null Beeld
Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

De ‘Lubbersjes’ van Rob Jetten en Hugo de Jonge waren niet fraai en een beetje dom

Buiten het feit dat Ronald Koeman weer bondscoach van Oranje is geworden dankzij Jesse Klaver (GroenLinks) en Zwarte Piet het tot minister van cultuur zal schoppen als het aan Geert Wilders (PVV) ligt, is er weinig vrolijks gebeurd in deze campagneweek. Het RTL-debat oogde rommelig en voorspelbaar en kon nog net door een slachtoffer van de toeslagenaffaire worden gered die premier Rutte vroeg waarom hij zijn biezen nog niet had gepakt.

Het lijkt ook of het virus de belangstelling voor campagne en verkiezingen duurzaam heeft geïnfecteerd. Het is corona wat de klok van de kiezers slaat. Van de lengte van hoofdharen tot de desperate aanblik van Nederlandse straten tijdens de avondklok. Zelfs de landelijke kranten kiezen regelmatig andere onderwerpen dan de verkiezingen voor hun voorpagina’s.

De spannende verkiezingen van 1994

Is het dan verwonderlijk dat men naar de spannende verkiezingen van 1994 teruggrijpt om enkele ontwikkelingen in de huidige te duiden? In dat jaar maakte vertrekkend premier Lubbers bekend dat hij niet op CDA-lijstrekker Elco Brinkman zou gaan stemmen maar op Ernst Hirsch Ballin, nummer drie op die lijst. Deze dubieuze zet van Lubbers had toen een verwoestend effect op de legitimiteit van Brinkman met aan het einde van de rit een historisch verlies van 20 zetels voor het CDA.

Het is te danken aan Rob Jetten (D66) en Hugo de Jonge (CDA) dat men deze week in het archief is gedoken.

Zondag verklaarde de nummer twee op de D66-kieslijst doodleuk dat hij niet op lijsttrekker Sigrid Kaag zou gaan stemmen maar op ‘een kandidaat die creatief campagne heeft gevoerd’. Hiermee suggereerde hij impliciet en misschien onbedoeld dat lijsttrekker Kaag niet in zijn peloton ‘creatievelingen’ figureert.

De volgende dag probeerde Kaag de smet gespannen weg te lachen maar wreef feitelijk nog dieper in het vlekje: ze hoopte uiteindelijk tot het creatieve lijstje van Jetten te worden toegelaten en meldde grinnikend dat haar kinderen wel op haar zullen gaan stemmen.

Arme Hugo ‘heeft maar één stem, hè?’

Maandagmiddag was het plots corona-minister Hugo de Jonge die zijn keus opbiechtte: hij zal niet op CDA-lijsttrekker Hoekstra maar op nummer 22 van die lijst stemmen. Waarom niet op Hoekstra? Ja, die arme Hugo “heeft maar één stem, hé?” De Jonge pleegde zijn slinkse Lubbersje terwijl zijn lijsttrekker de avond tevoren bepaald niet gelukkig uit het RTL-debat was gekomen, wat hem 2 zetels in de peilingen kostte.

Hebben we hier te maken met amateurs die hun klassieken niet kennen? Niet alleen. Anders dan in 1994 met Lubbers, was zowel Jetten als De Jonge eerst wel kandidaat voor het lijsttrekkerschap van hun partij. De eerste kon niet opboksen tegen de in zijn partij populaire Kaag en gaf zich gewonnen vóór de echte slag was begonnen, de tweede was wel met moeite als nummer een gekozen maar moest (onder zachte partijdwang) later zijn medaille bij Hoekstra inleveren. Beide laden nu de verdenking op zich uit zure frustratie en gratuite rancune hun stemverklaring bij de pers te hebben gekwakt. Niet fraai en ook een beetje dom.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden