OpinieBoerkaverbod

De mondkapjesplicht ontmaskert het boerkaverbod; zet het bij in het graf van overbodige regelgeving

Het gevaar voor de openbare veiligheid was het belangrijkste argument voor een boerkaverbod, maar bij de mondkapjesplicht hoor je er niemand over. Het verbod kan worden opgedoekt, concludeert Fanta Voogd, freelance journalist.

Het is alsof de duvel ermee speelt. Je besluit als overheid de vroomste islamieten vanwege hun gezichtsbedekkende kledij wettelijk de toegang tot het openbaar vervoer, gemeentehuis en ziekenhuis te ontzeggen. En tien maanden nadat de wet in werking trad, zie je je genoodzaakt een gezichtsbedekkend masker verplicht te stellen in datzelfde openbaar vervoer. Nog eens vier maanden later geldt er een dringend advies zo’n mondkapje ook te dragen in publieke binnenruimtes, zoals het gemeentehuis en het ziekenhuis.

Dan hebben we het niet eens over dat andere wankele symbool van onze ‘westerse kernwaarden’: de handdruk. Eerst gold de weigering iemand de hand te schudden nog als ‘kwetsend’ en ‘beledigend’ of zelfs ‘provocatie’. En dan wordt de handdruk van de ene op de andere dag, zonder slag of stoot taboe verklaard. Normaal gesproken had niemand de ironie van dit alles kunnen ontgaan. Ware het niet dat we het nu even te druk hebben met belangrijke zaken.

Wie terugblikt op de totstandkoming van het boerkaverbod verbaast zich erover dat een land zich de luxe kan veroorloven zestien jaar te debatteren over wetgeving die naar schatting tussen de 50 en 400 potentiële overtreders in het gareel moest houden. Cijfers die de Nationale Politie onlangs bekendmaakte, geven nog eens een helder beeld van de omvang van het probleem. Sinds de invoering op 1 augustus 2019 is er niet één boete uitgedeeld en hebben welgeteld vier vrouwen een waarschuwing gekregen.

Verbazing en schaamte

De hoogdravende argumenten waarom het ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ er moest komen, wekken behalve verbazing schaamte op. Tenenkrommend is de poging het boerkaverbod van zijn religieuze lading te ontdoen door integraalhelmen en maskers aan het verbod toe te voegen. In de Memorie van Toelichting rechtvaardigt de wetgever het verbod met het argument dat gezichtsbedekkende kleding de onderlinge communicatie bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt. Bovendien zouden de dragers ervoor zorgen dat de veiligheid niet meer kan worden gewaarborgd.

Het ‘nieuwe normaal’ zoals dat de afgelopen maanden noodgedwongen vorm heeft gekregen, legt bloot hoe zwak de onderbouwing van het boerkaverbod is. De mondkapjesplicht heeft de veiligheid op geen enkele manier in gevaar gebracht en de communicatie slechts mondjesmaat bemoeilijkt. Het ontsluierde boerkaverbod toont ons nu grijnzend zijn ware gezicht: een wet die het afwijkende, het onbegrijpelijke, het ergerlijke strafbaar stelt.

De Raad van State heeft het zien aankomen. In zijn advies op het wetsvoorstel stelde de raad dat het ‘niet waarschijnlijk is dat scholen, overheidsinstellingen, het vervoer of de zorg op enigszins relevante schaal met dit verschijnsel te maken krijgen’. En ook dat men bij die instanties over voldoende bevoegdheden beschikt zelf ‘beperkende huisregels of functie-eisen te stellen’. De Raad betwijfelde dan ook of overheidsingrijpen gerechtvaardigd is. Te meer omdat het verbod ‘in bepaalde gevallen een beperking van het recht op vrijheid van godsdienst vormt’.

Koelbloedige vastberadenheid

Het is in deze tijd belangrijker dan ooit dat burgers en overheid pal staan voor zaken als gezondheid, veiligheid, wetenschap, democratie en de rechtsstaat, inclusief de vrijheid van meningsuiting en levensovertuiging. De fundamenten van onze samenleving zijn gebaat bij een inhoudelijke, rationele en koelbloedige vastberadenheid.

Met het boerkaverbod heeft Den Haag zich laten verleiden tot inmenging in een rituele en symbolische kwestie, van oudsher vertrouwd terrein voor gelovigen. Een overheid die meegaat in dat spel en zware symbolische waarde toekent aan uiterlijkheden zet zichzelf in haar hemd.

Minister Ollongren heeft bij behandeling van de wet in de Eerste Kamer aangekondigd dat het boerkaverbod in 2021 of 2022 zal worden geëvalueerd. Het kan dan onafwendbaar worden bijgezet in de grafkelder van overbodige regelgeving. 

Lees ook:

Nikabdraagsters over een jaar boerkaverbod: ‘Het gevoel dat iedereen tegen mij was, is blijven hangen’

Het boerka- of nikabverbod geldt nu ruim een jaar. Drie vrouwen die een gezichtssluier dragen blikken terug. ‘Mensen zijn vijandiger geworden.’

Nikabverbod moet heroverwogen, zegt meldpunt. ‘De veiligheid van vrouwen is in gevaar’

Na een jaar nikabverbod gaat er volgens de Stichting Meld Islamofobie zoveel mis, dat ze de politiek vraagt om het evaluatiemoment van de wet te vervroegen. 

Is het dragen van mondkapjes in strijd met het nikabverbod?

Naast de ov-chipkaart, mogen reizigers vanaf juni ook niet de tram of trein in zonder mondkapje. En dat terwijl het verboden is om gezichtsbedekkende kleding te dragen in het ov. In hoeverre botst dit nieuwe gebod op het ‘nikabverbod’?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden