ColumnRob de Wijk

De Kunduz-missie kon nooit een succes worden

Als we Afghanistan van de Middeleeuwen naar de tijd van de Verlichting zouden kunnen brengen is dat een megasucces, verzuchtte ik in januari 2011. In die tijd laaide het debat over een nieuwe politiemissie in Kunduz op. Die missie was nodig om de reputatie van Nederland op te poetsen. Het kabinet was daarvoor over de verlenging van de missie in Uruzgan gestruikeld. Nederland was niet langer een trouwe bondgenoot en raakte zijn stoel bij de G20 kwijt.

Het succes van de nieuwe missie werd bij voorbaat beperkt door belachelijke politieke randvoorwaarden. Van GroenLinks mochten de afgeleverde politieagenten niet voor offensieve doeleinden worden ingezet, moest Nederland bepalen waar ze zouden worden ingezet en moest er een volgsysteem komen. Maar dat was lastig met agenten in gebieden waar Nederlanders niet kwamen. Bovendien hadden veel agenten de naam Jan Mohammed en waren ze door het ontbreken van deugdelijke bevolkingsregisters soms op dezelfde datum geboren. En er moest aandacht worden gegeven aan lessen over vrouwen- en kinderrechten waardoor de opleiding onnodig verlengd werd. Den Haag had zijn eigen werkelijkheid gecreëerd die volstrekt niet aansloot op die van Afghanistan. In diezelfde column verzuchtte ik dat de discussie zo gepolitiseerd was dat een normaal debat op grond van rationele overwegingen nauwelijks meer mogelijk was.

Beeld Louman&Friso

Afleidingsmanoeuvre

Geen wonder dat een langetermijndoelstelling voor de missie ontbrak. Het is daarom niet verbazingwekkend dat het recente evaluatierapport van Buitenlandse Zaken constateerde dat de missie daarom onvoldoende kon bijdragen aan ‘het duurzaam versterken van de politie en het rechtssysteem’.

Maar de constatering die de meeste politieke verontwaardiging opriep, was het feit dat de resultaten van de missie te positief werden voorgesteld. De verontwaardiging leek op een afleidingsmanoeuvre om het eigen falen te verhullen tijdens het ontwerp van de missie.

De constatering deed ook sterk denken aan de onthullingen van de Washington Post in november 2019. De krant had een officiële evaluatie in handen gekregen waarin werd geconcludeerd dat de Amerikanen geen idee hadden hoe ze hun doelen in Afghanistan konden bereiken en vervolgens logen over de behaalde resultaten.

Eerlijke rapportages

Dat klinkt niet best, maar het is de vraag of regeringen ooit de waarheid over de voortgang van een missie willen vertellen. In reactie op de evaluatie van de politietrainingsmissie belooft het kabinet van wel: ‘de Kamer dient erop te kunnen vertrouwen dat informatie die over de missiebijdragen wordt gerapporteerd een zo correct mogelijke weergave is van de realiteit’. In de praktijk lijkt mij dat onmogelijk. De missie in Kunduz kon door die rare politieke randvoorwaarden nooit een succes worden. Eerlijke rapportages zouden de politieke en publieke steun van de missie ondermijnen. Dit zou vervolgens tot meer bemoeienis van de Kamer leiden, dat het succes nog verder zou ondermijnen. Ook is er de neiging te hopen op betere tijden. Waarom slecht nieuws melden als betere tijden gloren? Tot slot spelen tactische overwegingen een rol: maak je tegenstander niet wijzer dan hij is. In die tijd luisterden de Taliban mee.

Was het niet de Griekse schrijver Aischylos die vijfhonderd jaar voor Christus al zei dat in een oorlog de waarheid als eerste sneuvelt? Goede voornemens veranderen daar niets aan.

Rob de Wijk  is  hoogleraar internationale relaties en veiligheid aan de Universiteit Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Hij schrijft wekelijks over internationale verhoudingen. Lees zijn columns hier terug. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden