OpinieGgz

De mythe dat we suïcide kunnen voorkomen stelt hulpverleners voor een onmogelijke taak

De illusie dat zelfdoding met goede aanpak te voorkomen is, leidt tot schuldgevoel bij hulpverleners, schrijft Flip Jan van Oenen, arts/systeemtherapeut werkzaam in de ggz en auteur van het boek ‘Het misverstand Psychotherapie’

In het openhartige artikel ‘Het schuldgevoel na de zelfdoding van een patiënt’ beschrijven verschillende hulpverleners hoezeer het hen raakt als een patiënt suïcide pleegt. Zo meldde een verpleegkundige zich onmiddellijk ziek nadat ze de patiënt dood had aangetroffen. Een psychiater vertelt dat het voor hemzelf was ‘alsof alles instortte’ en ‘een gevoel van totale vernieling’ hem bekroop. Een andere psychiater beschrijft dat hij het gevoel van machteloosheid na een suïcide niet meer kwijtraakte en hij het mede daarom na een tijd voor gezien hield op de afdeling waar hij werkte. Andere geïnterviewden beschrijven last te hebben van overspannenheid, piekeren over wat ze verkeerd hebben gedaan en van schuldgevoelens.

Het is menselijk en begrijpelijk dat de (zelfgekozen) dood van een patiënt een hulpverlener flink raakt. Toch is het opmerkelijk dat hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg zich dermate geraakt voelen dat het hun functioneren aantast, terwijl suïcidaliteit een zeer breed voorkomend verschijnsel is in de ggz en een groot deel van de hulpverleners een suïcide een of meerdere malen meemaakt (de betreffende psychiater zelfs al zevenmaal). Van behandelaars in de somatische zorg, bijvoorbeeld de oncologie, zal niet gauw worden gehoord dat het overlijden van een patiënt reden was het gevoel te hebben dat alles instort of zich ziek te melden. Hoe te verklaren dat in de ggz de dood van een patiënt, toch onderdeel van de dagelijkse beroepspraktijk, zo heftig ervaren wordt?

Overspannen verwachting

Dit heeft naar mijn mening alles te maken met de overspannen verwachting die gecreëerd is rond geestelijke gezondheidszorg. De heersende gedachte is inmiddels dat wanneer de juiste behandeling wordt aangewend, zelfdoding voorkomen kan worden. Zo heeft enige tijd geleden een aantal ggz-instellingen het motto ‘Zero Suicide’ gelanceerd, een campagne die als uitgangspunt heeft dat het aantal suïcides in Nederland tot nul kan worden gereduceerd. Vanuit dit perspectief duidt dus iedere zelfdoding op falen van de hulpverlening.

Wat dit betreft is het nuttig eens te kijken naar de feitelijke mogelijkheden: hoe zit het met de interventies die professionele hulpverleners ter beschikking staan in de fase van acute suïcidaliteit? Daar kunnen we kort over zijn: er zijn geen interventies bekend waarvan is vastgesteld dat deze suïcide kunnen voorkomen. Therapeutische gesprekken, voorschrijven van antidepressiva of opname in een kliniek, bij elke behandelaanpak blijkt suïcide mogelijk. En ondanks grote inspanningen, een tientallen pagina’s tellende richtlijn met aanbevolen interventies en de introductie van het landelijk platform 113 Online (in 2013) is het relatieve aantal suïcides in Nederland (ca. 10 per 100.000 inwoners) sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw niet gedaald.

Nabije toekomst

Er is tot dusver dus geen aanleiding te denken dat het inroepen van de hulp van professionals suïcide zal voorkomen, noch dat dit in de nabije toekomst wel het geval zal zijn (Onderzoek hiernaar blijft overigens lastig, mogelijk zou het totaal aantal suïcides wel hoger liggen als geen ggz-hulp werd aangeboden.) Dat andere factoren dan ggz-hulp bepalend zijn voor de prevalentie van suïcide blijkt ook uit de bevinding dat tijdens een economische recessie het aantal zelfdodingen een duidelijke stijging vertoont. En – tot nadenken stemmend – uit het feit dat het aantal zelfdodingen stijgt naarmate een land welvarender is (!).

We moeten vaststellen dat enerzijds gesuggereerd wordt dat hulpverleners in staat zijn iedere suïcide te voorkomen terwijl ze anderzijds geen middelen hiervoor ter beschikking hebben. In dit licht bezien is het begrijpelijk dat hulpverleners sterke gevoelens van onmacht ervaren en het gevoel hebben ernstig tekort te schieten als een patiënt suïcide pleegt.

Uiterste best

Illustratief is de opmerking van een psychiater in het genoemde artikel dat hij het eigenlijk vreemd vond dat hij last had van schuldgevoel, omdat naar zijn inschatting iedereen zijn uiterste best had gedaan en goede zorg was geleverd.

De onevenredig heftige reactie van hulpverleners in de ggz op een suïcide is zo verklaarbaar: zij zien zich steeds weer geconfronteerd met een onmogelijke – en uiterst ondankbare – opgave. Ter vergelijking: wanneer een kind dat voor kanker wordt behandeld overlijdt, wordt het kinderoncologieteam achteraf vaak bedankt voor de goede zorgen. Wanneer een jeugdige die bij de ggz in behandeling is zich suïcideert, is de kans aanzienlijk dat er kritische vragen worden gesteld of dat een klacht tegen de behandelaars wordt ingediend. Waarbij dit laatste niet zelden de media haalt onder de kop ‘Hoe heeft dit kunnen gebeuren?’

We kunnen concluderen dat de ‘zero suicide mythe’ leidt tot een loodzware belasting voor hulpverleners. En niet alleen voor hen. Want de boodschap dat suïcide kan worden voorkomen, zadelt ook de naastbetrokkenen op met een schuldgevoel, aangezien ook zij kennelijk ‘gefaald’ hebben. Hiermee wordt ook de deur geopend naar het aanwijzen van ‘schuldigen’ en klachtenprocedures, waardoor de belangrijke en noodzakelijke uitwisseling tussen naasten en professionals zwaar onder druk komt te staan.

Iedereen zal het erover eens zijn dat het ondersteunen en bijstaan van wanhopige mensen die zelfdoding overwegen een zaak is die alle zorg en aandacht verdient. Maar het is noodzakelijk dat de waarde van deze hulpverleningsinspanning losgekoppeld wordt van de kwestie of iemand zich – uiteindelijk – suïcideert of niet. Want de mythe dat we suïcide kunnen voorkomen stelt hulpverleners voor een onmogelijke taak en belemmert voor alle partijen een open dialoog over de onmacht die allen ervaren als het om de zelfgekozen dood gaat.

Lees ook:

Het schuldgevoel na de zelfdoding van een patiënt

Het emotionele effect van suïcides op behandelaren is groot. Een psychiater en een verpleegkundige blikken terug. ‘In hoeverre kun je verantwoordelijk zijn voor andermans leven?’

M/V op de divan; waarom de psychiatrie te weinig oog heeft voor sekseverschillen

In de psychiatrie is opvallend weinig aandacht voor verschillen tussen vrouwen en mannen, zegt psychiater Thérèse van Amelsvoort. Daardoor krijgen niet alleen vrouwen, maar ook mannen niet altijd de hulp die het beste voor hen is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden