null Beeld

ColumnIrene van Staveren

De natuur heeft een hoge prijs, maar daarmee is ze nog geen economische actor

Het statistisch bureau van de Verenigde ­Naties heeft een mijlpaal bereikt. Alle lidstaten zijn het eens geworden over het ­meten van de waarde van de natuur. Ook het CBS heeft eraan meegewerkt. De maatstaf meet verschillende onderdelen van natuur en milieu en kan dan als leidraad gebruikt worden door landen naast de traditionele maatstaf van het bnp. Of, nog beter, als correctie op het bnp of als randvoorwaarde voor economische ontwikkeling.

Daarmee kunnen dus de milieukosten van economisch beleid helder in beeld gebracht worden. Bijvoorbeeld bij huizenbouwprojecten of windmolenparken. En bedrijven zouden verplicht kunnen worden om de effecten van hun activiteiten niet alleen te meten in omzet en winst, maar ook in termen van behoud van natuur en milieu. Daarmee kunnen ze hun license to operate verdienen – of verspelen.

Deze nieuwe maatstaf brengt echter ook een ­dilemma met zich mee. Want gaan we de natuur nu ­beschouwen als productief kapitaal, net als fysiek kapitaal (bijvoorbeeld machines) en menselijk kapitaal (bijvoorbeeld diploma’s)? En gaan we daarmee denken in termen van investeren om er maximaal rendement uit te halen? En mag degene die erin investeert dan ook over het rendement beschikken zoals bij de andere ­kapitaalsoorten? Het is een economische logica met een hellend vlak. Als ik ­investeer in mijn huis en het duurzamer en mooier maak, dan strijk ik bij verkoop de winst daarvan op. Als mijn bedrijf investeert in herbebossing van de­ ­Sahara, mag ik daar dan over 20 jaar de bomen kappen om zo rendement uit mijn investering te ­halen?

Betalen aan de natuur

Kortom, de term ­natuurlijk kapitaal is problematisch. Aan de ene kant erkennen we daarmee dat de natuur waardevol is. Aan de andere kant ­reduceren we de natuur daarmee tot een economische productiefactor zoals alle andere productiefactoren, waarbij rendement eruit halen het leidende beginsel is.

Het dilemma wordt helemaal duidelijk als we de nieuwe maatstaf gaan gebruiken om diensten van de natuur aan de economie te betalen. Alsof de natuur een economische actor is die geld kan incasseren en vrijwillig ruiltransacties kan en wil aangaan. Het dilemma van de natuur als kapitaal kan opgelost worden als we de richting van de dienstverlening omdraaien. Niet van ­natuur naar de mens maar van de mens naar de natuur. Dus niet betalen voor diensten van de natuur aan de economie, zoals het omzetten van koolstofdioxide in zuurstof, maar andersom.

Betalen voor diensten van mensen als consument of bedrijf of overheid aan de natuur om de intrinsieke waarde van de natuur te erkennen. ­Bijvoorbeeld door boeren een hogere melkprijs te betalen als ze minder pesticiden gebruiken en de koeien ­vaker in de wei laten staan. En de boeren die dat niet doen de ­milieukosten die ze veroorzaken in een heffing te laten betalen, waardoor hun melk uiteindelijk duurder wordt.

Als we de natuur willen waarderen, zullen wij als mens diensten moeten leveren waar de natuur beter van wordt in plaats van de natuur te willen laten renderen voor onze economische doeleinden.

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden