De lezer reageert: moet de provincie echt weg?

Verkiezingsbord voor de Provinciale Staten verkiezingen in 2015. Beeld Kees van de Veen

Hef de provincie maar op, suggereerde Michiel de Vries, hoogleraar aan de Radbouduniversiteit Nijmegen, in een interview met deze krant. Hij noemde de provincie een overbodige bestuurslaag, waarin partijen geen enkele kleur hebben. “Niet meer dan een relikwie", noemde hij het.

Het interview diende als aftrap voor een debat. Die oproep riep veel reacties op. Een deel daarvan verscheen in de papieren krant, maar wat daar niet paste verzamelen we op deze plek.  Dat riep veel reacties op, te veel om allemaal in de krant af te drukken. 

Vindt u dat de provincie wel waarde en betekenis heeft? Of wilt u op een andere manier reageren op deze discussie? Stuur uw reactie naar opinie@trouw.nl (580 woorden) of naar lezers@trouw.nl (max. 150 woorden).

Provincie blijft vooral voor de cultuur. En voor de Elfstedentocht

Jan de Heer, oud-wethouder van de gemeente Loppersum

Het accent in het takenpakket van de provincie is verschoven van bestuursfunctie naar ceremoniële functie.

Historisch gezien is dit al begonnen met de verschuiving van de macht van de Staten naar de verzamelde Staten van de gezamenlijke provincies: de Staten Generaal. Nederland is ontstaan uit een aantal provincies, elk met een eigen achtergrond en geschiedenis. Het is een verzameling van bisdommen, hertogdommen, graafschappen, een koninkrijk (Friesland) en, natuur zoals het over-IJsselse jachtgebied van de bisschop van Utrecht en de woeste gronden ten zuiden van Groningen, thans Drenthe.

De besturen van de provincie werkten samen in de Staten Generaal. De Eerste Kamer heeft nog wortels in de afzonderlijke provinciale Staten. Bij deze ‘machtsoverdracht’ naar Den Haag boette de bestuurskracht van de provincies al in. Het waren in feite stukjes Nederland die gezamenlijk voor beleid en uitvoering zorgden.

Lange tijd was een argument dat provincies van belang zouden zijn om ‘over al die afzonderlijke gemeenten’ een overkoepelend bestuur te vormen. Gemeenten vormen bij uitstek een direct op de burger gericht gezag. Hoe graag de provincie in Friesland ook wil dat ze er voor de gemeenschap (‘mienskip’) zijn, de gemeenten hebben die rol altijd al gehad. Gemeente kwamen in hun ontstaansgeschiedenis rechtstreeks uit de bevolking voort.

Met de doorgaande herindelingen wordt de positie van de gemeente steeds steviger. In de toekomst zal deze ontwikkeling doorgaan. In Friesland en Groningen is de bestuurlijke organisatie al hard op weg naar één gemeente Friesland respectievelijk Groningen.

Overigens is deze gang van zaken in Groningen niet eens nieuw. Lange tijd bestond de provincie immers uit Stad en Ommeland, in feite de gemeente (stad) Groningen en de gezamenlijke ommelanden die de belangen in het gebied behartigden. De provincie speelde daar toen geen rol van betekenis. Toch zal de provincie niet uit beeld verdwijnen omdat er in toenemende mate aandacht is voor culturele aspecten. Denk aan de eigenheid van Friezen, Groningers, Limburgers etc. etc. Juist deze culturele/ceremoniële taken moeten niet onderschat worden, omdat daar dè verbinding ligt met de bevolking. In de toekomst zullen regionale gevoelens steeds sterker meespelen. Bijvoorbeeld in Overijssel is een bewoner in de eerste plaats Tukker.

In vergelijking met ons koningshuis, waar de koning al lang niet meer op zijn paard ten strijde trekt, maar wel een samenbindende rol speelt, is de verwachting dat we niet zonder die culturele functie van de provincie kùnnen en wìllen. Wezenlijke bestuurlijke taken gaan naar het rijk en/of gemeenten; de griffie kan worden afgeslankt tot een doeltreffende ondersteuningsdienst voor de commissaris.

Al was het maar voor het geval er een Elfstedentocht komt.

Politieke partijen houden de provincies vast in stand

Jan Hoogland, oud-hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat, Heerenveen

Drie dagen de provincies op de opiniepagina van Trouw, Dat vraagt om reactie en adhesie. Als oud Rijkswaterstaatmedewerker vond ik aanvankelijk dat ik me wat terughoudend moest opstellen. Ik heb in mijn werk weliswaar een inkijkje gehad op wat er zoal in de provincie gebeurt en had en heb daarover een mening. Als rijksambtenaar hoor je die doorgaans niet te uiten. Maar goed, ik ben al geruime tijd gepensioneerd en ik kan het dus niet laten.

De verdergaande decentralisatie van taken naar de gemeenten en de daarmee samenhangende samenvoeging van gemeenten om de deskundigheid op een aanvaardbaar peil te houden maken de toezichthoudende taken van de provincies steeds minder relevant. Nu er in ons land nog maar circa twintig waterschappen zijn, is daar zoveel deskundigheid dat het provinciale niveau eerder als overbodig dan als nuttig wordt ervaren. Dat er bij de gemiddelde burger nauwelijks interesse is in het bestuurlijke werk van de provincie wordt algemeen erkend.

Rationeel zijn er eigenlijk alleen maar redenen om afscheid te nemen van de provinciale bestuurslaag. Inderdaad jammer van dit historisch interessante verschijnsel. Interessant, want Nederland begon als een bondsstaat van de Zeven Verenigde Nederlanden, waarin de Staten van de Gewesten meer macht hadden dan de Staten Generaal. Toen in 1795 de Bataafse Republiek werd opgericht ontstond de eenheidsstaat. Misschien moet dit proces voltooid worden met het ten grave dragen van dit relict uit de 16e eeuw. Voor de nostalgische mensen onder ons: de democratie is ouder. Die werd in 1200 al ingevoerd met de oprichting van de eerste waterschappen!

Toch denk ik dat de opheffing van de provincies niet zal gebeuren. De enige nog resterende functie van de provinciale bestuurslaag is opleidingsinstituut voor politici! Vele Tweede Kamerleden worden eerst een aantal jaren in de Provinciale Staten uitgeprobeerd. Ook is het ambt van Lid van Gedeputeerde Staten voor oud Kamerleden een mogelijke test voor een ministerschap.

De politieke partijen moeten uiteindelijk zelf beslissen over de opheffing van de provincies. Omdat zij zelf veel te veel belang hebben bij het in stand houden van deze opleidingsmogelijkheid, zie ik de opheffing van de provincies niet gebeuren.

Hevel taken van de provincies over en schaf ook de Eerste Kamer af

P.S. Damsma, Oegstgeest.

Als geografische eenheden en onderdelen van het koninkrijk moeten de provincies vanzelfsprekend blijven bestaan. Over de provinciebesturen kan men discussiëren. Die hebben volgens mij hun langste tijd gehad, in ieder geval in de vorm en omvang die ze nu hebben. Mijn benadering is wat anders dan die van de aanjager van deze discussie. Met zijn conclusie ben ik het wel eens. De in het artikel genoemde feiten over het functioneren van de provinciebesturen zijn absoluut to the point. Ook de opmerking dat de tijden veranderd zijn en het nut van de huidige opzet daarmee achterhaald is. Zeker, en er komt nog van alles op ons af. Als we daar rekening mee houden, zijn we op bestuurlijk gebied met alleen aanpak van het provinciale niveau nog lang niet klaar.

Voor de brave burger zoals ik, is de overheid in verschillende bestuurslagen alleen maar gegroeid. Alweer 25 jaar geleden is er een compleet nieuwe toplaag toegevoegd, de Europese Unie. Supranationaal, d.w.z. we hebben ons maar te houden aan de regels uit Brussel en Frankfurt. Nationaal en lokaal komen er ook steeds meer regels en regeltjes. Ook de maatschappelijke ontwikkelingen op belangrijke terreinen zoals duurzaamheid, brengen veel onrust met zich mee.

En de belastingdruk neemt tegelijkertijd ongenadig toe. De brave burger betaalt grotendeels dit steeds zwaarder drukkende overheidsapparaat, direct of indirect. Inzicht echter in wat er allemaal wordt bekokstoofd en hoe de besluiten tot stand komen, heeft maar de enkeling die zich daarin wil verdiepen. De schamele opkomst bij verkiezingen voor provincie en EU is daarvan een illustratie. Democratisch is het allang niet meer, dat vereist een veel bredere deelname van de burger.

Het zal na deze klaagzang duidelijk zijn dat ik vind dat er iets zou moeten gebeuren en dat er tenminste een bestuurslaag uit moet. De EU gaat nooit meer weg. Wat mij betreft kunnen de provinciale besturen beter uitfaseren. Eventueel nog resterende taken kunnen worden overgeheveld naar de steeds deskundiger gemeentebesturen en de rijksoverheid, zoals ook al in het artikel wordt gesuggereerd. Of er nog wat te besturen zal zijn op provinciaal niveau (door een kleine professionele staf), valt te bezien. Misschien is een bemiddelende rol t.b.v. de burger wel een optie.

Dat uitfasering gevolgen heeft voor het voortbestaan van de Eerste Kamer is niet vanzelfsprekend. Die kan ook anders worden gekozen, maar dat is wat mij betreft niet wenselijk Ook de Eerste Kamer moet verdwijnen en wel omdat deze niets toevoegt aan het bestuurlijke proces. Sterker nog, het illustere gezelschap vertroebelt de al zo ingewikkelde politieke besluitvorming in een land met zoveel (politieke) partijen. Een breed en goed functionerend parlement en een aangepaste Raad van State zijn ruim voldoende.

Er zal nooit genoeg draagvlak zijn voor opheffing van de provincies zelf. Zij zijn immers belangrijk voor de identiteit en het welbevinden van de burgers. Ook de commissarissen en de gouverneur kunnen blijven. Maar dan direct door de provinciebevolking op populariteit te kiezen, met een passend mandaat. Een erefunctie dus, naar Brits model. 

Laat regio’s en gemeenten de taak van provincies overnemen

Peter Huisman, lezer te Oostzaan

Als de heer de Vries bedoelt: “Weg met een bestuurslaag”, dan ben ik het graag met hem eens. Het simpel schrappen van het instituut Provinciale Staten is niet de oplossing. Want wil je bereiken dat er eenheid van bestuur komt met zuivere regels naar de burgers dan kom je er alleen als je ook hervormingen toepast. Want door het gelaagde bestuur in Nederland, landelijke/provinciale/gemeentelijke overheden, is voor veel burgers vaak absoluut niet duidelijk naar welk kastje aan welke muur ze moeten. Daar komt nog bij dat gemeenten lang niet altijd eenzelfde norm hanteren naar hun burgers. Vaak is de begroting leading in het vaststellen van veel (financiële) zaken.

Bovendien, die gelaagdheid werkt volstrekt onduidelijke, ongelijke en oneerlijke wet- en regelgeving in de hand. Een paar voorbeelden die we in het gewone leven meemaken. Bij gladheid heb je fietspaden en wegen die, als ze onder de provincie vallen, keurig worden gestrooid. Maar je kunt zomaar een weg of fietspad oprijden dat vanwege gemeentebeleid geen prioriteit heeft. Hetzelfde met voorrangsregels op rotondes. Dat zou uniform moeten zijn. Om niet te praten van belastingen. Als je pech hebt woon je aan de keerde kant van een grens en betaal je zo maar fors meer dan je buurman (OZB, reinigingsrechten et cetera) die in een aangrenzende gemeente woont.

Er wordt al met regelmaat gediscussieerd over grotestedenbeleid. Omdat die mensen- en activiteitenconcentraties vinden dat ze een ander beslissingsrecht moeten hebben. Economisch belang is daar de belangrijkste drijfveer. Het is niet onlogisch om naar die gebieden met een speciale bril te kijken. Los van de rechten van mensen vinden daar andere discussies plaats. En wat zijn die gebieden dan? Een niet complete lijst kan zijn: Amsterdam/Schiphol/Zaanstad, Utrecht, Den Haag/Rotterdam/Maasvlakte, Maastricht/Heerlen, Eindhoven

Maar hoe ga je dan om met de rest? Bundel daar de krachten om tot goed regiobeleid te komen. Gemeentelijk belang prima. Maar op grote lijnen gelijke wet- en regelgeving met bijbehorende tarieven. Het voorkomt dat gemeenten die goed bij kas zitten (vaak met bewoners die eenzelfde kwalificatie kunnen dragen) uiterst charmante tarieven kunnen hanteren.

