Column

De regenboogvlag brengt een diepe breuk in beeld

Beeld Trouw

Een halve eeuw nadat de Culturele revolutie uitbrak die wilde afrekenen met de ­traditionele ordening van God, gezin en vaderland, lijkt deze omwenteling voltooid. 

De regenboogvlag van de homobeweging die deze week op nogal wat gemeentehuizen werd gehesen, van Appingedam tot Amsterdam, markeerde de ­ingrijpende verandering die zich in de publieke moraal heeft voltrokken.

De betekenis reikt dus wat verder dan louter een reactie op de denkbeelden in de orthodoxe marge van de protestantse kerken, gevat in de zogeheten Nashville-verklaring. Voor de vlaggende gemeentebesturen was het kennelijk zonneklaar dat de moraal, die diversiteit in seksen en seksuele leefwijzen van individuele burgers erkent en ruimte verschaft, behoort tot de kernwaarden van deze natie die de overheid mag uitdragen.

Misverstand of moedwil?

Hoe hartverwarmend ook, je mag niet zonder meer voorbijgaan aan de vraag hoe het vlagvertoon van overheidsgebouwen zich verhoudt tot de scheiding van kerk en staat. Juist dat beginsel staat aan het begin van de vrijheid van het individu zijn leven naar eigen inzicht en overtuiging vorm te geven, vrij van de staat en vrij van de kerk. Ironisch genoeg kom je de laatste jaren juist in liberale kring vaak de uitleg tegen dat wat niet (meer) van de kerk is, van de staat is.

Is dat louter een misverstand of moedwil om een oude rekening te vereffenen uit de tijd dat Nederland nog overwegend christelijk was en de kerken een bevoogdende rol speelden? Zulk revanchisme zou haaks staan op de geest van de Culturele revolutie, die nu juist werd aangedreven door weerstand tegen aanpassing aan een bestaande orde. De individuele expressievrijheid die daarvan het ­gevolg was kan, nu zij dominant is ­geworden, gemakkelijk verkeren in druk op burgers en bevolkingsgroepen zich aan de nieuwe moraal aan te ­passen.

Die tendens is er overduidelijk sinds onze samenleving zich rondom de eeuwwisseling bewust is geworden van de aanwezigheid van een cultuur op deze bodem, waarvan de moraal in de hoofdstroom vergelijkbaar is met die van de 250 orthodoxe dominees. Niet voor niets werd de SGP van mede-ondertekenaar Van der Staaij ineens aangemerkt als ‘Poldertaliban’ en werd deze partij vanwege haar vrouwenstandpunt door overheid en rechter in het gelid van de moderne tijd gedrongen.

Pijnlijk

De Canadese socioloog Charles Taylor schreef een kleine tien jaar terug in zijn boek ‘Een seculiere tijd’ dat de breuk tussen de oude en nieuwe ordening ‘zeer diep’ en ‘vervreemdend’ is geweest. Dat is de afgelopen week wel gebleken, maar niet voor het eerst. De breuk manifesteerde zich hier al ijzig helder in 1993, in het Kamerdebat over de Wet gelijke behandeling. Daarin deed zich het bijzondere feit voor dat minister Ien Dales verklaarde niet meer te willen spreken met de Kamerleden van de drie kleine christelijke partijen, omdat zij homoseksualiteit als zondig beschouwen.

Dales wierp in feite de ministersmantel af en zei als persoon (lesbisch, maar daar liep ze niet mee te koop) tegen de mannenbroeders Leerling, Schutte en Van den Berg: “Dit debat is voor u pijnlijk. Zo is het ook voor mij pijnlijk dat ik met drie partijen in deze Kamer niet meer van gedachten kan wisselen over dit onderwerp.”

De onoverbrugbare kloof die zij in een doodstille vergaderzaal voelbaar maakte, betrof niet de afstand christelijk-seculier. Ze zei: “Ik ben bereid te zeggen dat ik naar Gods woord en geboden wil leven, maar niet naar de uitleg daarvan die omvat dat je niet homofiel kunt zijn.” Het ministerskleed weer aantrekkend zei ze dat de wet geen aantasting is van de godsdienstvrijheid. “Met deze wet worden niet verschillende interpretaties van de Heilige Schrift verboden. De wet zegt alleen dat een bepaalde gedragsinterpretatie van de Schrift niet meer kan.”

Helsverdrag

De diepe breuk die Taylor waarnam in de jaren zestig van de vorige eeuw heeft door de komst van de islam naar deze streken nog een extra scherpe rand gekregen. Deze dimensie versterkte de afgelopen decennia de ­aandrang om de overheid de rol op te dringen van bevrijder van godsdienst in plaats van waker over de vrijheid van godsdienst. Dat gaat te ver. De overheid is er voor alle burgers, ook degenen die er opvattingen op nahouden die je slechts tandenknarsend kunt tolereren.

Het Kamerlid Schutte nam bij zijn vertrek uit het parlement in 2001 minister Dales niets kwalijk. Zij drukte ons met de neus hard op het feit dat we een kleine minderheid zijn, zei hij. Zo is dat en dat relativeert de betekenis van de Nashville-verklaring. Vergeet ook niet dat er op de flank die in de SGP haar politieke uitdrukking vindt ‘ware predikers’ zijn die deze verklaring beschouwen als ‘een voorzichtig verdrag met de hel’, omdat zij homoseksualiteit niet volledig verwerpt. Hou daar de regenboogvlag maar eens bij binnen.

Goslinga 

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie.

Lees ook:

Remkes maakt de weg vrij voor Nederlandse Berlusconi’s

In 1977 maakte een politieke partij voor het eerst van de verkiezingen voor de Tweede Kamer een premierverkiezing. ‘Kies de minister-president’, luidde haar oproep aan de kiezers

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden