Opinie

De periode van voorwaardelijke invrijheidstelling werkt als stok achter de deur

Het Norgerhaven-compleex, onderdeel van de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen. Beeld ANP

Strengere regels voor invrijheid-stelling van gedetineerden zijn bezwaarlijk, stellen Jacques Claessen, Pauline Jacobs en Sonja Meijer, universitair docenten strafrecht in respectievelijk Maastricht, Utrecht en Amsterdam (VU) 

Minister Dekker diende op 17 januari het wetsvoorstel ‘Straffen en beschermen’ in bij de Tweede Kamer. Belangrijk onderdeel is de aanscherping van de regeling inzake de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: VI).

De reden? Al jaren wordt vanuit een deel van de samenleving, media en politiek kritiek geuit op de VI-regeling: het valt niet aan ‘het volk’ uit te leggen dat daders veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan twee jaar na twee derde deel van hun straf vrijkomen. Een dader die door de rechter tot achttien jaar cel wordt veroordeeld, komt momenteel in beginsel na twaalf jaar vrij. De minister wil een einde maken aan deze in zijn ogen te softe regeling. Tegen het wetsvoorstel kunnen echter fundamentele bezwaren worden ingebracht.

Voorwaarden

Zo gaat dat voorbij aan het belang van resocialisatie. Veroordeelden kunnen in de voorgestelde regeling voor maximaal twee jaar voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. In ons voorbeeld zal de gedetineerde pas voorwaardelijk in vrijheid kunnen worden gesteld na zestien jaar. Dat betekent dat de periode waarin toezicht kan worden gehouden sterk wordt ingekort. Aan de invrijheidstelling worden namelijk voorwaarden verbonden: de gedetineerde mag geen nieuwe strafbare feiten plegen en daarnaast kan hij bijvoorbeeld worden verplicht zich te laten behandelen voor een stoornis of verslaving.

De VI-periode werkt als stok achter de deur: indien de persoon de voorwaarden overtreedt, kan de rechter bepalen dat hij alsnog de gehele straf moet uitzitten. Vrijblijvend is de huidige regeling dus zeker niet. Doel van de huidige VI-periode is gedetineerden geleidelijk aan opnieuw te laten wennen aan hun vrijheid. Dit is vooral bij langgestraften belangrijk. De kans is groot dat zij na hun vrijlating opnieuw in de fout gaan.

Ook kan het wetsvoorstel nadelig uitpakken voor gedetineerden met een psychische of verstandelijke beperking en/of een verslaving. In de nieuwe regeling moeten gedetineerden hun VI evenals hun resocialisatieactiviteiten en verlof ‘verdienen’ door ‘goed gedrag’. Het belonen van goed gedrag hoort in de visie van de minister thuis bij een persoonsgerichte benadering van gedetineerden, waarbij de gedetineerde primair zelf verantwoordelijk is voor hoe hij zijn detentietijd doorkomt: kaal afgestraft bij slecht gedrag of geresocialiseerd bij goed gedrag.

Vergelding en afschrikking

Gedetineerden die welwillend zijn, worden geholpen bij hun resocialisatie, krijgen verlof en worden voor maximaal twee jaar voorwaardelijk in vrijheid gesteld, terwijl gedetineerden die geen goed gedrag vertonen en daartoe wellicht door hun psychische of verstandelijke beperking en/of hun verslaving ook niet in staat zijn, de hele detentierit sober uitzitten. Hoewel in het gevangeniswezen wordt ingezet op het herkennen van kwetsbare gedetineerden, is dit nog altijd een punt van zorg.

Tenslotte dient het wetsvoorstel niet het doel van een veiligere samenleving. Immers, langgestraften – doorgaans veroordeeld wegens zwaardere misdrijven – kunnen, wanneer zij geen goed gedrag vertonen, volledig verstoken blijven van resocialisatieactiviteiten, verlof en VI. Op korte termijn is dit misschien een bevredigende gedachte, zeker voor degenen die focussen op vergelding, afschrikking en onschadelijkmaking, maar op langere termijn is dit allesbehalve een goed idee.

Deze groep gedetineerden zal ook onder de toekomstige regeling vrijkomen. Degene in ons voorbeeld komt niet meer vrij na twaalf jaar en ook niet noodzakelijk na zestien jaar, maar in ieder geval na achttien jaar. Slechts in enkele gevallen bestaat dan nog de mogelijkheid toezicht te houden.

Als de politiek daadwerkelijk recidive wil voorkomen en veiligheid wil realiseren, zal zij een gezonde balans moeten vinden tussen enerzijds vergeldingsbehoeften en anderzijds de resocialisatie van gedetineerden. Als dit wetsvoorstel wet wordt, zal de balans doorslaan in de richting van vergelding, met alle gevolgen van dien op termijn.

Lees ook:

Langer in de cel betekent minder lang begeleiding

Het kabinet wil dat zware criminelen niet meer na twee derde van hun straf kunnen vrijkomen. De reclassering is kritisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden