Rob Schouten

Column Rob Schouten

De Tour komt langs Hirson, hoera!

Ik heb nu tien jaar een huisje in Frankrijk maar nog nooit kwam de Tour de France langs. Te armelijk zeker, mijn streek, te weinig kastelen en kathedralen. Maandag was het eindelijk zover. In de winkels hingen aankondigingen dat men vroeg sloot of juist laat openging. 

Alles voor de Tour, die Hirson, stadje bij mij om de hoek, op z’n kop zette. Natuurlijk ging ik er ook heen. De laatste (en de eerste) keer dat ik de Tour langs zag komen was meer dan twintig jaar geleden, in Disneyland Parijs waar ik met mijn dochtertjes was en waar de Tour die ochtend vandaan vertrok. Ik moest ze tussen de Sneeuwwitjes en achtbanen door wijsmaken dat het noodzakelijk was dat we daarnaar gingen kijken.

 Clowntjes

Wat zijn dat voor clowntjes, vroegen ze, terwijl ik mijn best deed Erik Dekker (de avond tevoren vijfde achter Olano) te herkennen. Ach, ze zijn nu respectievelijk lerares en psycholoog, mijn dochters bedoel ik, en ik ben 65, de leeftijd waarop je herinneringen begint op te halen.

Maar dit is de actualiteit. De Tour deed Hirson aan. ‘Er is niks aan,’ spraken mensen die meenden het te weten, tegen mij, ‘je ziet niks, wielrennen is een echte televisiesport’. Dat kan wel zo zijn, maar mensen gaan ook op safari hoewel ze leeuwen en giraffen heel wat beter in de dierentuin kunnen zien. Het levende lijf betekent iets en ik wilde die Mike Teunissen nu wel eens in het echt zien.

Eerlijk gezegd had ik geen idee wat me te wachten stond, zou het er zwart zien van de mensen of hier en daar een boertje, voor de gelegenheid even van het land gekomen? Hirson heeft als ‘village fleuri’ (bedoeld als een soort Michelinster voor leefbare dorpen en steden maar het doet me vooral denken aan de Vogelaarwijken) één bloemetje, maar de bewoners leven er niet naar. 

Ze vormen een wat ongelukkig uitgevallen mix van Galliërs en Germanen en bouwen lelijke huizen. Maar dat hoeft je natuurlijk er niet van te weerhouden om naar de Tour te komen kijken. Volkssport immers. Een uur voor de verwachte passage reed ik erheen, stalde mijn auto in een buitenwijks grasveld en posteerde mij langs de weg.

Klapstoeltjes

Omdat ik inmiddels twee derde van mijn ruimte al kwijt ben aan de voorbeschouwing nu de Tour zelf op z’n Paul van Ostayens: Boem bermtoerisme! Klapstoeltjes, koelboxen, mensenvee in het gras à la ‘Une baignade à Asnières’ van Seurat maar dan langs de weg, eerst karavaanwagens van l’Equipe met harde snertmuziek, half uur stilte, aanzwellend gedruis, nieuwe wagens nu met snoepgoed (oogst: zakje Haribo, een boterkoekje, twee sleutelhangers, een poetsdoekje), weer half uur niks, dan motoragenten, tientallen onduidelijke auto’s met zwaaiende meisjes (zonder snoep), gendarmerie, nieuwe geluidswagens, en dan, hola, een stelletje wielrenners, stuk of vijf (koplopers vrijwel gemist, duurde ongeveer één tel), vijf minuten stilte en dan helikopters, zwaaien! 

Dat moeten ze zijn, jawel: het peloton, in elf seconden voorbij, Teunissen niet ontwaard, en dan ineens... dan is het voorbij, voorbij, o, en voorgoed voorbij.

Inderdaad het was niks, ik had het niet willen missen.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden