ColumnHans Goslinga

De SGP eist als kleine minderheid met recht ruimte op, maar misgunt anderen die ruimte

De SGP presenteerde deze week in een filmpje op sociale media haar lijst van kandidaten voor de Tweede Kamer. Maar meer dan een presentatie was het een demonstratie. Hoewel de partij nooit meer dan drie Kamerzetels heeft veroverd, liet zij, zo traag als kerkgezang op hele noten, één voor één de hoofden en namen van 35 mannen zien. Niet één vrouw. De boodschap was helder: wij zijn nog steeds een partij van mannenbroeders.

Nog wat scherper vertaald: wij trekken ons materieel niets aan van de uitspraak van de Hoge Raad uit 2010 dat wij onze kandidatenlijst moeten openstellen voor vrouwen. Dat is verrassend, want de partij leek zich de laatste jaren, zoals altijd schoorvoetend, richting moderniteit te bewegen – vorige maand nog beleefde Schouwen-Duiveland de primeur van de eerste vrouwelijke SGP-wethouder. Met het demonstratieve vertoon van masculiene macht lijkt er niettemin sprake van een terugtred en zelfs van een nieuwe strijdbaarheid voor het oude standpunt dat publieke functies in strijd zijn met de ‘roeping van de vrouw’.

Strijd tussen oude en nieuwe orde

De bewegingen in de SGP staan niet op zichzelf. In de gehele westerse wereld is een strijd gaande tussen een oude en nieuwe orde, die een hevige politieke dynamiek veroorzaakt. Die dynamiek beheerst zowel de strijd om het presidentschap van de Verenigde Staten als de kwestie van de identiteitsverklaringen op reformatorische scholen in ons land. De zaken lopen uiteen, de noemer en de emoties zijn hetzelfde.

De nieuwe orde wordt zichtbaar in de strijd van vrouwen, mensen van kleur, veelal immigranten, en homo’s voor volledige sociale acceptatie en een gelijkwaardige positie. De juridische emancipatie is niet voldoende gebleken, maatschappelijk zijn er nog werelden te winnen. Het gaat er heftig aan toe, omdat het een machtsstrijd is. Als je macht wilt winnen, moeten anderen macht afstaan.

De homo was nog de ‘eeuwige vrijgezel’

In de oude orde was, kort gezegd, de blanke, heteroseksuele man de baas en waren we, in een minder dynamische wereld, nog ‘onder ons’. Uit het protestantse weekblad De Spiegel herinner ik me nog een stuk uit de vroege jaren zestig onder de kop ‘Wat als je dochter met een neger thuiskomt?’ De homo was nog de ‘eeuwige vrijgezel’, de getrouwde vrouw nog maar net handelingsbekwaam. De veranderingen zijn daarna snel gegaan, voor velen te snel.

In de politieke dynamiek volgt op actie altijd reactie. De verkiezing van Donald Trump in 2016 volgde op een uitspraak van het Hooggerechtshof in 2015 waarbij tot verdriet van evangelische fundamentalisten het verbod op huwelijken tussen homo’s in strijd met de Grondwet werd verklaard. In Nederland is het populisme van PVV en ­Forum voor Democratie de politieke uitdrukking van het verlangen naar de oude orde. Deze tegenbeweging kwam op, nadat de nieuwe orde met het ­homohuwelijk, de normalisering van betaalde seks en het legaliseren van euthanasie een aantal grote slagen had binnengehaald.

In dat perspectief is het verklaarbaar dat de orthodox-protestantse SGP in Baudet, ondanks diens hedonistische pose in adamskostuum, een bondgenoot ziet in de strijd tegen de open, moderne samenleving. Die strijd is, hoopt ze, misschien niet langer een achterhoedegevecht, gezien de successen van de oude orde in Polen (tegen abortus), Hongarije (tegen seksuele minderheden en immigranten) en Amerika (tegen immigranten en met de benoeming van conservatieve rechters). Kamala Harris geeft als eerste ­gekleurde vrouw op de post van vice­president de andere kant weer hoop.

De vraag is of de democratische stelsels de heftigheid van deze strijd aankunnen. In Polen en Hongarije zijn de regerende conservatieve partijen doende de democratie te ontkoppelen van de rechtsstaat. In Amerika staan de instituties die waarheid en recht dienen onder druk en zijn zelfs de verkiezingen verdacht ­gemaakt. De Grand Old Party verkruimelde onder de dommekracht van Trump.

De SGP eiste ruimte op, maar misgunt anderen die ruimte

In ons land kraakt het bestel dat de verscheidenheid van religies en overtuigingen gestalte geeft onder druk van intolerantie. De SGP eist als kleine minderheid voor zichzelf met recht ruimte op, maar zij misgunt die ruimte, al dan niet omzwachteld, aan vrouwen, moslims en seksuele minder­heden in eigen, reformatorische kring. Past dan nog wel het opsteken van een masculiene middelvinger naar wat in de grondrechten verankerde kernwaarden van onze natie zijn?

Op haar beurt neigt de meerderheid van seculiere partijen er, steeds luider knarsetandend, toe intolerantie met intolerantie te beantwoorden. Zij grijpt de kwestie rond de reformatorische scholen gretig aan om opnieuw de vrijheid van onderwijs aan te vallen. Zo dreigt dit grondrecht, door de his­toricus Huizinga omschreven als ‘kostbaar pand van geestelijke vrijheid’, ­onder het geweld van twee kanten te bezwijken.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden