Beeld Trouw

Column Bert Keizer

De humaniora zijn niet nuttig in welk opzicht dan ook

Het plan van minister Van Engelshoven om geld weg te halen bij de alfa- en gammastudies en het over te hevelen naar de technische studies is de zoveelste aflevering in de strijd tussen de humaniora en de rest. Wij van de humaniora (als ik even ‘wij’ mag zeggen) moeten maar zien aan te tonen dat de geesteswetenschappen iets te bieden hebben, of nee, we moeten aantonen dat ze nuttig zijn.

Nuttig zoals een goed wegdek nuttig is, of roestvrij staal of een middel tegen Alzheimer of een strategie waarmee we de Chinezen kunnen verslaan (want die moeten kennelijk verslagen worden). Het ontmoedigende is dat we in verlegenheid over het nut van oud-Grieks of de Brandenburger Concerten of Abbey Road toch maar afdalen in de nuttigheidsarena om daar iets aan te tonen wat er niet is.

Bas Heijne, onvermoeibaar verdediger van de humaniora, gaf daar vorige week in NRC een voorbeeld van. Hij schrijft: ‘Als je je bedrijf goed wilt leiden kun je beter wat mensenkennis opdoen, en daar helpt een roman van pakweg Balzac je meer dan de zoveelste vragenlijstevaluatie. Instinct, onderscheidingsvermogen, empathie, inzicht in verschillen, oog voor details die het algemene beeld op zijn kop zetten, om gevoel voor dat alles te ontwikkelen heb je de kunst en humaniora nodig’.

Je zou willen dat het waar was, maar ik denk dat diezelfde geesteswetenschappen die Heijne zo moedig verdedigt in een handomdraai kunnen aantonen dat het runnen van een bedrijf zonder enig benul van kunst en humaniora precies even goed gaat als mét. Verder lijkt het mij zeer onwaarschijnlijk dat falende bedrijfsvoering zou zijn terug te voeren op de afwezigheid van kunstappreciatie door de ceo.

De geschiedenis geef wel les, maar heeft geen leerlingen

In de geneeskunde speelt dit drama zich af in iets andere termen, maar ook daar hoor je wel dat de dokter haar broodnodige empathie moet doen opbloeien door geestelijke verfijning te zoeken in literatuur, poëzie en kunst. Maar de meeste artsen zijn tijdens hun meest ontvankelijke jaren te druk met studie en relaties om zich ook nog uitgebreid in de humaniora te verdiepen.

Een onderafdeling van de humaniora, medische geschiedenis, beweert reeds jaren over zichzelf dat ze onmisbaar is voor de medische praktijk. Maar er is niet één medisch specialisme dat als opleidingseis een redelijke kennis van de geschiedenis van het vak nodig vindt. En terecht, want een grondige kennis van de moeizame acceptatie van bacteriën als ziekteverwekkers in de negentiende eeuw helpt de dokter niet bij een gesprek over de huidige vaccinatieproblemen. Ingeborg Bachmann zei: de geschiedenis geeft wel les, maar er zijn geen leerlingen.

Voor ons, als ik even ‘ons’ mag zeggen, is de gedachte onverdraaglijk dat onze kleinkinderen niet zouden weten dat Bach niet alleen maar Duits is voor beek, dat Abbey Road meer is dan een straat, dat Willem van Oranje niet omkwam in de slag bij Waterloo, dat Pericles geen Italiaans bandenmerk is (ze dacht aan Pirelli, denk ik). Ik zag laatst een tv-quiz met als lastige vraag: wie was de discipel die Jezus verried? Ja, je moet er maar op kunnen komen.

Ze bieden geestelijke helderheid, die op zich vreugdevol is

Ik geloof niet dat de humaniora nuttig zijn in wat voor opzicht dan ook. Hoewel, er zijn natuurlijk vele duizenden mensen die hun brood verdienen met schrijven, musiceren, filosoferen, schilderen, doceren, filmen, componeren et cetera. En nog eens duizenden die daaromheen hangen om te zorgen dat het in benaderbare vorm bij de consument terechtkomt. Maar hetzelfde geldt voor groenteteelt of zonnepaneleninstallatiebedrijven. 

De humaniora bieden iets anders dan een maaltijd of een lagere elektriciteitsrekening. Ze bieden een vorm van kennis, geestelijke helderheid, die op zich lonend is en vreugdevol, maar die verder nergens toe leidt. Ze geven humor en troost. Ze helpen ons geestelijk redelijk overeind te blijven als we ons na een goede maaltijd in een goedkoop verwarmd huis oog in oog vinden met een woest en ledig heelal, waar we kort naar mogen kijken om vervolgens zeer grondig van het toneel te worden verwijderd. En de humaniora helpen daartegen? Nee, daar helpt niks tegen, maar dat met een lach en heel veel tranen onder ogen zien, dat scheelt een hoop.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden