Interview

De magische oplossing voor alles: de eed

30 april 2013: Koning Willem-Alexander en koningin Maxima tijdens de inhuldiging. Beeld anp

Hoogleraar Jonathan Soeharno verbaast het niet dat de eedaflegging aan populariteit wint. We zoeken in deze ontzuilde tijden een nieuw moreel houvast. De eed lijkt dat te bieden.

Toen Jonathan Soeharno een paar jaar geleden werd ingezworen als advocaat legde hij met overtuiging de eed af: 'Zo waarlijk helpe mij God almachtig.' En als er voor professoren in de toekomst ook een ambtseed gaat gelden - dat is momenteel in discussie - zal de kersverse hoogleraar dat opnieuw doen: "De eed markeert aan welke kernwaarden je in een specifiek beroep gehouden bent."

Met het uitspreken van zijn oratie, anderhalve week geleden, aanvaardde Soeharno zijn ambt als hoogleraar rechtspleging in rechtsfilosofisch perspectief aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn verhandeling had als onderwerp de eed die met een opmars bezig lijkt en die voor sommigen bijna 'magische krachten' heeft, een panacee voor ambtsmisbruik, corruptie en andere onregelmatigheden. De kring van beroepen waarvoor die zou moeten gelden, groeit.

Sinds 1 januari moeten de zeventienduizend bankiers in dit land de bankierseed afleggen. Die verplichting wordt mogelijk uitgebreid tot de groep van financiële adviseurs. Minister Jet Bussemaker van onderwijs pleitte onlangs voor een eed voor schoolbestuurders in reactie op een rapport over de misstanden bij de onderwijsgroep Amarantis. En in de wetenschap klinkt sinds de affaire rond Diederik Stapel, de professor die op grote schaal knoeide met onderzoekgegevens, een roep om het ambt van hoogleraar te 'beveiligen' met een eed, in de hoop dat dit bijdraagt aan het voorkomen van wetenschapsfraude.

Hoeveel beroepsgroepen kennen inmiddels een eed?
"Dat zijn er meer dan je wellicht zou denken: militairen, politici, rechters, advocaten, notarissen, leidinggevende bankiers, artsen, Olympiërs, maar ook buitengewoon opsporingsambtenaren - denk aan treinconducteurs, jachtopzieners en brugwachters; die mogen een ambtsedig proces-verbaal opmaken en dat betekent dat ze de eed hebben afgelegd. Ik kan er geen getal op plakken, maar het gaat om vele tienduizenden mensen, en het kunnen er dus meer worden. Als de bankierseed inderdaad verplicht wordt voor personen werkzaam in de financiële sector - en niet alleen voor leidinggevende bankiers - moeten nog eens ruim 230.000 mensen die eed afleggen."

Dreigt het niet een beetje te veel te worden?
"Het risico dat de eed aan inflatie onderhevig wordt, is er zeker. Dan kan het probleem ontstaan dat de eed niet meer doet wat die moet doen, namelijk signaleren welke waarden je dient te onderschrijven. De eed mag geen dooddoener worden. Het is onzin te denken dat als iedereen nu maar een eed aflegt, we van alle problemen af zijn. De klacht over inflatie zien we trouwens al bij Plato. De oude Grieken legden eden af voor van alles en nog wat. Plato pleitte daarom voor een simpele eed, die vooral de plicht tot waarachtigheid benadrukte."

Sommige Kamerleden weigerden bij de inhuldiging van Willem-Alexander de eed af te leggen. Kunt u dat begrijpen?
"Dat je er als rechtgeaarde republikein niet voor voelt voor het oog van de camera's trouw aan de nieuwe vorst te zweren, daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Maar met de gedachte achter het ritueel is weinig mis. Je kunt deze eed zien als persoonlijke bezegeling van een soort sociaal contract: de koning laat zien dat hij dienstbaar is aan het volk, omgekeerd is het volk via de parlementariërs dienstbaar aan de koning. De wederzijdse loyaliteit tussen vorst en volk krijgt door de eed niet alleen een constitutioneel, maar ook een persoonlijk karakter."

In een spreekkamer van het advocatenkantoor De Brauw waar hij werkt, op de tiende verdieping aan de Amsterdamse Zuidas, laat Jonathan Soeharno zien hoe je een eed aflegt: "Je steekt je wijs- en middelvinger omhoog, net als je duim, die vaak wordt vergeten. Bij elkaar symboliseren ze de heilige Drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De ringvinger en de pink zijn gesloten, dat duidt op het christelijke leerstuk van de tweenaturenleer - een menselijke en een goddelijke natuur - van Christus. Het zijn twee kernsymbolen van het christelijk geloof: de Drie-eenheid en de tweenaturenleer."

Ondanks die oorsprong zijn er christenen die weigeren de eed af te leggen en in plaats daarvan voor de belofte kiezen.
"Dat klopt. Sommige kloosterorden en doopsgezinde stromingen bijvoorbeeld verwijzen naar de woorden van Jezus in Matteüs 5 dat je de eed niet mag zweren: 'Laat je ja ja zijn en laat je nee nee zijn.' Het is wel een hele strikte interpretatie van de Bijbel, hoor: zo wordt in diezelfde passage woede gelijkgesteld met moord en begeerte met overspel.

Juist omdat bepaalde religieuze stromingen moeite hebben met de eed, is het alternatief van de belofte ingevoerd, en ook de minder bekende bevestiging die bijna nooit wordt gebruikt. Tegenwoordig kiezen vooral mensen die niet geloven voor de belofte. Maar de herkomst ervan is dus religieus."

Waar komt die hernieuwde belangstelling voor de eed uit voort?
"Er bestaat tegenwoordig in het publieke domein onzekerheid over gedeelde waarden en normen. Waarop mag je nu een bankier aanspreken, een wetenschapper of een politicus? De maatschappij is pluriform en ontzuild en kent - anders dan het eedgebaar suggereert - geen gedeelde moraal meer, geen gedeelde christelijke waarden. En humanistische waarden als gelijkheid en autonomie blijken voor de praktijk vaak te abstract.

Toch hebben we houvast nodig. Zie ook de discussie over integriteit: iedereen moet maar integer zijn, terwijl we niet weten wat dat nu precies betekent. Integriteit moet kennelijk een soort vervanging bieden voor moraal, een surrogaat waarop we mensen in bepaalde beroepen kunnen aanspreken. De eed lijkt ook zo'n substituut te zijn."

Een middel tegen alle kwalen?
"Dat is natuurlijk een illusie. Ten onrechte wordt bijvoorbeeld van de eed verwacht dat die als een sanctiemiddel kan functioneren. We laten iemand een eed afleggen, daarmee zegt hij of het beroep op een moreel aanvaardbare wijze te zullen uitoefenen, en als hij dat niet doet, dan hebben we meteen een stok om te kunnen slaan. Maar zo werkt het niet."

U pleit voor een herziening van de eedformule en het eedgebaar. Waarom?
"Het karakter van de eed is veranderd. Tegenwoordig gaat het er vooral om dat iemand plechtig belooft zich gewetensvol te zullen toewijden. Of de eed voor die persoon daarnaast ook een religieuze betekenis heeft, is een privékwestie geworden. In de eedformule zou je dan ook de verwijzing naar de religie ('Zo waarlijk helpe mij God almachtig') kunnen vervangen door een neutralere tekst. Dat houdt ook een verandering van het eedgebaar in, bijvoorbeeld dat de eedaflegger de hand op het hart legt. Dat sluit beter aan bij het gewetenskarakter van de eed."

Een eed zegt op zichzelf weinig: eerder bekrachtigt die al bekende waarden of normen. Door het louter invoeren van een eed worden mensen zich ook niet ineens bewust van allerlei professionele waarden in hun beroep. We zullen naar de waarden zelf moeten kijken, zegt Soeharno.

"Een eeuw geleden kon Paul Scholten, een prominent rechtswetenschapper, nog schrijven dat een rechter met zijn geweten gebonden is aan het geloof. Dat was een waarborg, het gaf de samenleving een veilig gevoel. Dat kun je nu niet meer zeggen. Je weet niet meer precies welke overtuigingen de bankier heeft die tegenover je zit. Hij probeert je een complex financieel product te verkopen, maar doet hij dat in jouw belang, of omdat hij er een bonus voor krijgt? De advocaat die jou adviseert om in hoger beroep te gaan, zegt hij dat omdat dat beter voor jou is, of omdat hij meer uren kan schrijven?

Nu de zuil en de kerk uit het publieke domein zijn vertrokken, moeten we ons afvragen welke waarden we anno 2013 nog delen. Dat kunnen we het best per beroepsgroep nagaan: een arts moet zijn patiënt eerbiedigen, vertrouwelijkheid in acht nemen en deskundig zijn. Een rechter moet onpartijdig en onafhankelijk zijn."

Dat klinkt allemaal redelijk abstract en vaag.
"We moeten die waarden daarna ook concreet maken, herijken, handen en voeten geven. Je kunt wel zeggen dat een rechter onafhankelijk moet zijn, maar betekent dit dat hij lid kan zijn van hetzelfde hockeyteam als een advocaat? Dat hij lid mag zijn van de kerkeraad, de vrijmetselarij, of donateur van een politieke partij, Greenpeace of de Farc? En wanneer eerbiedigt een arts zijn patiënt: als hij tien minuten per consult uittrekt, per e-mail bereikbaar is voor vragen? Een arts en een rechter zullen steeds actief moeten afwegen wat die professionele waarden in concreto betekenen - anders blijft hun eed weinig geloofwaardig. Zoals Aeschylos, de schrijver van de Oresteia, het uitdrukte: 'De eed maakt mensen niet geloofwaardig, mensen maken de eed geloofwaardig.'"

In uw optie wordt de eed teruggebracht tot een individuele aangelegenheid.
"Je legt een eed zelden in je eentje af, maar vrijwel altijd ten overstaan van anderen. Je hebt dus altijd iets met een gemeenschap te maken. De verantwoordelijkheid voor de concrete invulling van de eed, voor de waarden, ligt niet alleen bij degene die de eed aflegt, maar ook bij de beroepsgroep waartoe hij gaat behoren. Het is niet alleen de arts, maar ook het ziekenhuis waar hij aan verbonden is, niet alleen de advocaat, maar ook de balie."

De invoering van de bankierseed hangt samen met de bankencrisis die vijf jaar geleden begon, waardoor de sector in een kwade reuk kwam te staan. En met de discussie over zelfverrijking van bankiers. Gaat de eed die praktijken onmogelijk maken?
"Een eed alleen zal de problemen niet oplossen. Want ook hier ligt het gevaar van de dooddoener op de loer. Een bankier kan denken: ik leg de eed af, en dan ben ik overal vanaf. Alsof je even een formulier ondertekent. Maar het gaat natuurlijk niet om de eed, het gaat juist om de onderliggende normen en waarden: dat een bankier de belangen van zijn cliënten in het oog houdt, dat hij zorgvuldig met hun geld omgaat, dat hij geen onverantwoorde risico's neemt voor de korte termijn, zodat zijn bonus omhoog gaat.

Ik heb bankiers gesproken die merken dat het afleggen van een eed, in het openbaar, hen er inderdaad extra bewust van heeft gemaakt dat ze een grote verantwoordelijkheid hebben. Als de bankierseed dat effect heeft, dan is dat een goede ontwikkeling."

U heeft het telkens over normen en waarden, vrijwel steeds in positieve zin. Toen oud-premier Jan-Peter Balkenende zo'n tien jaar geleden daarover begon, werd hij bespot. Had Balkenende dan toch gelijk?

"Ik moet eerlijk bekennen dat ik destijds ook dacht: is dit nou wel nodig, zo'n discussie? Achteraf bezien constateer ik dat Balkenende de tijdgeest goed heeft aangevoeld. Zijn oproep heeft effect gehad.

De discussie over normen en waarden komt steeds terug, soms in andere termen, denk aan gedragscodes, aandacht voor integriteit en het formuleren van corporate values, zoals hoe een bedrijf aan duurzaamheid kan doen. Die woorden hebben misschien een andere klank, maar komen op hetzelfde neer.

Of je het nu hebt over schoolbestuurders, directeuren van woningcorporaties of wetenschappers - er is een lacune op het gebied van gedeelde normen en waarden. Balkenende heeft die discussie aangezwengeld, en daarvoor verdient hij krediet."

Wijsgerig jurist
Jonathan Soeharno (1977) studeerde theologie, filosofie en rechten. In 2009 promoveerde hij op integriteit van rechters. Soeharno doceert ethiek en oordeelsvorming aan de opleiding voor rechters - het laatste vak geeft hij samen met een neuroloog. Sinds 2010 is hij ook docent beroepsethiek voor het openbaar ministerie. Verder zit hij in het bestuur van de opleiding voor advocaten; Soeharno is zelf advocaat. Sinds 1 oktober 2012 is hij bovendien deeltijdhoogleraar rechtspleging in rechtsfilosofisch perspectief aan de Universiteit van Amsterdam.

Jonathan Soeharno doet voor hoe je een eed moet afleggen. Beeld Patrick Post
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden