OpinieBurgeramendement

De urgentie is hoog, verklein de kloof tussen politiek en burgers nú

Het burgeramendement kan een brug slaan tussen burger en politiek. Laten we het uitproberen, bepleit Eveline Scheres, eigenaar van Buiten de Lijnen.

Polarisatie, politieke partijen die leeglopen, weinig vertrouwen in ‘Den Haag’ en minder mensen die stemmen. De kloof tussen burger en politiek neemt toe. Waarom komen politieke vernieuwingen dan maar zo mondjesmaat en langzaam tot stand?

Meerdere commissies bogen zich door de jaren heen over de vraag hoe de kloof tussen burger en politiek is te dichten. De recentste is de staatscommissie parlementair stelsel onder leiding van Johan Remkes, die eind 2018 een adviesrapport lanceerde met de ­titel ‘Lage drempels, hoge dijken’.

Meer inspraak

Volgens de commissie-Remkes is het huidige parlementaire stelsel onvoldoende in staat om een aanzienlijke groep burgers inhoudelijk te vertegenwoordigen en te voorzien in de grote behoefte van burgers aan participatie. Ook stelt zij onder meer dat Nederlanders over sommige wetten zelf iets moeten kunnen zeggen. Dit roept om instrumenten die een brug slaan naar Den Haag, burgers meer inspraak geven en de politiek begrijpelijker maken.

In november 2019 kwam Tweede Kamerlid Joost Sneller (D66) met een initiatief voor een nieuw instrument: het burgeramendement. Hiermee kunnen burgers zelf concrete wijzigingen op een wetsvoorstel voorstellen aan de Tweede Kamer. In tegenstelling tot ­bestaande instrumenten – de petitie, het burgerinitiatief en de internetconsultatie – mag de indiener zelf in de Kamer zijn amendement komen toelichten. Om een amendement te kunnen indienen zijn 70.000 handtekeningen nodig én een Tweede Kamerlid dat het amendement wil indienen.

Sneller inspelen

Ik denk dat het burgeramendement de potentie kan hebben om een brug te slaan. Ten eerste door de timing: het is mogelijk voor burgers om tijdens het wetgevingsproces – wanneer er overleg en discussie is – inhoud en mening in te brengen. Zo kun je politieke kennis combineren met kennis uit de maatschappij, waardoor meer nuancering ­tijdens het proces mogelijk is én inhoudelijke verdieping. Dit is prettiger dan achteraf alleen maar ja of nee zeggen zonder nuancering. Ten tweede is er geen eis dat het onderwerp de afgelopen twee jaar níet in de Kamer mag zijn besproken – zoals bij het burgerinitiatief – en dat maakt sneller inspelen op actuele onderwerpen mogelijk. Ten ­derde moet duidelijk zijn wat er met de inbreng is gebeurd: een veelgehoorde klacht over de huidige instrumenten is dat dit vaak onduidelijk blijft.

Bij het introduceren van nieuwe ­instrumenten wordt terecht de vraag gesteld wat het toevoegt aan de bestaande. In dit geval werken bestaande instrumenten niet goed, omdat ze óf te vrijblijvend zijn óf te rigide, waardoor de beoogde directe invloed van de burger beperkt is. Daarbij verlangen deze instrumenten dat de burger naar de ­politiek toekomt, terwijl mijns inziens de politiek de bruggenbouwer moet zijn. Zij moet naar de mensen toe en dan is het openstellen ‘van de eigen woonkamer’ tijdens het behandelen van wetsvoorstellen een goed middel.

Berg en muis

Om vervolgens echt succesvol te kunnen zijn, moet de vraag worden ­beantwoord hoe het instrument kan functioneren voor de groep ‘mensen die ver afstaan van de politiek’. Heldere informatie over wetgevingsprocessen en de inhoud van wetten is daarbij essentieel. De huidige websites en processen voldoen dan niet, want die zijn vooral gericht op mensen die in de politiek werken of hun weg naar de politiek al kennen. Actiever naar die andere groep toegaan, is hierbij een vereiste.

Tot mijn – wellicht naïeve – verbazing las ik onlangs op de website van het Montesquieu Instituut na de bespreking van het adviesrapport van de commissie-Remkes op 11 februari in de Eerste Kamer: “De kans dat het rapport van de staatscommissie een zelfde lot wacht als dat van eerdere commissies is na gisteren nog iets groter geworden. Ook voor de staatscommissies-Cals/ Donner en -Biesheuvel en de commissie-De Koning gold dat het allemaal bergen waren die een muis baarden.” En de enige motie die op 11 februari in de Eerste Kamer werd aangenomen ging over “het zetten van een volgende stap voor het zomerreces van 2020”.

Voor de goede orde: het rapport van de commissie-Remkes constateert 36 problemen op representatieniveau, 23 op weerbaarheidsniveau en 24 op “de Tweede Kamer als herkenbare en ­invloedrijke volksvertegenwoordiging”. De urgentie is hoog, zou je zo denken.

Realitycheck

Tijd voor een realitycheck. Den Haag stelt (wederom) een commissie aan, omdat vernieuwen zo belangrijk wordt gevonden, er worden (wederom) veel argumenten vóór neergelegd om het er vervolgens alleen over eens te worden dat het tijd is voor ‘een volgende stap’. Is die erkenning er dan eentje voor de bühne?

In de dynamiek van de huidige maatschappij heeft onze parlementaire democratie, gestoeld op representatie door volksvertegenwoordigers, meer ­directe invloed van burgers nodig. Enkel verkiezingen worden niet meer als voldoende democratisch ervaren. Het burgeramendement is een kans voor burger én politiek om samen aan de slag te gaan met democratische vernieuwing. Ook is het een kans voor de politiek om de achterban aan zich te binden door de meer directe dialoog op het juiste moment: tijdens het wetgevingsproces.

Dus Den Haag, gun jezelf de ruimte om het uit te proberen en sabel het burgeramendement niet gelijk neer met ­argumenten vanuit ‘de oude wereld’. Stop ermee burgers in het heersende systeem te proppen, zie dit als leermiddel om een brug te slaan naar de nieuwe wereld, waar veel behoefte aan is.

Binnenkort wordt het burgeramendement verder besproken in de Kamer. Een kans voor het vergroten van de ­politieke comfortzone en gelijktijdig ‘een eerste volgende stap’ van politieke vernieuwing. Waarom wachten tot de zomer?

Lees ook

Een vierkante liberaal die de touwtjes strak aanhaalt én een sjekkie opsteekt

Dit weekend moeten alle 130-borden langs de snelweg vervangen zijn door borden met ‘100’. Een maatregel die afkomstig is uit het advies van de stikstofcommissie onder leiding van Johan Remkes. De ‘vierkante Groningse liberaal’ heeft het zelden zo druk gehad als na zijn pensioen.

De kloof tussen kiezers en gekozenen is vooral een mythe

Staatscommissies en wetenschappers willen de kloof tussen kiezers en gekozenen dichten. Hun middel is soms erger dan de kwaal, waarschuwt politicoloog Rudy Andeweg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden