null Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

De liedjes van Georges Brassens zijn lessen in geweldloze opstandigheid tegen burgerlijkheid en macht

De schok, gisteren: daar stond hij dan op pagina’s 14 en 15 van de Verdieping, in mijn eigen krant! Pijp in de mond onder de grijs geworden snor en papegaai op de linkerschouder. De foto is mij bekend en de man overbekend. Ik geef het toe zonder schroom: ik ben sinds mijn dertiende een discipel, een volgeling, een bijna sectaire en slaafse adept van Georges (met een s!) Brassens. Een groupie zeg maar. Ik moet net zestien zijn geweest toen ik hem zag optreden in de bioscoop annex concertzaal ‘Le Rex’ van Aix-en-Provence. Ik zat op de derde rij, bibberend van verwachtingen, en zou voor het plaatselijke dagblad een recensie van zijn recital schrijven. Dat uitgeknipte stukje vergeeld papier heb ik nog steeds. Ik had na afloop op die avond De Meester ook nog in zijn artiestenloge kort kunnen in­terviewen. Maar dit geïntimideerde groentje in de journalistiek ging op het moment suprême op zijn brommer terug naar huis. Ik durfde het niet, laf. Ongetwijfeld de grootste misstap in mijn carrière.

In het mooie artikel van Sander Becker gisteren is de geboorte van Brassens, honderd jaar geleden, het uitgangspunt. Maar op 29 oktober dit jaar zal het veertig jaar geleden zijn dat de chansonnier stierf. Het vernemen van zijn dood vormde de intro van een dubbele pagina die ik in 2007 voor Trouw schreef met als kop ‘De man die alle modes negeerde, Mijn Held’. Een trauma was zijn dood voor deze discipel. Bijna veertig jaar geleden bezocht ik broerlief in Parijs die ik bijna een jaar niet had gezien. Na zeven uur rijden vanuit Nederland zag ik hem in de deuropening met een gezicht zo somber als een funeraire ceremonie. Zijn eerste woorden? “Mama heeft net gebeld. Ze vond het erg voor jou. Brassens is dood.”

Er is een tijd geweest dat ik alle chansons van Georges Brassens uit mijn hoofd kende. Vooral de teksten zitten vaak nog in iedere van mijn vezels gebeiteld. Poëzie met een hoge techniciteit die zich door de melodieën laat dragen als vleugels door de wind. Maar bovenal zijn vele van Brassens’ liedjes een les in filosofische rebellie, in geweldloze opstandigheid tegen burgerlijkheid en macht. De man, incorrecte roeier ­tegen de conventionele stroom, eeuwige anarchist zonder vlag en partijkaart, leerde me dat niets boven onafhankelijkheid en zelfstandigheid gaat. Noch god, noch meester met als motto het betwisten van iedere vorm van misplaatste autoriteit.

Kort na mijn gemiste ontmoeting met Georges Brassens kocht ik mijn eerste gitaar met als enig doel de meester nabootsen. Toen pas merkte ik hoe ingewikkeld de gecomponeerde melodieën van de chansonnier waren. Enkele jaren terug heb ik de eer genoten om in de studio van oud Veronica-man René van Broekhoven een cd op te nemen met een twaalftal liedjes van Brassens. Met voormalig hoofdredacteur Willem Schoonen waren we van plan om de cd aan nieuwe Trouw-abonnees te schenken. Met het vertrek van Willem vervloog ons plannetje. Gelukkig is die cd er nog als geestverwantschap met de meester.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden