Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Nederlander wil niet betalen voor dierenwelzijn

Opinie

Tom Saat

© ANP
opinie

We kunnen dierenrechten met de mond belijden, in de winkel spreekt toch vooral de portemonnee, schrijft Tom Saat, biologisch boer in Almere.

Dierenwelzijn hoort thuis in de Grondwet, schrijft Janneke Vink. Dat is niet alleen problematisch omdat in de Grondwet alleen de grondrechten van mensen worden gewaarborgd, maar het is ook zeer de vraag of de Nederlander dat wel zo belangrijk vindt.

Lees verder na de advertentie

Met verwijzing naar een onderzoek dat 95 procent van de Nederlanders dierenwelzijn belangrijk vindt, staaft Vink de bewering dat dierenwelzijn de Nederlander ‘in het DNA zit’. Als filosoof zou zij toch moeten weten dat de meningen die mensen hebben doorgaans maar een beperkte invloed hebben op wat ze in het leven van alledag echt doen. Feit is dat 90 procent van alle Nederlanders bij de inkopen een keuze maakt voor vlees uit de bio-industrie. In het Nederlandse DNA zit de portemonnee kennelijk wel heel goed verankerd.

De meeste mensen geven (helaas) een ander oordeel met hun hoofd (mening of ideaal) dan met hun handen (de keuze in de winkel). Het meest schrijnende voorbeeld daarvan deed zich een aantal jaren geleden voor in Zwitserland. Daar werd de bevolking de keuze voorgelegd of de intensieve kippenhouderij verboden moest worden. En masse werd er voor het verbod gestemd en dus kwam er een verbod. 

Besef dat de keuze voor 90 procent vlees uit de intensieve veehouderij, ook een keuze is voor het type boer dat overblijft

Er was echter niet geregeld dat de import van eieren uit deze industrie ook verboden zou worden, met als gevolg dat de Zwitserse boeren met hun eieren bleven zitten omdat er voornamelijk (goedkope) importeieren werden gekocht. Hier zijn talloze voorbeelden van te noemen. Bijna iedereen wil een mooiere, duurzamere wereld als hij of zij daar vrijblijvend naar wordt gevraagd, maar zodra het op keuzes maken aankomt, gebeurt vaak het tegenovergestelde.

Iedereen een mening

Dat neemt niet weg dat bijna iedereen wel een mening heeft over dierenwelzijn. Op onze boerderij maken we dat dagelijks mee. Onze koeienstal is open voor publiek en elke week nemen enkele honderden mensen daarin een kijkje. Die stal is een potstal waarin de koeien vrij rondlopen en de mest zich mengt met dagelijks vers stro. Onder de bezoekers is er elke week wel iemand die naar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit belt, want de koeien lopen gewoon in hun eigen mest!

In het begin kwam de NVWA nog weleens langs, omdat ze dat wel moet, maar dat is inmiddels allang gestopt. Ook zij weten nu wel dat dit mensen zijn die, niet gehinderd door enige kennis van de veehouderij, hun opvattingen over dierenwelzijn algemeen geldend verklaren. De antropomorfe opvatting over de omgang met dieren, het projecteren van menselijke normen en emoties op dieren, is voor hen heilig. Naarmate er steeds minder mensen vakmatig met veehouderij te maken hebben, komen steeds meer mensen met heel stellige opvattingen over wat dierenwelzijn is naar voren.

Voor veel vakinhoudelijke oordelen is het heel geaccepteerd dat je dat oordeel moet overlaten aan mensen die er verstand van hebben. Niemand zonder kennis van mechanica zal de constructie van een huis of een viaduct ter discussie stellen. Het is geaccepteerd dat je daar kennis van zaken voor nodig hebt. Bij dierenwelzijn is dat heel anders. Burgers, wetenschappers en filosofen kunnen daar van alles over zeggen, zonder enige kennis van veehouderij.

Wel iets aan de hand

Dat alles neemt niet weg dat er wel iets aan de hand is met het dierenwelzijn. Natuurlijk valt er nog veel te verbeteren, maar de samenleving zal moeten beseffen dat, doordat zij tot op de dag van vandaag voor 90 procent van de aankopen kiest voor vlees uit de intensieve veehouderij, daarmee ook een keuze maakt voor het type boer dat is overgebleven na de schaalvergroting van de afgelopen decennia.

Boeren die zo niet willen produceren zijn of allang gestopt of omgeschakeld naar biologische landbouw. Maar omdat er nog altijd te weinig mensen zijn die daar niet alleen met hun hoofd, maar ook met hun handen voor kiezen, is die laatste groep relatief klein. Daar verandert geen Grondwet wat aan.

Een Grondwet regelt de grondrechten van mensen en de samenleving laat haar niveau van beschaving onder meer zien door de wijze waarop zij met dieren omgaat. Mensen laten daarmee zien in hoeverre zij hun grondrechten kunnen omzetten in verantwoordelijkheid voor hun niet-menselijke omgeving. De Nederlander heeft daarin nog een schone taak.

Lees ook:

‘Niet alle varkens in Nederland kunnen naar buiten. Daarvoor is er te weinig grond’

Na de bezetting van een varkensboerderij in Boxtel laait de discussie over dierenwelzijn weer op. In zijn nieuwste boek roept bioloog Frans de Waal op tot meer transparantie en betere leefomstandigheden. Maar volgens varkensboer Stefan ter Avest is er niets mis.

Deel dit artikel

Besef dat de keuze voor 90 procent vlees uit de intensieve veehouderij, ook een keuze is voor het type boer dat overblijft