null Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

De overmoed van Mathieu versus de wederopstanding van twijfelaar Tom

Kijkend naar de mountainbikewedstrijd van de Olympische Spelen voelde ik plots een jankgeluid, net geen doodsreutel, uit mijn longen ontsnappen. Op het tv-scherm had Mathieu van der Poel net zijn salto gemaakt. Koprol over het stuur, fiets achter zich slepend, landing op de rug terwijl het stofwolkje dat zijn harde val veroorzaakte goud kleurde. Ik voelde weer mijn eigen ongeloof, liggend op de rug, starend naar het azuurblauw, op een zonnige zaterdag vier jaar geleden. Een gat in het wegdek, een blokkerend voorwiel en bij veertig kilometer per uur de harde landing meters verderop. Zelfde salto over het stuur en koprol in de lucht als Mathieu.

Ik heb al die jaren geprobeerd deze val op een Toscaans weggetje niet te herbeleven. Ik weet nu nog alleen dat ik, kort zwevend door de lucht, een gedachte kreeg die mijn bewustzijn doormidden zaagde: ‘Niet ik, dit kan niet, het is onwaar’. Maar de werkelijkheid vertaalde zich onmiddellijk in drie gebroken ribben en een gebroken schouder.

Gelukkig brak Van der Poel bij zijn val niets anders dan zijn olympische droom. Sport lijkt soms sprekend op het leven met zijn ordinaire lessen. Mathieu de alleskunner, Mathieu de veroveraar die zelfs in het plamuren van muurscheuren of in het grasmaaien ongetwijfeld de beste van zijn generatie moet zijn, Mathieu lag nu te kermen in een wolkje van treurnis. De plank die hij had verwacht bij die rotsenpartij was niet op de afgesproken plek verschenen. Hij was gewaarschuwd maar luisterde met een half oor. Dat heet, geloof ik, overmoed bedekt met een vernis van nonchalante arrogantie. Een groot kampioen blijft hij wel.

‘Dumoulin is te lief. Te lief om wielrenner te zijn’

Hoe anders ging het eraan toe gisterenochtend toen Tom Dumoulin, aan de schouders van zijn trainer vastgeklampt, een liter tedere tranen voor de camera moest inslikken. Tom de zachtaardige, Tom de twijfelaar met weinig kilometers in de benen, had tot ieders verwondering het zilver van de olympische tijdrit gepakt.

In september vorig jaar in de Tour pleegde hij op de col van de Peyresourde een soort van zelfmoord: hij ging knechten voor zijn ploeggenoot Roglic. Tom de waterdrager. Ook in zijn hoofd klotste het. Jan Janssen, Tourwinnaar in 1968, zei toen: “Dumoulin is te lief. Te lief om wielrenner te zijn. Soms moet je als renner zeggen: de dood of de gladiolen. Er ontbreekt iets aan hem. Dodelijk voor een renner.”

Heeft Tom Dumoulin de snijdende woorden van ‘le professeur’ opgevangen en te lang erop zitten kauwen? Vier maanden later hing hij zijn fiets aan de wilgen. Kun je tussen de wilgen herbronnen? Over deze hoogtestage in het vagevuur zei hij later tegen Kick Hommes in een mooi interview dat hij toen ‘een hekel aan de fiets’ had gekregen.

Gisteren keek ik naar dit onbewogen standbeeld op wielen. Een stilist op weg naar zilver die in marmer leek gegoten. Kijk en jubel: van getroebleerd ectoplasma met mentale aarzelingen naar aerodynamische sculptuur in Japans decor. Tom de Zachtaardige is nu voor anderen een les in wederopstanding.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden