Beeld Trouw

Ephimenco Column

De komst van het reageervakje bij een online stuk heeft de relatie tussen lezer en auteur op scherp gezet

In den beginne is er de lezer. Dat wil zeggen, lang voordat de lezer in een auteur metamorfoseert en zich realiseert dat hij van gedaante is gewisseld. 

Als opgroeiend kind las en verslond ik boeken, kranten en bladen. Totdat ik op een dag mijn naam onderaan een krantenartikel als auteur terugvond. Ik was amper 15 en het was maar een regiokrant waar ik een stuk over de stadsjeugd mocht schrijven. Maar dit kantelmoment is stichtend geweest: je bent nog steeds een lezer maar je wordt ook gelezen. 

Het heeft heel lang geduurd voordat ik begreep dat de afstand tussen de auteur en zijn lezer verwaarloosbaar is. Beide zijn verwikkeld in een proces van osmose en delicate versmelting waar hiërarchie niet meer telt: zonder elkaar zijn ze niets. De auteur koestert zijn lezers als het vuur het hout waarmee het zich voedt. Andersom heeft de lezer veel meer vrijheid: hij mag zelfs de auteur vervloeken en haten.

Baudelaire

De Franse dichter Charles Baudelaire (1821-1867) heeft in zijn befaamde bundel ‘Les Fleurs du mal’ (De bloemen van het kwaad) de versmelting tussen auteur en lezer krachtig neergezet. Hij opende zijn werk met het gedicht ‘Aan de lezer’. Na in de tekst de satanische kant van de mensenziel te hebben beschreven die zich in monsterlijke verveling verliest, schreef hij deze laatste woorden: ‘Jij, lezer, kent dat delicate monster ook/Jij, hypocriete lezer – mijn gelijke – mijn broeder!’

Je zou nu moeten proberen om aan lezers die je op sociale media luid verafschuwen, te gaan vertellen dat ze je broeders en zusters zijn! De komst van het reageervakje onderaan een stuk op internet heeft de relatie tussen lezer en auteur op scherp gezet. Je kunt je hier als lezer op een bijna gewelddadige manier van je evenbeeld distantiëren: alle slagen zijn geoorloofd, zeker als er zwak gemodereerd wordt. Het kan natuurlijk ook subtieler.

Afgelopen weekeinde stond op de Facebookpagina van Trouw een uiterst korte reactie op mijn laatste column die je als een existentiële schreeuw kon vertalen: ‘Ik lees Ephimenco nog steeds niet’. Maar de plek waar dit werd opgetekend liet het tegendeel vermoeden. 

Hels koppel

Zie hier de worsteling van de lezer om zich aan de versmelting te onttrekken. Diep in zichzelf moet deze lezer zich toch realiseren dat hij tot de auteur is veroordeeld, al was het maar om zijn ressentiment en boosheid te voeden. Ja, auteur en lezer kunnen soms een hels koppel vormen. 

Een ander voorbeeld vond ik de loeiharde brief die deze zomer over mijn vervangster Marianne Zwagerman in Opinie werd gepubliceerd. Daarin werd vooral direct op de vrouw gespeeld. De columniste werd van ‘platheid’ en ‘populisme’ beticht en werd verweten geen respect en nuances te betrachten. Omdat ik deze aantijgingen onjuist en kwetsend vond, probeerde ik de brievenschrijver te traceren.

Ik vond hem op zijn Facebookpagina, waarop hij trots een foto van zijn vuilnisbak had geplaatst vol met boeken van Joodse schrijver en Telegraafcolumnist Leon de Winter. Ik dacht plotseling niet meer aan ‘nuance en respect’ maar aan Baudelaire: ‘Jij, hypocriete lezer – mijn gelijke – mijn broeder!’

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden