ColumnSwipen & klikken

De techbedrijven hebben een wittejongensprobleem

In het omstreden ‘racismedebat’ op tv afgelopen zondag (door verschillende partijen geboycot omdat presentator Jort Kelder te wit en rechts zou zijn), kwam radiopresentatrice Mischa Blok aan het woord. Blok zat er omdat zij een paar weken eerder op Twitter de hashtag #ikbengeenkutchinees had geïntroduceerd. Als geboren Zuid-Koreaanse, die op haar derde door Nederlandse ouders werd geadopteerd, werd zij namelijk haar hele leven al uitgescholden voor kut-Chinees, legde ze Kelder uit. “Ik ben ervan overtuigd dat als je eens een keertje iets hardop zegt, dan maak je ook dingen zichtbaar. En pas dan kun je dus problemen gaan veranderen.”

Schrijfster Rebecca Solnit betoogde twee jaar geleden iets soortgelijks in haar essaybundel ‘Call Them by Their True Names’. Door dingen ‘bij hun werkelijke naam’ te noemen, blaas je de rookgordijnen weg die laksheid, onverschilligheid en onwetendheid verhullen. Je verandert er misschien niet meteen de hele wereld mee, schrijft Solnit, maar het is een belangrijke stap. Zoals de diagnose van een ziekte kan helpen met die ziekte om te gaan – en misschien zelfs leidt tot genezing. Een ogenschijnlijk kleine aanpassing kan leiden tot groot resultaat.

In die zin is het interessant dat informatiespecialist Linus Torvalds vorige week heeft besloten dat in de code van zijn populaire besturingssysteem Linux ‘inclusieve terminologie’ gebruikt moet worden. In de computertaal zitten beladen termen verweven, zoals master en slave (waarmee wordt aangegeven welk apparaat onderschikt is) en blacklist en whitelist (voor wat wel of niet wordt toegelaten). Daar wil hij nu vanaf. Linux is opensourcesoftware, wat betekent dat de gebruikers van het systeem er zelf aan mee kunnen sleutelen. Maar dan moeten ze voortaan wel woorden gebruiken die met hun tijd meegaan. Welke, dat mogen de ontwikkelaars zelf bedenken.

Blackhat en whitehat

Torvald is niet de enige in de techwereld die hiermee reageert op de antiracismebeweging die is opgeleefd na de dood van George Floyd (en waarin veel nadruk ligt op het benoemen van slachtoffers: Breonna Taylor; Ahmaud Arbery). In NRC Handelsblad stond te lezen dat Google, Apple en Microsoft ook al beloofden hun jargon op te schonen. Termen als blackhat en whitehat hackers, respectievelijk kwaadwillende en goedbedoelende hackers, zijn niet meer oké. En Twitter gebruikt ook liever niet meer het woord grandfathered om verouderde software aan te duiden. Alles om een deuk te slaan in het bekende white guy problem van Silicon Valley: het feit dat daar voornamelijk witte en overwegend jonge mannen werken. Wij, internettend volk, zien de woorden die zij in de code gebruiken niet, maar onze online cultuur draait er wel op.

Met het vervangen van een paar politiek incorrecte termen is dat wittejongensprobleem natuurlijk lang niet opgelost. Eerst moeten techbedrijven maar eens veel meer vrouwen en niet-witte mensen gaan aannemen. En om dat op grote schaal te kunnen doen, moeten er veel meer vrouwen en niet-witte mensen verleid worden om technologische studies te gaan volgen. En om dát te bereiken moeten scholen het idee bestrijden dat programmeren alleen is weggelegd voor een bepaald type, bèta-gevoelig jongetje.

Maar door die woorden uit de code te halen, benoemen Torvald en zijn collega’s iets dat niet klopt. Zo is er weer een rookgordijn weg, een probleem zichtbaar, kan er wat veranderd worden.

De eerdere columns van Kelli van der Waals leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden