Beeld Trouw

Column Hans Goslinga

De Jonge of Hoekstra: net geen lood om oud ijzer

In tijden van polarisatie sneuvelt als eerste de nuance. Minister Hugo de Jonge, de aanvoerder van het CDA-smaldeel in het kabinet, ondervond dat na een pleidooi in het liberale avondblad voor een zekere beperking van de immigratie. Zijn uitspraken werden zowel door rechts als links verscheurd.

De Jonge sprak zich uit voor het Canadese model, omdat dit de overheid greep zou geven op de aantallen immigranten en op wie je toelaat. Hij vindt dat van belang om bij burgers het gevoel weg te nemen dat de migratie ons overkomt. “Dat maakt mensen onzeker.” Hij wilde zich niet vastleggen op een grens. Het huidige migratiesaldo, 80.000 vorig jaar, vindt hij te hoog.

Voorspelbare migratiepolitiek

De christen-democraat, die naar verwachting een gooi zal doen naar het lijsttrekkerschap van zijn partij, ziet in een voorspelbare migratiepolitiek het antwoord van het politieke midden op dit vraagstuk. In vroeger tijden, toen zijn partij nog groot was en het midden van de Nederlandse politiek beheerste, zou deze richting bepalend zijn geweest. Dat is niet meer zo. Het CDA kan als een van de zes à zeven middelgrote partijen nog wel een verbindende rol spelen, maar niet langer vanuit een dominante positie.

Een leiderschap naar het voorbeeld van Angela Merkel (‘Wir schaffen das’) durfden de opeenvolgende aanvoerders Balkenende, Verhagen en Buma niet aan, ook toen die mogelijkheid er in het eerste decennium van de nieuwe eeuw nog wel was. Na de Fortuyn-revolte in 2002 was de lijn met het opkomende nationaal-populisme mee te buigen en er zelfs, in Balkenende I en Rutte I, mee te pacteren.

Kentering

Ondanks de schade die de partij er electoraal en moreel mee opliep, zette Buma deze lijn voort. Hij maakte de ‘boze burger’ zelfs tot maat der dingen. De uitspraken van De Jonge duiden op een kentering, zeker in toon. Hij mijdt de populistische retoriek en angstvisioenen en sprak op reële wijze over de spanningen die de migratie in onze samenleving en elders meebrengt. “Helpen we Bulgarije als een derde deel van zijn bevolking vertrekt? Helpen we Rotterdam-Zuid als een flink deel van de Bulgaren daar neerstrijkt?”

De migratiecijfers dwingen ook tot een reële kijk. Van islamisering en Afrikanisering is geen sprake. De helft van alle immigranten komt uit Europa, het merendeel uit de EU; bijna een vijfde is als student, kenniswerker of ICT’er afkomstig uit India en China. Het aantal vluchtelingen bedraagt slecht zes procent, 0,06 procent van de wereldwijde vluchtelingenstromen. Onze asielpolitiek is al een van de strengste in Europa, dus als je het migratieoverschot wilt terugdringen, dan moet de arbeidsmigratie binnen de EU het doelwit zijn.

De Jonge onderkent dit. Hij wil, net als de ChristenUnie en de SP, het vrije verkeer van personen in de EU ter discussie te stellen. Dat zal lastig zijn, omdat het een wezenskenmerk is van de Unie en arbeidsmobiliteit, zoals Amerika laat zien, goed is voor de economie, zeker in vergrijzende landen als Italië en Duitsland. Japan, het sterkst vergrijzende land ter wereld, is overgegaan tot iets waar het altijd beducht voor was: immigratie om de welvaart van zijn 127 miljoen inwoners op peil te houden. De keerzijden, zoals uitbuiting van werknemers en afwenteling van de sociale gevolgen op de samenleving, zijn er ook.

Gaaf dilemma

De voor- en nadelen leveren een gaaf dilemma op, waarover politiek debat meer dan urgent is. De staatsdragende partijen hebben te lang verzuimd een stevige visie op het vraagstuk van de immigratie te ontwikkelen. Ze kwalificeerden dat wel als ‘de sociale kwestie van de 21ste eeuw’, maar lieten het debat over aan de populisten met hun spookbeelden en ondergangsretoriek. Als take back control het nieuwe adagium is, geldt dat in de eerste plaats voor de richtinggevende rol van het politieke midden.

De uitspraken van De Jonge kun je zien als een poging de offensieve rol in het debat te herpakken, al komt hij nog niet veel verder dan het agenderen van een aantal punten. Opvallend is dat hij accepteert dat Nederland een immigratieland is en zal blijven. “Dat is in zekere zin goed en dat benoemen we onvoldoende.”

Voor wie het is vergeten: twintig jaar geleden was alleen al deze constatering vloeken in de kerk. Overigens is Nederland in het eerste decennium weer even een emigratieland geweest, ironisch genoeg juist in de periode waarin Wilders zijn anti-immigratiepartij oprichtte.

Het CDA kan met offensieve inzet en een meer uitgesproken leiderschap druk uitoefenen op de VVD. Dat is van belang omdat die partij nog altijd de strategische buffer is tussen een werkzaam politiek midden en het luidruchtige populisme. De Jonge lijkt daartoe, met de politieke vechters­modus die oud-wethouders eigen is, iets beter in staat dan de voorzichtige en politiek nog altijd wat bleke Wopke Hoekstra.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden