ColumnSylvain Ephimenco

De vanouds luidruchtige Italianen waren nu doodstil

Op de eerste dag van de strenge maatregelen die van heel Italië een ‘zona protetta’ maken, vroeg ik me af of een virus de mensen kan verbroederen? Kun je bijvoorbeeld een epidemie met een aardbeving vergelijken, waar mensen elkaar uit het puin halen en redden? We zijn met elkaar verweven, lees ik, en wat beter dan een onzichtbare vijand kan het besef van onze onderlinge verbondenheid tastbaar maken?

Langs de Via Aurelia van het carnavalsstadje Viareggio parkeerde ik mijn e-bike bij de supermarkt Esselunga. Op het plein dat ingeklemd ligt tussen de parking en de supermarkt, slingerde een rups van vlees en ijzer. Mensen die met een nog leeg winkelkarretje in de rij stonden te wachten om in groepjes te worden binnengelaten. Stilstaand en langzaam rijdend wanhoopsverkeer.

Sommigen droegen een mondkapje en wegwerphandschoenen van dun blauw plastic. De vanouds drukgebarende en luidruchtige Italianen waren nu doodstil op een lengte van honderd kromme meters. Niente vrolijkheid. Als een soort begrafenisstoet die fatalistisch een laatste groet aan de eeuwige consument komt brengen. Niemand sprak met niemand. Een man snoot zo discreet mogelijk zijn neus en je zag onmiddellijk een lichte rilling in de rij ontstaan. 

Eendimensionaal boodschappen doen

Links van de ingang rolde een vrouw de winkel uit, haar zwaarbeladen boodschappenkarretje moeizaam voor zich uit duwend. Het ding was alleen met flessen mineraalwater tot de randen toe gevuld, misschien wel met honderd liter. Eendimensionaal boodschappen doen zou je dit kunnen noemen, zonder een greintje solidariteitsgevoel met andere waterdrinkers. Als ik nu schrijf dat ik helaas juist op dat moment moest hoesten, zal niemand mij geloven. Toch gebeurde het echt en ik vertrok haastig, met in mijn rug gekerfd de stigma’s van talrijke blikken.

Ik had als vreemdeling die mensen misschien een hart onder de riem kunnen steken. Door bijvoorbeeld te liegen dat relatief gezien bij hen minder doden vallen (zo’n 600 op 10.000 besmettingen) dan in China (ongeveer 3000 op 80.000). Maar als ik de Italiaanse doden langs de Chinese meetlaat van besmettingen leg en dus met 8 vermenigvuldig, kom ik op zo’n 5000 Italiaanse doden. Niets wetenschappelijks misschien maar toch...

Terwijl ik naar de volgende supermarkt fietste, parafraseerde ik Jean-Paul Sartre: ‘In virustijden, de hel dat is de ander’. De ander die je niet kunt aanraken of van dichtbij aanspreken zonder jezelf in de risicozone te manoeuvreren. De onbekende, je medemens, die je nu uitsluitend als potentieel gevaar inschat zonder te willen beseffen dat je zijn spiegelbeeld bent.

Bij de Lidl stond geen rij voor de deur. Binnen was het niet druk en deze winkel maakte een spookachtige indruk. Met een fles wijn in de hand koos ik de enige kassa waar een employé geen mondkapje droeg. Bij het afrekenen keek hij me plots aan en glimlachte breed. Het was alsof een krachtige zonnestraal me raakte. Alsof de gehele mensheid ineens naar me glimlachte.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden