Beeld Trouw

Column

De ontmaskering van ons optreden in Nederlands-Indië verloopt met horten en stoten

Waren we nog lekker aan het ruziën over de nalatenschap van Jan Pieterszoon Coen, komen er alweer nieuwe onheilsberichten uit Nederlands-Indië. 

Nederlandse militairen blijken tijdens de politionele acties mensen te hebben onderworpen aan hanengevechten; man tegen man, en wie verloor kreeg de kogel. Het goddelijk oordeel had hem als schuldig aangewezen.

Ik vroeg me meteen af: wanneer begint dat eigenlijk, het ‘in de tijd zien’ van gruweldaden? Hoe lang moeten ze daarvoor geleden zijn? Wie meent dat de verering van Coen – die 15.000 eilandbewoners uitroeide, en gijzelaars liet onthoofden en vierendelen – niet langer gepast is, krijgt te horen dat zijn standpunt anachronistisch is. En ik geef toe, 1621 is lang geleden en de mores waren toen anders, al waren sommige tijdgenoten ontzet over Coens wreedheden; politiek correct avant la lettre.

Maar hoe zit dat met oorlogsmisdaden uit 1947? De eindsalvo’s van het koloniale tijdperk klinken in elk geval heel wat luider dan de beginsalvo’s. Er is geen harde grens tussen datgene waarvoor we ons wel en niet verantwoordelijk kunnen voelen, maar hoe recenter de ellende, hoe lastiger die naast ons neer te leggen. Ook als we inmiddels (bijna) allemaal te jong zijn om er deel aan te hebben gehad.

Er lopen hier wellicht een paar dingen door elkaar. Er is de juridische verjaring – waar de Nederlandse staat zich inzake de politionele acties eerder al ten onrechte op beriep – en er is zoiets als historische rechtvaardigheid, eerlijke geschiedschrijving en een volwassen nationaal zelfbeeld. 

Ontmaskering

Stel dat buitenlandse militairen in 1947 in Nederland man-tot-man-gevechten hadden georganiseerd onder verdachte burgers, dat zou ongetwijfeld een andere plek in ons nationale geheugen hebben gekregen dan de ‘Godsgerichten’ die Nederlandse militairen uitvoerden op Zuid-Sulawesi, waar ik tot gisteren nooit van had gehoord.

De ontmaskering van ons optreden in Nederlands-Indië verloopt met horten en stoten. Eerst mocht de inzet van het leger tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders geen oorlog heten, daarna kostte het moeite de ‘excessen’ te erkennen, vervolgens deed de staat er alles aan om geen schadevergoeding te hoeven betalen, en uiteindelijk duurde het tot eind 2016 tot de regering haar fiat gaf aan een grootschalig historisch onderzoek naar ‘het geweldsgebruik in de dekolonisatie in Nederlands-Indië’.

Ik weet dat de individuele militair die tussen 1946 en 1949 naar eer en geweten heeft gehandeld niet verantwoordelijk is voor de oorlog waar de Nederlandse regering hem naartoe stuurde. Velen van hen voelden zich achteraf bedrogen. Maar toch gaat mijn sympathie vooral uit naar de 2600 jongens en mannen die werden veroordeeld wegens dienstweigering, omdat ze niet wilden vechten voor het behoud van een kolonie. De Hoge Raad wees in 2013 een verzoek om eerherstel af; alleen ‘de politieke en wetgevende organen’ kunnen de historie rectificeren, zei de rechter. Ik vrees dat de weinig nog levende weigeraars dat niet meer zullen meemaken.

Lees hier onze longread over de zogeheten 'godsgerichten' terug, waarin ook nabestaanden aan het woord komen.

Columnist Rob de Wijk maak zich zorgen over wat hij ziet als 'een onbedwingbare neiging voorbije tijden met hedendaagse maatstaven te beoordelen en de geschiedenis te wissen'.

Hier leest u meer columns van Stevo Akkerman

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden