Opinie

De ministers komen niet verder dan schijnoplossingen voor het lerarentekort

Beeld ANP

De aanpak van het lerarentekort die de onderwijsministers voorstellen, is niet meer dan symptoombestrijding, aldus Bas Guchelaar, directeur van kindcentrum De Schutkampen in Smilde.

Het lerarentekort wordt opgelost, kopten de media naar aanleiding van de brief die ministers Slob en Van Engelshoven onlangs aan de Tweede Kamer stuurden. Als directeur in het basisonderwijs werd ik enthousiast. We hebben immers steeds meer last van het tekort. Maar mijn enthousiasme veranderde al snel in teleurstelling. Zijn het niet met name open deuren? En, belangrijker, zijn het wel écht oplossingen voor het lerarentekort?

De pijnlijkste adviezen zijn wel dat directeuren en besturen het ziekteverzuim omlaag moeten brengen en goed personeelsbeleid dienen te voeren. Hier wordt impliciet gesteld dat de meeste besturen (en directeuren) ondeugdelijk personeelsbeleid voeren en geen moeite doen om het ziekteverzuim te verlagen. 

De ministers gaan hiermee voorbij aan het feit dat het ziekteverzuim ook voor directeuren en bestuurders problemen oplevert, zowel financieel als op het gebied van vervanging. Zij zijn dus al op zoek naar mogelijkheden om dat verzuim naar beneden te krijgen.

Niet beïnvloedbaar

Daarnaast zitten er beperkingen aan de mate waarin besturen het ziekteverzuim naar beneden kunnen brengen. Ten eerste is lang niet elk ziekteverzuim beïnvloedbaar door de werkgever, denk aan griep, ernstige ziekte enzovoorts. Ten tweede, en dit is in mijn ogen echt een probleem, maakt ook de hoge werkdruk in het onderwijs dat het ziekteverzuim zich moeilijk laat terugdringen.

Toegegeven, om de werkdruk te verlagen zijn middelen beschikbaar gekomen waarvan de hoop is dat daarmee niet alleen de werkdruk, maar ook het ziekteverzuim zal dalen. Overigens melden veruit de meeste leerkrachten zich echt niet zomaar ziek; velen verontschuldigen zich zelfs als ze zich ziek melden, omdat ze denken dat ze hun leidinggevende met een vervangingsprobleem opzadelen. Of nog erger, leerkrachten komen hondsberoerd toch naar school, omdat ze bang zijn dat er geen vervanger te vinden is.

Al met al is de 'nieuwe' aanpak van de ministers stiekem helemaal niet zo nieuw. De aanpak is al ingezet, de gelden worden al besteed. Met het oog op goed personeelsbeleid gebeurt dit al op de meeste scholen. Ondanks excessen bij enkele besturen zie ik geen aanwijzingen voor grootschalige misstanden.

Discutabel

Onderwijsbestuurders en directeuren zijn zich er zeer van bewust dat het menselijk kapitaal van de organisatie het onderwijs maakt. En dus zorg je goed voor je menselijk kapitaal. Professionaliseringsuren zijn vastgelegd in de cao, schoolteams worden betrokken bij beleidskeuzes. Er wordt zinvol werk gedaan in het onderwijs en leerkrachten krijgen professionele vrijheid, waar mogelijk. Die professionele vrijheid wordt overigens door de overheid nog wel eens ingeperkt, maar dat is een ander verhaal.

Los van de nogal evidente 'oplossingen' van personeelsbeleid en verlaging van ziekteverzuim willen de ministers vier vormen van onbenut potentieel inzetten: werkloze leerkrachten, parttimers, onderwijsassistenten en studenten. In alle vier gevallen zijn echter verscheidene problemen te bespeuren.

Zo wordt er niet onderzocht wat de achtergrond is van de werkloosheid van de leerkrachten. Willen en kunnen ze wel weer aan het werk als leerkracht? Of zou herintreding in het vak zorgen voor kwaliteitsverlies en/of persoonlijke misère?

Daarnaast is de aanname dat parttimers meer kunnen en willen werken nogal discutabel. Er zijn immers vele redenen waarom leerkrachten geen grotere werktijdfactor willen. Mantelzorg, vrijwilligerswerk (beide door de overheid gestimuleerd), sociale contacten en hoge werkdruk, het zijn zomaar een paar redenen waarom legio leerkrachten bewust kiezen voor werken in deeltijd.

Ook concluderen de ministers in hun eigen brief reeds dat startende leerkrachten al vaker een grotere aanstelling krijgen. Logisch: wie goed onderwijs geeft en meer wil werken heeft die kans al gekregen van onderwijsbesturen.

Volgende brief

Tot slot verwacht ik na het opleiden van onderwijsassistenten vooral een volgende brief van de ministers: hoe lossen we het ontstane tekort aan onderwijsassistenten op? En de druk op studenten nog verder verhogen door hen  voor de klas te zetten voordat ze startbekwaam zijn? Dat vergroot de kans op psychische problematiek bij de reeds onder de prestatiedruk bezwijkende studenten alleen maar verder.

Mijn teleurstelling zit hem in het feit dat de door de ministers genoemde aanpak niet veel verbetering zal brengen. Daarvoor zijn andere oplossingen nodig, die vooral samen met het onderwijsveld ontwikkeld moeten worden en een meer integrale aanpak vereisen.

Het lerarentekort is niet een op zichzelf staand probleem, dat je apart kunt aanpakken. Het vereist dat er aandacht is voor de professionele vrijheid van leerkrachten, directeuren en bestuurders, oprechte waardering is voor het vak van onderwijzer, er serieus gekeken wordt naar de cijfermatige verantwoording over onderwijs.

Het vereist dat overheid, maatschappij en onderwijsveld samen helder voor ogen hebben wat het onderwijs zou moeten bieden. Met de voor de hand liggende oplossingen uit de aanbevelingen van de ministers pakken we het symptoom misschien een klein beetje aan, maar de onderliggende problemen blijven onaangeroerd.

Lees ook:

Uitleenplan voor lerarentekort stuit op een starre Randstad

Limburg heeft leraren over, de Randstad heeft er te weinig. Toch is een plan van Stichting Onderwijs Midden-Limburg (SOML) om leerkrachten tijdelijk uit te lenen aan middelbare scholen in Utrecht vooralsnog niet geslaagd. 

Minister Slobs megaklas is geen 'innovatieve oplossing' voor het lerarentekort

Ik heb ooit eens lesgegeven aan twee klassen tegelijkertijd, vijftig kinderen in één lokaal, schrijft docent en columnist René Kneyber. Ik weet nog dat ik dacht, of ik nu een les geef aan dertig of aan vijftig kinderen, zoveel verschil kan dat toch niet zijn? Toch?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden