens Instituut in Amsterdam en 43 jaar oud

© anp
Opinie

Ze schuilen achter de babyboomers en dragen het stokje straks opgelucht over. Eigen verantwoordelijkheid nemen? Ho maar!

Zolang als ik me kan herinneren, klagen mijn generatiegenoten - ik ben van 1967 - al over de vorige generatie; die van de babyboomers. Zij zouden alle mooie banen bezet houden zodat wij nooit een kans kregen, zij zouden de wereld met hun flowerpower en weet ik wat allemaal naar de knoppen hebben geholpen.

Dat mijn generatie inmiddels uit veertigers bestaat en dus ook wat van haar verantwoordelijkheden zou moeten nemen, komt nauwelijks in ze op. Terwijl de bankiers die de wereld in de afgrond gestort hebben, allemaal generatiegenoten zijn, en terwijl Rutte en De Jager en zelfs Wilders tot die generatie gerekend mogen worden.

Begrijpelijk is het misschien wel, dat we onszelf over het hoofd zien. Onze ouders werden vlak voor of tijdens de oorlog geboren; de laatste generatie voor de geboortegolf. Wij zijn zelf geboren in het wak van de tijd nadat die golf was uitgerold en vlak voor het moment dat de babyboomers kinderen kregen. Pas onze eigen kinderen zullen vrij spel krijgen. Wij zijn de generatie Isaac.

Wie was Isaac ook weer, de schlemiel onder de aartsvaders? In alle bijbelverhalen laat hij de actie over aan de andere generaties. Eerst is het Abraham, zijn vader, die bereid blijkt hem te offeren, waarvoor Isaac gedwee en zonder protest het hout de berg opzeult waarop hij geofferd zal worden. Daarna ontfutselt zijn zoon Jacob hem met leugen en bedrog de zegeningen die hij eigenlijk voor Esau had bedoeld. Isaac is de enige aartsvader die zijn vrouw niet zelf vindt, maar voor wie een slaaf van zijn vader het doet. De enige acties die hij onderneemt, zijn kopieën van dingen die zijn vader eerder heeft gedaan. In de Bijbel wordt zijn naam in verband gebracht met 'lachen'.

Isaac is het toonbeeld van mijn ­generatie, het lachertje van deze tijd. We kregen vaak - terecht ­- de kritiek dat we de verkeerde keuzes maakten. In de jaren tachtig was er grote bezorgdheid toen bleek dat er onder ons een zekere sympathie bleek te bestaan voor de Centrumpartij van Hans Janmaat. Toen we studenten waren, konden de toenmalige onderwijsministers Deetman en Ritzen zonder noemenswaardig protest het net ingevoerde stelsel van basis­beurzen grondig hervormen. Wij wisten niet veel beters te bedenken dan het Maagdenhuis maar eens te bezetten.

Isaac stond ook bekend om zijn ­ongebreidelde genotszucht. Uitingen van hedonisme zijn ook het belangrijkste dat mijn generatie in de ­afgelopen decennia heeft weten bij te dragen aan deze wereld: de roekeloze bankiers, dát waren de mensen met wie ik in de klas gezeten heb. De onzalige jaren negentig en de nog onzaliger jaren nul was de tijd waarin wij onze carrières opbouwden.

Ze zijn competent, mijn generatiegenoten, vooral communicatief. Maar veel ideeën hebben ze niet en ze zullen geen geschiedenis maken. Dat lijkt hun ambitie ook niet. Ze hebben de macht, maar een macht die nog steeds aan het handje loopt van de vorige generatie, die ook nog ruim vertegenwoordigd is en die als mentor optreedt: Rosenthal, Donner, Opstelten. Zulke constructies, van oudere mannen die over de schouder meekijken, had de vorige generatie waarschijnlijk niet toegelaten.

Ook op het toneel rond de Occupy Wall Street-beweging verschijnen nu mensen die aanzienlijk ouder - Noam Chomsky, Slavoj Zizek -, of aanmerkelijk jonger - Naomi Klein - zijn dan wij. Wij hebben ons neergelegd bij onze uiterst marginale rol in de wereldgeschiedenis. Ondertussen hebben we wel een leven van rijkdom en voorspoed gehad, verzorgd door onze ouders en op kosten van onze kinderen. Wij zijn de generatie die zich langzaam maar zeker en genoeglijk laat vermalen tussen de molenstenen van de tijd.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie