OpinieSchuldbelijdenis PKN

De schuldverklaring van de PKN is prima, maar het klopt niet dat het de kerk in de Tweede Wereldoorlog aan moed ontbrak

Juist in de Tweede Wereldoorlog waren kerken in Nederland actief om Jodenvervolging tegen te gaan. De schuldverklaring van de PKN is prima als erkenning, maar het klopt niet dat het de kerk toen aan moed ontbrak, schrijven George Harinck en Kees van der Kooi, hoogleraar en oud-hoogleraar aan de VU. 

De schuldverklaring van de PKN over de rol van de kerken jegens de Joden in de Tweede Wereldoorlog is in de eerste plaats gericht aan de Joodse gemeenschap. Dat begrijpen wij en onderschrijven wij als erkenning van de eigen rol die de theologie speelde bij de vorming van een voedingsbodem van antisemitisme. Wanneer echter gesteld wordt dat ‘het kerkelijke instanties veelal aan moed heeft ontbroken om voor Joodse inwoners van ons land positie te kiezen’, roept dit bij ons gevoelens op van vervreemding. Bij alle goede bedoelingen, dit klopt niet.

Als er nu één periode in de eeuwenlange geschiedenis van de Nederlandse protestantse kerken is geweest waarin ze voor Joden hun nek hebben uitgestoken, dan is het de Tweede Wereldoorlog. Die periode was om drie redenen uitzonderlijk.

In de eerste plaats richtten zij zich tot de overheid over maatschappelijk onrecht. Dat was in ons koninkrijk niet of nauwelijks gebeurd. De kerken protesteerden bovendien op een moment dat het riskant was: in de oorlog zijn tientallen predikanten door het Duitse regime omgebracht. Wie in 1939 zou hebben gezegd dat de kerken zich tegen het antisemitisme zouden uitspreken, zou vreemd zijn aangekeken. Zoiets deden kerken niet. Ze spraken zich niet eens uit over wat geestverwanten kregen te verduren, zoals protestanten in katholieke landen, of de Armeense christenen van de Ottomanen, laat staan over Joden.

Joodse ambtenarenverbod

Ten tweede: toen het in oktober 1940, pal op de eerste anti-Joodse maatregelen, toch gebeurde, ging het niet over religie, maar over iets heel concreets: het Joodse ambtenarenverbod. De kerken die vaak stom waren als het over maatschappelijke misstanden ging – ze hadden niets gezegd toen in 1933 bij de muiterij op het marineschip De Zeven Provinciën of in 1934 bij het Jordaanoproer doden vielen door overheidsoptreden – trokken nu ter zake hun mond open, publiekelijk. Waar haalden ze de moed vandaan, terwijl er al predikanten en hoogleraren gevangen zaten om hun ideologische protest? Een andere kerk in een ander land die dit in de oorlog aandurfde is nauwelijks te vinden.

En tenslotte: de protestantse kerken begrepen dat het vijf voor twaalf was en sloten zich aaneen, ja vanaf 1941 zelfs met de flinkste van alle erbij, de rooms-katholieke kerk. En wat ze nog nooit hadden gedaan: ze gingen in 1942 zelfs naar Rijkscommissaris Seyss-Inquart toe om het arresteren, wegvoeren en mishandelen van Joden aan te kaarten en deze nationaal-socialist voor te houden ‘dat de hoogste christelijke norm niet ras, bloed en bodem was, maar de wet van het evangelie, die rassenhaat categorisch veroordeelde’. En niet te vergeten, het publiek protest van de kerken in augustus 1943 bij de Rijkscommissaris tegen gedwongen sterilisatie. Of de weigering van kardinaal De Jong af te zien van een publiek protest tegen de Jodenvervolging in de zomer van 1942. De bezetter reageerde met het oppakken van talloze gedoopte Joden. Even ter vergelijking. Heeft iemand de politietop bij Seyss-Inquart zien klagen, de NS-directie, of de notarissen? Nee, zoiets deden alleen de kerken.

Zeker, zij zaten gevangen tussen het dilemma van ‘moreel getuigenis en praktische redding’ (J. Bank), een dilemma dat ons niet onbekend is bij het zien van de situatie van migranten en hun kinderen op Lesbos. In de oorlog zelf hebben de kerken het, de omstandigheden in aanmerking genomen, niet slecht gedaan. Wel zat in de theologie een ernstige weeffout en de verklaring noemt dat terecht schuld. De vervangingstheologie stelde de kerk in de plaats van Israël, en dat is in de geschiedenis een bodem geweest voor antisemitisme. De gangbare theologie heeft inmiddels op dat punt bijgeleerd.

Ze zijn opgestaan en hebben de waarheid gezegd

Maar zelfs die ernstige weeffout heeft niet geleid tot kerken die op het gevaarlijkste moment zekerheidshalve de antisemitische kaart speelden. Nee, ze zijn opgestaan en hebben de waarheid gezegd. En daarom hebben wij moeite met wat de schuldverklaring juist over deze periode zegt. De schuldverklaring van de PKN over de rol van de kerken jegens de Joden in de Tweede Wereldoorlog is in de eerste plaats gericht aan de Joodse gemeenschap. Dat begrijpen wij en onderschrijven wij als erkenning van de eigen rol die de theologie speelde bij de vorming van een voedingsbodem van antisemitisme. Wanneer echter gesteld wordt dat ‘het kerkelijke instanties veelal aan moed heeft ontbroken om voor Joodse inwoners van ons land positie te kiezen’, roept dit bij ons gevoelens op van vervreemding. Bij alle goede bedoelingen, dit klopt niet. 

Als er nu één periode in de eeuwenlange geschiedenis van de Nederlandse protestantse kerken is geweest waarin ze voor Joden hun nek hebben uitgestoken, dan is het de Tweede Wereldoorlog. Die periode was om drie redenen uitzonderlijk.

In de eerste plaats richtten zij zich tot de overheid over maatschappelijk onrecht. Dat was in ons koninkrijk niet of nauwelijks gebeurd. De kerken protesteerden bovendien op een moment dat het riskant was: in de oorlog zijn tientallen predikanten door het Duitse regime omgebracht. Wie in 1939 zou hebben gezegd dat de kerken zich tegen het antisemitisme zouden uitspreken, zou vreemd zijn aangekeken. Zoiets deden kerken niet. Ze spraken zich niet eens uit over wat geestverwanten kregen te verduren, zoals protestanten in katholieke landen, of de Armeense christenen van de Ottomanen, laat staan over Joden.

Ten tweede: toen het in oktober 1940, pal op de eerste anti-Joodse maatregelen, toch gebeurde, ging het niet over religie, maar over iets heel concreets: het Joodse ambtenarenverbod. De kerken die vaak stom waren als het over maatschappelijke misstanden ging – ze hadden niets gezegd toen in 1933 bij de muiterij op het marineschip De Zeven Provinciën of in 1934 bij het Jordaanoproer doden vielen door overheidsoptreden – trokken nu ter zake hun mond open, publiekelijk. Waar haalden ze de moed vandaan, terwijl er al predikanten en hoogleraren gevangen zaten om hun ideologische protest? Een andere kerk in een ander land die dit in de oorlog aandurfde is nauwelijks te vinden.

En tenslotte: de protestantse kerken begrepen dat het vijf voor twaalf was en sloten zich aaneen, ja vanaf 1941 zelfs met de flinkste van alle erbij, de rooms-katholieke kerk. En wat ze nog nooit hadden gedaan: ze gingen in 1942 zelfs naar Rijkscommissaris Seyss-Inquart toe om het arresteren, wegvoeren en mishandelen van Joden aan te kaarten en deze nationaal-socialist voor te houden ‘dat de hoogste christelijke norm niet ras, bloed en bodem was, maar de wet van het evangelie, die rassenhaat categorisch veroordeelde’. En niet te vergeten, het publiek protest van de kerken in augustus 1943 bij de Rijkscommissaris tegen gedwongen sterilisatie. Of de weigering van kardinaal De Jong af te zien van een publiek protest tegen de Jodenvervolging in de zomer van 1942. De bezetter reageerde met het oppakken van talloze gedoopte Joden. Even ter vergelijking. Heeft iemand de politietop bij Seyss-Inquart zien klagen, de NS-directie, of de notarissen? Nee, zoiets deden alleen de kerken.

Migranten en hun kinderen op Lesbos

Zeker, zij zaten gevangen tussen het dilemma van ‘moreel getuigenis en praktische redding’ (J. Bank), een dilemma dat ons niet onbekend is bij het zien van de situatie van migranten en hun kinderen op Lesbos. In de oorlog zelf hebben de kerken het, de omstandigheden in aanmerking genomen, niet slecht gedaan. Wel zat in de theologie een ernstige weeffout en de verklaring noemt dat terecht schuld. De vervangingstheologie stelde de kerk in de plaats van Israël, en dat is in de geschiedenis een bodem geweest voor antisemitisme. De gangbare theologie heeft inmiddels op dat punt bijgeleerd.

Maar zelfs die ernstige weeffout heeft niet geleid tot kerken die op het gevaarlijkste moment zekerheidshalve de antisemitische kaart speelden. Nee, ze zijn opgestaan en hebben de waarheid gezegd. En daarom hebben wij moeite met wat de schuldverklaring juist over deze periode zegt.

Lees ook:

Waar kwam de schuldbelijdenis van de PKN vandaan? Een reconstructie

De Joodse gemeenschap had begin dit jaar kritische vragen bij de plannen van de Protestantse Kerk in Nederland schuld te belijden voor haar rol voor, in en na de oorlog. Zondag sprak PKN-scriba René de Reuver de verklaring uit. Een reconstructie in drie delen.

Woede over WOII-schuldbelijdenis PKN: ‘De kerk schoffelt over de graven van verzetsmensen’

Zondag belijdt de Protestantse Kerk in Nederland schuld voor de rol van de kerk voor, tijdens en na de oorlog. Die actie is een grote fout, vinden de nabestaanden van verzetsmensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden