Column Stijn Fens

De katholieke kerk loopt leeg, maar volgens de achterblijvers valt het mee

Vorige week mocht ik in een middelgrote stad in het oosten van het land een lezing houden over de huidige staat van de rooms-katholieke kerk in Nederland. Ik verklap hier geen staatsgeheim als ik u zeg dat die weleens beter is geweest.

De trein was precies op tijd het station binnengereden en toen ik de stad inliep, voelde ik mij wat onwennig. Nog nooit was ik hier in het donker. Gelukkig vergezelde de navigatie van Google Maps mij en was ik dus niet alleen.

Geduldig volgde ik de route op mijn telefoon, sloeg af waar nodig en hoefde slechts één keer te wachten voor een rood stoplicht. Toen ik op mijn scherm zag dat het kloostercomplex waar ik verwacht werd dichtbij moest zijn, keek ik op en schrok. Het was veel groter dan ik had verwacht. Hoge donkere muren die tot de hemel leken te reiken, een toren als een zwaard, en ramen die door het licht dat er van binnenuit doorheen scheen, iets hadden van de ogen in de kop van een monster. Het kon niet ­anders of het zou mij nog diezelfde avond verslinden.

Het gebouw was zelfs zo groot dat ik de ingang maar moeilijk kon vinden. Gelukkig zag ik in de verte wat fietsen staan. Zou ik daar naar binnen kunnen? Even later kwam er een man naast mij lopen, die een van mijn toehoorders bleek te zijn. Hij wist waar we moesten zijn, hield de deur voor mij open en ­samen liepen we een lange gang in. Toen we aan het einde daarvan ­waren gekomen, wees hij mij de garderobe aan. ‘Gebruik garderobe op eigen risico’, stond er. Ik begreep dat wel: de Eeuwige kon niet alles in de gaten houden.

Was ik te somber geweest?

Mijn lezing vond plaats in het koor van de kloosterkerk. Mijn toehoorders zaten een beetje verscholen in de koorbanken. Een enkeling knikte mij toe met een blik van: ‘O ja, u bent het’. De vriendelijke inleider deed eerst nog een korte meditatieoefening en daarna mocht ik plaatsnemen achter de katheder. Bij mijn eerste woorden merkte ik dat er – ondanks het feit dat ik de beschikking had over een goede microfoon – sprake was van een behoorlijke galm. Dus maakte ik het grapje dat neogotische kerken zeer geschikt waren voor gregoriaanse gezangen, maar minder voor lezingen en voor het werk van Huub Oosterhuis.

Er werd niet om gelachen.

Ik stortte mij vol goede moed op mijn lezing, die ik grondig had voorbereid. Met cijfers toonde ik aan dat de teruggang van het kerkbezoek van katholieken de afgelopen zestig jaar desastreus is ­geweest. Langzaam – vanwege de galm – noemde ik de getallen op. Veel indruk leek het niet te maken op mijn gehoor. Nu is het misschien met cijfers over het kerkelijk leven wel net zo als met die over de aanwezigheid van stikstof in de lucht. De mensen die zich het meest aangesproken zouden moeten voelen, zeggen vaak dat het ­allemaal heel erg meevalt. “Het gaat hier hartstikke goed!”

Ik eindigde mijn lezing met een hoopvolle boodschap en kreeg een bescheiden applaus. Was ik te somber geweest? Ik sluit het niet uit. Na mij kwam eerst pianomuziek en toen nam een van de pastores het woord. Ze liet een filmpje zien over de geloofsgemeenschap. Er werd mooi gezongen, ik moest er eens heen op zondag. De pastor vertelde dat er op zondag regelmatig vierhonderd mensen in de kerk zaten en dat iedereen er welkom was. Een eiland van gastvrijheid in een drukke stad.

Na afloop was er een borrel. Mijn publiek bleek uit allemaal aardige mensen te bestaan die verknocht waren aan deze plek. Ik vroeg aan een man of de bisschop hier weleens kwam. “Nee, gelukkig niet. Waarom zouden we hem ook uitnodigen?” De man straalde ­dezelfde onverschilligheid uit als Ajax-supporters in tijden dat het minder gaat met hun club. Geen gejuich, geen boegeroep in het stadion, alleen maar de stilte van ­onverschilligheid.

Mijn jas hing gelukkig nog in de garderobe en ik liep zonder navigatie terug naar het station. Ik had geen goed gevoel over deze avond. Maar ach, er waren altijd mensen die het moeilijker hadden. Je zal hier maar bisschop zijn. Zit je daar in je mooie paleis, terwijl in jouw bisdom steeds minder gelovigen op je zitten te wachten.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden