OpinieDuurzaamheid

De mens helpt het milieu het meest door zelf plastic te scheiden

Machines scheiden plastic een stuk effectiever dan de mens, stelde hoogleraar Raymond Gradus eerder in deze krant. Dat scheelt maar een klein beetje, en denk bovendien aan milieu en economie, repliceert oud-Kamerlid Ad Lansink, die tegenwoordig boeken schrijft over circulaire economie.

Waarom nog zelf plastic scheiden, als machines het ook kunnen doen? Die retorische kop staat boven de internetversie van het stuk waarmee deze krant Raymond Gradus, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit, een podium geeft voor zijn bezwaren tegen bronscheiding (Duurzaamheid & Natuur, 8 januari). Is afvalscheiding van plastics wel efficiënt genoeg?  Nee, zegt Gradus: mengen bij het restafval is de beste oplossing. Gemak dient de mens, aldus de man die al eerder verbranding van kunststofafval bepleitte. Hij onderbouwt deze stelling met cijfers over de hogere opbrengst van die machines: 8,4 kilo per persoon per jaar tegenover slechts 7,8 kilo in het geval van bronscheiding, door de mens.

Dat relatief kleine verschil weegt echter niet op tegen twee andere aspecten. Allereerst het aantal deelstromen. Bij bronscheiding is sprake van vijf tot zes verschillende soorten plastic. Die kan de machine niet zomaar allemaal scheiden. Daarnaast is de kwaliteit van die in beginsel herbruikbare plastics cruciaal. Het type en de kwaliteit – de afwezigheid van vervuiling – bepaalt de inzetbaarheid en ook de waarde van het plastic na scheiding. Over die waarde geeft Gradus geen informatie.

Gecombineerde inzameling van plastics met restafval levert veel vervuiling op, met als gevolg extra wasbeurten en lagere financiële opbrengsten. Wie zich verdiept in circulaire economie en klimaatbeleid, weet dat de waarde van kunststoffen beter bewaard blijft door ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk plastic inderdaad zonder vervuiling wordt gerecyceld.

Nascheiding nog niet waterdicht

Nieuwe inzichten leren dat hergebruik van plastics bijdraagt aan CO2-reductie. Die bijdrage loopt uiteen van 20 tot 30 procent van de benodigde reductie, afhankelijk van materiaalsoort en toepassing. Dat is veel, bezien tegen de uitdaging van de klimaatverandering.

Opvallend is dat in het Trouw-artikel wordt gesteld dat het systeem van nascheiding nog niet waterdicht is. Het artikel citeert Bas Busschops, manager van afvalverwerker AVR. Hij acht bronscheiding een schone vorm van inzamelen. “Plastic komt niet in contact met andere afvalsoorten. Bij nascheiding wel, dus raakt het vervuild. Dat zorgt voor een nare geur en verkleuring van het materiaal. De kleur verandert van neutraal naar grijs en verliest zijn toepasbaarheid. Folie neemt de afvalgeur op, wat pas afneemt door het te verhitten en te wassen in soda.”

De bevinding dat nascheiding drie afvalstromen oplevert, anders dan de vijf tot zes bij bronscheiding, maakt duidelijk dat voor Gradus kennelijk de herbruikbaarheid minder weegt dan gemak, eenvoud en wellicht enig financieel gewin voor de samenleving.

Kosteneffectiviteit niet enige doel

De Amsterdamse hoogleraar liet eerder weten dat verbranden van kunststofafval kosteneffectiever is dan inzameling en hergebruik. Maar kosteneffectiviteit is niet het enige doel. Verbranden staat op gespannen voet met de hoofdlijnen van de circulaire economie, waarin waardecreatie een belangrijke doelstelling is.

Die waarde is niet alleen financieel bepaald, maar ook sociaal en milieukundig. Door de consument meer en meer afval te laten scheiden, gaat hij of zij het gedrag veranderen. Dat is geen eenvoudige opgave, maar gelukkig wijzen tegenwoordig aanstekelijke voorbeelden de weg. Ik denk aan de enthousiaste inzet van de Zwerfinator, Go Clean en Litterati.

Verantwoordelijke burgers en instellingen leggen terecht de lat hoog om hergebruik en circulariteit te bevorderen en tegelijk een schone omgeving te bewerkstelligen. Zij weten dat gemakzucht niet de hoogste wijsheid is. Voor kostenefficiëntie zijn zij wel te vinden, maar met afweging van alle relevante aspecten. Voor de keuze tussen bron- en nascheiding zijn dat waardebehoud en waardecreatie, en de inzet voor een circulaire economie en voor een actief klimaatbeleid.

Lees ook:

Gescheiden inzameling van plastic schaadt het milieu

Huishoudens extra laten betalen voor restafval leidt tot vervuiling van andere afvalstromen en illegale dump. En plastic kan prima bij het overig afval. Het beleid moet compleet op de helling, stelt Raymond Gradus, hoogleraar bestuur en economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Heeft het wel zin, dat we plastic scheiden?

We houden ons plastic netjes gescheiden van het andere afval. Op naar de circulaire samenleving. Maar werkt dat systeem wel? En hoe kun je thuis goed plastic scheiden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden