CommentaarKoning Willem-Alexander

De recente toespraken van de koning laten zien dat hij taboes niet uit de weg gaat

Met zijn toespraak maandag op een verlaten Amsterdamse Dam ter gelegenheid van de Nationale Dodenherdenking, heeft koning Willem-Alexander grote indruk­­ gemaakt. Van links tot rechts werd waardering uitgesproken voor zijn erkenning van het grotendeels zwijgen van zijn overgrootmoeder, koningin Wilhelmina, over de genocide op de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog en voor zijn eerbetoon aan een van de overlevenden van de vernietigingskampen, Jules Schelvis. De koning verwees expliciet naar de inmiddels overleden Schelvis, die hem vertelde ondanks alles vertrouwen in de mensheid te hebben gehouden. “Als hij het kon, kunnen wij het ook. Wij kunnen het, wij doen het samen – in vrijheid”, zei de koning.

Die boodschap van optimisme, betrokkenheid en compassie komt steeds terug. In enkele maanden tijd heeft de koning vier belangwekkende toespraken gehouden die hem karakteriseren als een meelevende en verbindende koning die taboes niet uit de weg gaat. Verbindend wilde hij altijd al zijn, maar met het rijper worden van de jaren lijkt hem dat steeds beter af te gaan.

Vier belangwekkende toespraken in korte tijd

In zijn laatste kersttoespraak constateerde de koning dat verdriet en gevoelens van eenzaamheid er ook mogen­­ zijn. “Streven naar geluk is mooi, maar het mag geen obsessie worden”. In zijn toespraak in Indonesië op 10 maart bood hij als staatshoofd zijn excuses aan voor de ‘geweldsontsporingen van Nederlandse zijde’ na de door Indonesië uitgeroepen onafhankelijkheid.

Halverwege maart sprak hij via de televisie het Nederlandse volk toe vanwege het uitbreken van de coronapandemie. “Het coronavirus kunnen wij niet stoppen. Het eenzaamheidsvirus wel’’, waarbij hij het volk opriep thuis te blijven en elkaar te steunen. Tijdens Koningsdag­­ riep hij, gedwongen thuis en omgeven door zijn gezin, iedereen op de strijd tegen het coronavirus vol te houden ‘ook na deze Koningsdag’.

En nu dus deze gedenkwaardige toespraak op de Dam, de eerste van een Nederlands staatshoofd in 75 jaar Dodenherdenking. Het is verleidelijk zijn verwijzing naar zijn overgrootmoeder als excuses te zien aan de Joodse bevolking, maar het lijkt vooral zijn persoonlijke twijfel weer te geven over de vraag waarom Wilhelmina, die tijdens haar ballingschap in Londen veel Nederlanders ontving, grotendeels zweeg over de Jodenvervolgingen, terwijl daarover toen al redelijk veel bekend was. “Het is iets dat me niet loslaat”. Bovendien waren excuses al eerder, begin januari, door premier Rutte namens de regering uitgesproken bij de Nationale Holocaust-herdenking. Dat hij toch openhartig refereert aan zijn overgrootmoeder, destijds zeer populair, tekent zijn streven om ook taboes over zijn familie niet uit de weg te gaan.

De mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden