OpinieSchuld

De rechter liet afstandsmoeders in de kou staan. En wat doet de overheid?

null Beeld

De rechter kan het leed dat ‘tweederangsburgers’ is aangedaan niet altijd goedmaken. Het antwoord moet echt van de overheid komen, stellen Nicole Immler en Niké Wentholt, onderzoekers in het ‘Dialogics of Justice’ project aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.

Nicole Immler en Niké Wentholt

Steeds vaker moet de rechter een oordeel vellen over historisch onrecht. Vorige week eiste de Stichting Japanse Ereschulden compensatie van de Nederlandse staat voor oorlogsschade onder de Japanse bezetter. Twee dagen later kreeg de staat gelijk in de zaak over de ‘afstandsmoeders’ die gedwongen hun kind afstonden. Beide zaken gaan over een overheid die een categorie van ‘tweederangsburgers’ creëerde en niet wilde beschermen. Omdat de staat zijn fouten blijft ontkennen, ervaren deze groepen het historische onrecht als een voortdurend onrecht en zoeken zij erkenning in de rechtszaal.

Emotionele lading

In de zaak van de afstandsmoeder leek de rechter haar positie in deze zoektocht te bevestigen. ‘Ik hoor u’, reageerde zij op het persoonlijke verhaal van de eiseres, die beschreef hoe zij in de jaren zestig als ongehuwde moeder – indertijd vaak gezien als ‘gevallen vrouw’ – haar kind moest afstaan. En ook in de zaak van de Japanse Ereschulden erkende de rechter dat de ‘juridisch-technische’ taal maar gedeeltelijk recht doet aan de emotionele lading.

Dat het überhaupt tot een rechtszaak komt, is op zichzelf een stap in de richting van erkenning. Tenslotte reisde de Stichting Japanse Ereschulden 28 jaar lang zonder succes af naar de Japanse ambassade, en gingen de afstandsmoeders vergeefs het gesprek met de Raad van de Kinderbescherming en de staat aan. De rechter zette de deur in beide gevallen wél open.

Toch voelen de afstandsmoeders zich nu ‘opnieuw in de kou gezet’, aldus Trudy Scheele-Geertsen, die samen met het bureau Clara Wichmann de rechtszaak aanspande, omdat de rechter de staat en de Raad voor de Kinderbescherming vrijuit liet gaan. Zij hadden destijds geen ‘structurele’ en ‘juridisch verwijtbare’ fouten gemaakt. De vrouwen werden gedwongen hun kind af te staan, zo stelde de rechter, door een samenspel van sociale en religieuze opvattingen.

De rechter erkende hun leed, maar bood geen adequaat juridisch antwoord. Dit doet extra pijn. De moeders stapten juist naar de rechter omdat de staat en de maatschappij geen erkenning en gerechtigheid boden. Nu kaatste de rechter deze bal simpelweg terug.

Van zaken als Srebrenica en Rawagede weten we dat ze inderdaad het maatschappelijke debat kunnen openbreken. Maar het gevaar is dat dit gesprek alleen gaat over erkenning van het leed toen, terwijl de Stichting Japanse Ereschuld en de Afstandsmoeders, en veel andere slachtoffergroepen, juist verandering in het nu vragen.

Beide zaken laten zien: de Nederlandse staat handelt structureel onzorgvuldig jegens diegenen die op dat moment als tweederangsburgers werden beschouwd. Of dat nu oorlogsslachtoffers op niet-Europees grondgebied zijn, of ongehuwde vrouwen. De staat verschuilt zich graag achter maatschappelijke normen ‘van toen’. Maar ze is net zo goed maker van deze normen.

Fouten blijven ontkennen

Zaken van historisch onrecht maken pijnlijk duidelijk wat er gebeurt als we de ‘tijdgeest’ haar gang laten gaan. Zoals ook historicus Mathieu Segers heeft gesteld naar aanleiding van de toeslagenaffaire: instituties moeten meer zelfonderzoek doen. In plaats van fouten te blijven ontkennen (een uiting van ‘de morele superioriteit van het ambtelijke apparaat’) moet de staat een opener en actievere houding aannemen tegenover diegenen die het leed heeft aangedaan. In de woorden van de Stichting Japanse Ereschulden: ‘Ga met ons aan de tafel zitten om een fatsoenlijk besluit te bespreken’.

De vraag die de rechter niet heeft beantwoord, maar die wij als maatschappij wel moeten stellen, is: hoe willen we dat onze instituties omgaan met de meest kwetsbaren? Met zowel de zaak Japanse Ereschulden, de afstandsmoeders en de toeslagenaffaire vers in ons geheugen, zijn dit geen opdrachten van het verleden, maar juist van nu.

Lees ook:

Staat valt niet te verwijten dat moeders destijds hun kinderen moesten afstaan. De tijdgeest was anders, oordeelt de rechter

De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen juridisch verwijtbare fouten gemaakt toen ongehuwde moeders in het verleden gedwongen werden hun kind af te staan, oordeelde de rechtbank woensdag.

Lees ook:

René Paas blijft strijden voor de Groningers: ‘Veiligheid is een grondrecht’

René Paas had zijn provincie een beter begin van het nieuwe jaar gegund. Maar het komt goed, zegt de Groninger commissaris van de Koning.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden