null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnNelleke Noordervliet

De kloof tussen ideaal en werkelijkheid wordt pijnlijk zichtbaar in de taal van het identiteitsdenken

Geschiedenis is een mooi vak. Je ziet de inconsequenties tussen ideaal en praktijk in het verleden, je maakt kennis met de hardleersheid en vergeetachtigheid van de mens. Je weet daarom dat het heden zich op een andere wijze schuldig zal maken aan dezelfde fouten.

De christelijke opdracht van naastenliefde werd eeuwenlang met de mond beleden, maar slecht in praktijk gebracht. Slavernij, horigheid, uitsluiting, inquisitie en massale moordpartijen waren onderdeel van de christelijke werkelijkheid. Toen tijdens de verlichting die idealen opnieuw werden uitgevonden in het trio vrijheid, gelijkheid en broederschap viel de mensheid elkaar niet opeens opgelucht in de armen. De ongelijkheid, onvrijheid en haat werden als vanouds voortgezet.

In onze gevoelige tijd wordt de kloof tussen ideaal en werkelijkheid opnieuw pijnlijk zichtbaar in de taal van het identiteitsdenken. Gebruik je de juiste woorden en de juiste grammatica, dan ben je ‘goed’, dan hoor je erbij. Doe je dat niet, dan ben je ‘fout’. Het taalgebruik is je paspoort, niet je innerlijke houding. De woordenlijst en de grammatica worden telkens aangevuld en bijgesteld, zodat de argeloze gebruiker van taal voortdurend op zijn hoede moet zijn, anders roept The Red Queen ‘Off with her head!

Het ideaal van vrijheid, gelijkheid en broederschap is moeilijk bevredigend te definiëren en in praktijk te brengen. Veel makkelijker is het te spreken in termen als ‘ik heb gelijk’ in plaats van ‘jij bent mijn gelijke’. Afzetten tegen is makkelijker dan omhelzen. Zoeken naar wie het met je eens is, is veiliger dan praten met wie er anders over denkt.

Kennis verwerf je door vragen te stellen, aan de ander én jezelf.

Het zijn ook hopeloze opdrachten: naastenliefde, gelijkheid, vrijheid. Waarom stelt de mens zichzelf die onmogelijke ­eisen? Het is misschien beter dat ideaal enigszins terug te schroeven. Ik denk daarbij vaak aan de minimale eis die Avishai Margalit formuleerde in The Decent Society: elkaar niet te vernederen. Dat geeft ons de gelegenheid anders te zijn, van mening te verschillen, een common ground te vinden. Daarvoor is een gelijk speelveld nodig en kennis van feiten, van omstandigheden, van het verschil tussen waarheid en bedrog. Kennis verwerf je door vragen te stellen. Telkens weer opnieuw. Aan de ander, maar vooral ook aan ­jezelf.

Dus ga ik, zodra de musea weer open zijn, meteen naar twee tentoonstellingen waar historische en actuele vragen worden gesteld. Ik weet niet of ik het helemaal eens zal zijn met de opinies en de presentatie van de tentoonstellings­makers, maar dat hoeft ook niet. Ik stel me open.

De tentoonstelling in het Rijks over slavernij werd al heel lang voorbereid. Kennis van het ver­leden is van belang om te begrijpen welke rol slavernij speelt in het racismedebat en de maatschappelijke verhoudingen van vandaag. Het idiomatische struikelblok hier is het gebruik van het woord ‘slaaf’. Dat moet ­worden vervangen door ‘tot slaaf gemaakte’ en zelfs las ik al ‘geslaafde’.

Tendens van de onuitwisbare etiketten

In het huidige vertoog moet het fenomeen ‘slavernij’ op de juiste wijze en met de juiste hoeveelheid afschuw, afkeer en eventueel schuldbewustzijn worden besproken. Uit eigen ervaring weet ik dat het bewustzijn van dat beladen onderdeel in onze ­geschiedenis binnen het museum eerder aanwezig was dan daar­buiten. Ik vertrouw op een leerzaam verhaal.

De tentoonstelling in het Joods Historisch Museum stelt een maatschappelijk relevante vraag in het kader van datzelfde racismedebat: ‘Zijn Joden wit?’, met andere woorden: waar bevinden Joden zich op het spectrum van de huidige identiteitspolitiek?

Zijn ze daders=wit of slachtoffers=zwart? Helaas, antisemitisme komt van alle kanten, van rechts en van links. Uit de brand ben je als Jood: altijd fout. De absurde vraag alleen al laat zien dat de identiteitsdiscussie een onverdraagzame tendens heeft. De tendens van de onuitwisbare etiketten en van vernederen. Precies wat we willen vermijden.

Komt er ooit een eind aan racisme, discriminatie en antisemitisme? Ik kijk ernaar uit, al zal het mijn tijd helaas wel duren. Maar: hoe zullen we elkaar dan weer proberen te vernederen?

Nelleke Noordervliet

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden