Opinie Cultuurbestel

De praktijk staat nog ver weg van het nieuwe cultuurbeleid

Cultuur is nog steeds in handen van de gevestigde orde. De droom van onderop heeft steun van bovenaf nodig, meent Giep Hagoort, emeritus hoogleraar kunst en economie aan de Universiteit Utrecht.

Vernieuwing, verbreding én veel verantwoordelijkheid voor de verschillende regio’s. Het zijn drie van de voornaamste uitgangspunten van het nieuwe cultuurbestel dat onlangs door minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en ­Wetenschap) is gepresenteerd.

In de periode 2021-2024 moet het door de overheid gesteunde aanbod ‘een goede afspiegeling zijn van de verschillende voorkeuren in de samenleving én van het culturele veld’. Zodat het cultuurbestel inclusiever wordt, en óók mensen weet te betrekken die – in de woorden van de bewindsvrouw – ‘een zetje nodig hebben’. Een prachtig streven: cultuur is tenslotte van en voor iedereen. Maar wie kijkt naar de manier waarop het gros van de culturele instellingen momenteel nog is georganiseerd én hoe de aansturing vanuit lokale overheden is geregeld, heeft de nodige twijfels. Wat komt er in de praktijk van terecht? Hoe lang praten we bijvoorbeeld al over culturele diversiteit?

Eerder dit jaar heb ik een studie gedaan naar cultuurregio’s en kunstmanagement. De conclusie: het publiek wordt nog niet echt gezien als volwaardige partner om samen programma’s mee te ontwikkelen. Medewerkers zijn daarnaast sterk op hun eigen kunstdisciplines gericht, en hebben weinig oog voor de kansen die kruisbestuiving met andere disciplines biedt. Dit staat een meer divers aanbod in de weg.

Nog altijd richten ook culturele instellingen zich vooral op hun eigen discipline: schouwburgen bieden toneelvoorstellingen, musea zetten exposities op en concertzalen programmeren vooral gevestigde muziek. Ooit een succesformule, maar nu weinig verrassend en zeker niet vernieuwend. Met andere woorden: het zetje dat nodig is om potentieel nieuw publiek een stem te geven, is vanuit deze instellingen vooralsnog uitgebleven. Dat maakt de door de minister gewenste verbreding een stuk lastiger te realiseren.

Geef publiek zeggenschap

Wat is daar dan voor nodig? In ieder ­geval: flinke stappen vooruit. De uitgangspunten van de minister vragen om culturele instellingen die zich weten te ontwikkelen tot vernieuwende netwerkorganisaties. Die inzetten op multidisciplinaire samenwerking en het plaatselijke publiek zeggenschap geven rond beleid en programmering. En vooral ook: die ruimte scheppen voor creatieve kruisbestuiving met niet-culturele bedrijven.Het is te prijzen dat de minister cultuurregio’s van onderop wil laten ontstaan. Maar ingrijpen van bovenaf moet mogelijk blijven als lokale bestuurders de mist ingaan.

Daarnaast is het zaak om instellingen waar het vandaag de dag al goed gaat, te koesteren en te belonen. Tijdens mijn studie ontmoette ik al een paar van deze organisaties. Zo is er De Domijnen, in 2014 opgericht op voorspraak van de gemeente Sittard-Geleen. Deze instelling combineert diverse functies in stad en regio: podium, educatie en exposities. Ze werkt vanuit verschillende gebouwen en buitenlocaties, en sloopte traditionele schotten tussen schouwburg, musea, archief, archeologie, filmhuis en popcentrum. Medewerkers werken in multidisciplinaire teams en worden breed ingezet, vorig jaar bij ruim 1.600 activiteiten.

Samen met de inwoners zorgen ze voor een breed aanbod van (ook nieuwe) genres. Denk aan een crossover-festival met zowel rock als klassieke muziek of de introductie van open leeswinkels in winkelcentra, een innovatief concept waarvoor ook in de eigen ­Euregio belangstelling bestaat.

De positie van dit soort koplopers is precair. Innovatieve culturele netwerkorganisaties missen een formeel beoordelingskader en zijn daarmee in onze overheidsbureaucratie kwetsbaar. De standaard is nog steeds: beoordelen op basis van losse organisaties als musea, schouwburgen en bibliotheken. Met ­integrale functies zoals bij De Domijnen kunnen beleidsmakers nauwelijks overweg.

Dit moet anders. En het kan anders zoals Sittard-Geleen laat zien. De sleutelrol ligt bij instellingen en gemeenten die de moed hebben om cultuur van onderop écht ruimte te geven. Als de minister ervoor zorgt dat vernieuwende initiatieven worden beloond en dat goed voorbeeld hierdoor doet volgen, komt de realisatie van haar gedroomde cultuurbestel een stuk dichterbij.

Lees ook:

Ook moderne cultuurgenres moeten subsidie van het Rijk kunnen krijgen, vindt de Raad voor Cultuur

Er moet meer geld naar kunst voor een breed publiek, vindt de Raad voor Cultuur. De traditionele kunstvormen hebben niks te vrezen.

We dachten met Halbe Zijlstra een cultureel dieptepunt te hebben bereikt, maar het kan nog erger

Mark Rutte op gympen, in spijkerbroek en hemdsmouwen. Geen VVD-congres maar een VVD-festival. Lekker eten, drinken en stand-uppolitiek. Cabaret dus. De woordvoerder voor cultuurbeleid roept: weg met de opera, leve de fanfare! 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden