Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De meritocratie is meedogenloos

Opinie

Evelien Tonkens en Tsjalling Swierstra

© ANP
Tegendenkers

Talent verdient beloning, vindt de Denker des Vaderlands. Zijn tegendenkers zien de keerzij: wie niet uitblinkt, verliest zijn zelfrespect.

Weg met de zesjescultuur. Op naar een samenleving waarin iedereen het beste uit zichzelf haalt. Wie zou daar tegen willen pleiten? Wij zeker niet, integendeel. In ons boek 'De beste de baas' pleiten wij juist voor zo'n samenleving. Wij noemen die samenleving een aidocratie (van het Griekse aidos dat zoiets als zelfrespect betekent), waarin iedereen gelijke toegang tot bronnen van zelfrespect heeft. Zelfrespect is een belangrijke voorwaarde om iedereen het beste uit zichzelf te laten halen. Wij zijn niet tegen een meritocratie, als die maar wordt ingebed in en ingetoomd door het grotere ideaal van de aidocratie.

In een meritocratie bepaalt alleen je individuele verdienste je maatschappelijke positie. Wie getalenteerd is en hard werkt, krijgt veel status en inkomen. Wie dom is en lui, eindigt onderaan.

De meritocratie is om drie redenen superieur aan een maatschappelijke ordening op basis van afkomst (sekse, klasse, huidskleur). Zij biedt optimale ontplooiingsmogelijkheden voor individuen doordat allen, ongeacht afkomst, gelijke kansen krijgen. Verschillen in prestatie worden alleen verschillend beloond wanneer iedereen eerst een gelijke kans heeft gekregen zich te ontwikkelen. Een meritocratie zorgt er ook voor dat talent en verdienste de samenleving optimaal ten goede komen doordat de juiste mens op de juiste plaats komt. We hebben er met zijn allen plezier van dat slimme mensen veel invloed hebben. Het is ten derde ook rechtvaardig dat individuen naarmate ze extra 'geven' aan de samenleving daarvoor extra worden beloond met status, macht en inkomen.

Nederland is nog lang geen meritocratie. Het maakt nog steeds veel uit in welke wieg je bent geboren en in welk lichaam. Maar het meritocratische ideaal wordt wel breed omarmd. Links is er voor omdat een meritocratie organisatie van gelijke kansen vereist. Rechts is er voor, omdat een meritocratie eerlijke competitie vereist en talent en inspanning beloont met een goede maatschappelijke positie en een dito salaris.

Hans Achterhuis' eerste bezwaar tegen ons betoog is dat het meritocratisch ideaal nog verre van gerealiseerd is. Daar zijn wij het volmondig mee eens. Maar dat ontslaat ons niet van de verplichting om de schaduwzijden ervan te onderkennen en tijdig bij te sturen. Zo willen we de negatieve effecten ervan beperken. We zien er vier: de meritocratie is een aanslag op het zelfrespect van de 'verliezers', een aanslag op de solidariteit van de winnaars, een aanslag op het gevoel van zekerheid van ons allen, en zij leidt tot een mateloze meetcultuur.

Meritocratisering is een aanslag op het zelfrespect voor wie niet goed presteert, gemeten aan schoolsucces en navenant succes op de arbeidsmarkt. Iedereen moet langs dezelfde meetlat van het Cito, waar kinderen op de basisschool zeker honderd maal aan onderworpen worden, met de Cito-eindtoets als klapper. Voor laag scorende leerlingen is dit een vernederende ervaring. In een samenleving die steeds meer draait om schoolsucces, om hogerop komen, is het respect voor vmbo-leerlingen of bijstandsgerechtigden gering, ook voor degenen die zich verder voorbeeldig gedragen en een belangrijke bijdrage leveren. Hoe meritocratische competitie verliezers van de competitie zelfs tot zelfmoord kan drijven, is momenteel te zien in Zuid-Korea.

Meritocratisering doet ook afbreuk aan de solidariteit van de 'winnaars' met de 'verliezers'. Weg is de nederigheid van 'Van hen die veel gegeven is, zal veel worden gevraagd.' Wat nou 'gegeven'?! Wie succesvol is, heeft dat toch zeker aan eigen talent en inspanning te danken?! En mag daar toch ook zeker naar verdienen? Vandaar de permanente stijging van topinkomens. Maatschappelijke ongelijkheid wordt disproportioneel versterkt.

Meritocratisering leidt ook tot een grotere bestaansonzekerheid van ons allen. We worden vaker beoordeeld en kunnen dus vaker te licht bevonden worden. Ook dat maakt ons minder solidair, want waarom zou je iets durven weggeven - direct dan wel via belastingen of premies - wanneer onzeker is of je volgend jaar nog wel deze baan en dit salaris ontvangt?

Ten slotte leidt meritocratie tot een uitdijende technologie van meten, weten en vergelijken. Eerlijke competitie vereist dat ieders prestaties nauwkeurig gemeten en vergeleken worden. Ook die metingen moeten gemeten en vergeleken. Achterhuis ergert zich net als wij aan het 'uitdijende maatschappelijke complex van meten en weten'. Dat is niet de schuld van de meritocratie maar van de markt, betoogt Achterhuis. "Een echte meritocratie leeft in de verhalen over uitzonderlijke prestaties die maatschappelijke erkenning uitdrukken." Dat lijkt ons eerder een kenmerk van een aristocratie, waarin mensen uitzonderlijke prestaties kunnen leveren en die onderling erkennen zonder objectieve bewijslast.

Achterhuis verwijt ons dat wij de meritocratie 'gelijkstellen aan de neoliberale context waarin deze zich presenteert'. Maar 'dodelijke competitie' past perfect in de meritocratie; daar is geen neoliberalisme bij nodig. Want alleen als iedereen keihard maar eerlijk heeft kunnen concurreren, geeft verdienste in plaats van afkomst of vriendjespolitiek de doorslag. De 'geest van wedijver' in Athene en Florence had met meritocratie weinig te maken. Van gelijke kansen, eerlijke competitie en transparante meetmethoden was toen geen sprake.

Achterhuis stelt dat de kwalijke kanten van de meritocratie te wijten zijn aan de marktsamenleving waarin deze bij ons is ingebed, doordat zij verschillen in waardering in geld uitdrukt: "Wie het meeste verdient, is kennelijk de beste." Maar volgens de meritocratische logica is het andersom: wie het beste is, verdient het meeste. De markt draagt niet de schuld van de grote ongelijkheid in waardering van wat mensen te bieden. Sterker, we willen het hier zelfs opnemen voor de markt. Die biedt sommigen een welkom alternatief voor de meritocratie: zonder veel diploma's toch succesvol in zaken worden en in inkomen menig hoogleraar of minister ver voorbij streven.

De verliezers hebben niet alleen last van een laag inkomen, maar misschien nog wel meer van lage waardering. Zich niet gewaardeerd weten, het gevoel hebben een 'loser' te zijn en niet voor vol te worden aangezien, zit bijvoorbeeld schoonmakers en mensen in de bijstand vaak minstens zo dwars als de gebrekkige hoeveelheid geld die ze te besteden hebben. Een samenleving die grote delen van haar bevolking niet de kans biedt om zich gerespecteerd en gewaardeerd te weten, kan uiteindelijk niet stabiel zijn.

Deel dit artikel