Blijft de vraag van het begin. Wat moet je dan schrappen? Natuurlijk de dubbele bestuurslaag. Nodig is een regio stuurgroep om gemeenten (en dat mogen er best veel minder zijn) te controleren op eenheid van beleid. En ze te stimuleren om samen te werken aan een schone, duurzame en gastvrije regio. Het levert gebieden op voor commerciële activiteiten. Aantrekkelijk voor ondernemers omdat het een goede concentratie van bedrijven is. Aantrekkelijk voor de burger omdat het een goed bereikbare werkplak oplevert. De centra omringd door plaatsen en dorpen met een aantrekkelijk woonperspectief. Waar de middenstand voor een gevarieerd aanbod van winkels, horeca en ontspanning zorgt. En, als een plek een historische of culturele waarde heeft is het te ontwikkelen tot een toeristisch aantrekkelijke bestemming.

Om dat te coördineren heb je een instituut nodig. Misschien ook een met een sterke stem. Maar niet als uitvoerend orgaan. Want in de gemeenten zijn die uitvoerende zaken allemaal aanwezig. Bundel activiteiten en maak gemeenten samen sterk tot aantrekkelijke regio als tegenhanger voor de grootstedelijke gebieden.

Gezocht: een nieuwe Thorbecke

Meindert Beerlage, lezer te Helmond

Het stuk “Weg met de provincie” roept veel vragen op: “waarom zijn er eigenlijk provincies”? “Waarom zijn er 12 en niet 4 of 40?” “Waarom zijn sommige klein en andere 3 tot bijna 10 keer zo groot, in oppervlak of in aantal inwoners?” “Waarom is soms de grootste stad de provinciehoofdstad maar vaak niet?”

Een blik op de ontstaansgeschiedenis geeft antwoorden. Feitelijk sinds Karel de Grote (gestorven in 814), werden door een eindeloos aantal oorlogen tussen graven, hertogen, heeren en wat dies meer zij, gebieden met elkaar versmolten of juist in stukken verdeeld. Daarnaast zorgden gearrangeerde huwelijken voor versmelting. Zodoende was aan het eind van de Middeleeuwen een aantal gebieden gevormd, die wellicht enige interne samenhang hadden maar onderling sterk verschilden. Denk aan Holland en Groningen.

Vroeg in de tachtigjarige oorlog kreeg dit een wettelijke basis. We spreken dan van de Zeven Provinciën. Drenthe, Noord Brabant en Limburg speelden bijrollen.

Napoleon realiseerde begin 19e eeuw een evenwichtiger ordening. Die werd overgenomen door Thorbecke, dé Nederlandse Staatsman van de 19e eeuw. Hij stond aan de basis van de Grondwet van 1848 plus de daaraan verbonden provinciewet en gemeentewet. Hij voerde de huidige elf provincies (met Flevoland erbij twaalf) in en legde de relaties tussen staat, provincies en gemeenten (destijds ca. 2.000) vast. Die provincies vielen in hoge mate samen met de door oorlogen, huwelijken en verdragen ontstane toenmalige situatie. Die vernieuwing was overigens voor de inwoners weinig relevant: in geïsoleerde dorpjes en stadjes ging hun leven zijn gangetje.

Hoe anders is dat nu. Geen enkel dorp of stad is geïsoleerd. Met auto of trein kun je in een paar uur overal zijn. Per telefoon direct. Je kunt terecht de vraag stellen: zijn die historisch gegroeide provincies en zo’n commissaris nog steeds nuttige instanties of zijn ze door de tijd ingehaald?

Mijn antwoord is simpel: ten eerste is zo’n commissaris achterhaald. Sowieso heeft de Koning (formeel) niets te vertellen. Daarnaast zal bijvoorbeeld Femke Halsema niet naar haar Commissaris (ene Arthur van Dijk) opbellen als ze iets uit Den Haag nodig heeft. Datzelfde zal gelden voor de burgemeesters van alle grotere steden.

Ten tweede is de historische samenhang binnen provincies m.i. weinig relevant. Wat voor band heeft iemand uit Winterswijk met provinciegenoten uit Hattem (100 km) of Zaltbommel (140 km)? Waarschijnlijk zijn ze gericht op respectievelijk Arnhem, Zwolle en Den Bosch, de meest nabije grotere steden. Destijds was historische samenhang relevant. Nu geldt dat voor economische samenhang. De Vries slaat de spijker op zijn kop als hij praat over Groningen en Friesland. Ik citeer: ‘Desnoods maak je van de provincie Friesland één gemeente, en van Groningen ook.’ Anders gezegd: stap af van zowel de huidige provincies als de kleinere gemeenten. Ga over naar grote gemeenten, naar “economisch samenhangende regio’s”. Sinds 1971 gebruiken o.m. CBS en RIVM deze indeling (“COROP- gebieden”) in hun analyses. Er is wel een staatsman van het niveau Thorbecke nodig om zo’n overgang te bewerkstelligen en het huidige conservatisme en gebrek aan bestuurlijke moed te overwinnen.

Provincie kan op den duur afgeschaft

Piet Dofferhoff lezer te Den Haag

In Trouw van 30 januari doet hoogleraar Michiel de Vries een aantal rake waarnemingen over de provincies, met een onthutsend beeld als resultaat. Voorbeeld hiervan: het lijstje over debatonderwerpen over de afgelopen 4 jaar in de Staten van Gelderland spreekt boekdelen.

Ook ik vind al jaren dat we met een tweetal bestuurslagen kunnen volstaan: rijk en (grotere) gemeenten. En zeker nu door decentralisatie de gemeenten aanzienlijk meer taken hebben gekregen wordt de noodzaak hiervan alleen maar groter. Want door dit grotere takenpakket neemt de noodzaak van intergemeentelijke samenwerking, met name voor kleinere gemeenten, toe met als negatief gevolg dat de controletaak van gemeenteraden (nog meer) wordt ondermijnd. Dat vraagt om zelfstandige, grote gemeenten van tenminste 200.000 inwoners, hetgeen neerkomt op ca 100 – 125 gemeenten. Vergroting van gemeenten zal met veel strubbelingen gepaard gaan maar is wel zeer noodzakelijk. Het vergroot de controlerende taak van gemeenteraden en trekt beter toegeruste gemeenteraadsleden aan. Op wijkniveau kunnen allerlei zaken die de burgers rechtstreeks aangaan worden behartigd.

De Vries constateert terecht dat Amsterdam en Rotterdam inmiddels machtiger zijn dan de provincie. Dat geldt in Zuid-Holland nog meer nu de metropoolregio Rotterdam-Den Haag (stadsregio) al enkele jaren bestaat. Hiermee wordt het takenpakket van de provincie nog meer uitgehold. En ontstaan voortdurend fricties en overlap tussen deze samenwerkende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Dat zal in andere provincies niet veel anders zijn.

Ik begrijp het dilemma van De Vries heel goed om al dan niet te gaan stemmen voor de provinciale verkiezingen. Maar ik kies ervoor om wel te gaan stemmen, zolang de provinciale staten nog invloed uitoefenen op landelijk niveau met de samenstelling van de Eerste Kamer. Dus zeker niet om reden van het bestaansrecht en de taakuitoefening van de provincies. De Vries zegt dat een rationeel debat over de afschaffing van de provincies in Nederland nauwelijks mogelijk is. Maar het zal wel moeten. De discussie over afschaffing zal gepaard moeten gaan met discussie over rechtstreekse verkiezingen van de Eerste Kamer dan wel afschaffing van dit instituut.

Lees ook:

Stemmen voor de provincie? ‘Ik zie ze niet, ik hoor ze niet en weet niet wat ze doen’

Het is wat als een hoogleraar bestuurskunde besluit níet te gaan stemmen. Volgens Michiel de Vries vormt de provincie een overbodige bestuurslaag waarin de partijen geen enkele kleur hebben. Waarom zou je dan het rode potlood pakken? De aftrap van een debat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden