De Nederlander spreekt zijn mondje buitenlands - in één taal

Het Europees Parlement in Straatsburg is een multilinguïstisch instituut. De EU kent 24 officiële talen. Beeld REUTERS

Fransen hebben zoals bekend vele ondeugden en sinds kort hebben ze er nog een bij. Je zou zweren dat ze die van Nederland hebben overgenomen - als dit land er niet ten diepste van overtuigd was helemaal geen ondeugden te hebben. Chauvinistisch zijn Nederlanders natuurlijk niet; ook dat is een bijna exclusief minpunt van de vermaledijde Fransen. Maar stiekem vinden wij ons land wel het beste op aarde en zouden we onze omgangsvormen liefst wereldwijd verplicht stellen.

Dat lijkt inmiddels op één punt gelukt. In Parijs wordt de buitenlandse bezoeker in cafés en restaurants vrijwel automatisch in het Engels aangesproken. Pas wanneer hij terdege bewezen heeft dat hij het Frans in voldoende mate beheerst, is de kelner of serveerster bereid hem alsnog in de landstaal te woord te staan.

Hier valt dus nog wat aanvullende Nederlandse beschavingsarbeid te verrichten. In ons land laten we onze prooi niet zo snel los. De vreemdeling mag dan nog zoveel moeite hebben gedaan zich het Nederlands eigen te maken, wij staan hem onverstoord te woord met wat wij als het universele communicatiekanaal beschouwen. Blijkt hij het Engels toevallig niet te beheersen, dan concluderen wij alsnog te maken te hebben met een provinciaalse primitieveling.

Ik vermoed dat de meeste Nederlanders zich nauwelijks bewust zijn van de ongewilde grofheid van die houding. Veel vreemdelingen die zich min of meer permanent in dit land gevestigd hebben beklagen zich erover. Hun studie in de landstaal baat hen weinig. Nederlanders bedisselen al snel dat de conversatie véél makkelijker gaat in het Engels. Zolang het tenminste om hoog opgeleide buitenlanders gaat. Voor allochtonen gelden heel andere regels.

Mislukte hoffelijkheid
Die mislukte hoffelijkheid verraadt - zo zegt menige vreemdeling - tegelijk de verregaande slaafsheid van Nederlanders aan Big Brother van over de grote wateren. Wat Engelstalig is, is welgedaan. Het onderwijs in de andere grote taalgebieden heeft er in dit land vrijwel geheel voor moeten wijken. Nederlanders spreken nog altijd een flink mondje buitenlands - maar wel in één taal. En de rest van de wereld is zo goed niet, of ook zij wordt door hen naar die maat gemeten.

In een fraai artikel beschreef Kleis Jager deze week hoe de Afghaanse migrant Karwan Zamenkhel vanuit de 'jungle' in Calais terecht kwam in het Zuidfranse stadje Saverdun (24 okt, pag 3). Ik heb het even moeten opzoeken: 'Saverdun, regio Midi-Pyrénées, 4000 inwoners' zegt Wikipedia. 'En niemand sprak er Engels,' zo klaagt Zamenkhel.

Meelopersgedrag
Op Twitter werd hij volmondig bijgevallen. 'De Fransen weigeren weer eens Engels te spreken'. Ik kijk van dat soort linguïstisch meelopersgedrag al niet meer op. Dat het niet meer dan natuurlijk is wanneer er in een slaperig dorpje aan de voet van de Pyreneeën gewoon Frans gesproken wordt, lijkt een bizarre gedachte te zijn geworden. Net zo bizar als wie zich zou opwinden over het geheel ontbreken van Frans of Duits in Poulton-le-Fylde in noordwest Engeland, met een bevolking die ruim vier keer zo groot is als die van Saverdun.

Vreemd is die Engelse onkunde niet. Margaret Thatcher vond onderwijs in vreemde talen tijdverspilling: de anderen spreken maar ónze taal, zo verklaarde zij. Dat vinden Nederlanders dan weer helemaal níet chauvinistisch. Chauvinistisch, vergeet het niet, zijn de Fransen: zijn ze altijd geweest en zullen ze altijd zijn - ook al spreken velen van hen inmiddels wél een behoorlijk mondje buitenlands.

En dus was het huis te klein toen kort na de Brexit de Franse EU-onderhandelaar Michel Barnier aankondigde de scheidingsgesprekken met het VK in zijn eigen taal te willen voeren. Tenslotte is Frans een van de werktalen van de EU (tot voor twintig jaar zelfs de belangrijkste) en weet Barnier maar al te goed hoe het bij politieke besprekingen op nuances kan aankomen. Voor je het weet heb je in een taal die niet de jouwe is ingestemd met iets wat je eigenlijk niet wilt.

Maar de Britse premier Theresa May was des duivels - en ook in Nederland zag men er een typisch staaltje Franse arrogantie in. Geen Engelse natuurlijk. De Britse vanzelfsprekendheid ieder in de eigen taal naar de eigen hand te kunnen zetten vond iedereen, tja, vanzelfsprekend.

De socioloog Anton Zijderveld vertelde ooit in een column hoe hij dat probleem in gemengde vergaderingen oploste. Eerst zocht hij naar een taal die ieder sprak, maar niemand als moedertaal. Werd die niet gevonden, dan kwam het veelal toch weer op het Engels neer. Intussen was de Britten of Amerikanen fijntjes duidelijk gemaakt hoe provinciaal hun eenkennigheid wel niet was. Dat was een vergadering lang voldoende voor enige tempering van het hoogste Engelse woord.


Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden