null Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

De huldiging van Feyenoord, ik heb er geen moment van gemist

Sylvain Ephimenco

Er waren afgelopen weekeinde bijna zoveel manieren om naar voetbal te kijken en erover te oordelen, als er mensen zijn in een land. Het kon bijvoorbeeld hoofdschuddend en misprijzend, toen pluimen van zwarte rook het stadion van FC Groningen vulden. Vier of vijf rookbommen vraten de grasmat van het voetbalveld op en rookwalmen vergiftigden het publiek. Een gemaskerde Groningse hooligan in het zwart rende het veld op. Een brok haat op snelle benen. In zijn handen een eigengemaakt spandoek, ook zwart met vette witte letters: ‘Kanker bestuur – Rot op!’ De wedstrijd tegen Ajax werd na negen minuten gestaakt.

Of het kon door in dagblad De Limburger naar de cartoon van Ruben L. Oppenheimer te staren. Twee handen houden een besmeurde kampioensschaal vast die druipt van bloed en smurrie. Erop zien we vechtende hooligans die tegen agenten tekeergaan. Ook een Ajax-speler die door een aansteker op zijn achterhoofd wordt geraakt en verder in zwarte letters midden in de schaal, naast een davidster het woord ‘Joden’. Op sociale media werd de tekenaar vanwege zijn inktzwarte visie door voetballiefhebbers niet gespaard.

Maar afgelopen weekeinde had ik geen zin om mijn hoofd misprijzend te schudden, met een grimas van weerzin op mijn gezicht. Bij een vorige inhuldiging van Feyenoord in april 1999 stond ik op de Coolsingel. Ik schreef toen een horrorcolumn die goed bij de tekening van Oppenheimer had gepast. Maar nu even niet meer. Ik bevind me op het ogenblik ver van mijn adoptiestad en kan alleen jaloers kijken naar de beelden op tv. Rotterdam is net als een gloeiend vuur: als je te dichtbij bent, kun je verbrand raken, door bijvoorbeeld een bom die het raam van de buren verbrijzelt. Maar te ver ervandaan, op het moment dat de kampioenschaal wordt geheven, krijg je het ijskoud.

Op geluk valt niets af te dingen

Ik ben het duistere pessimisme voorbij en voed me liever met andermans extase en blijheid. Op geluk, ook al lijkt de bron ervan futiel, valt niets af te dingen. Zeker wanneer mensenmassa’s voorspoed en heil broederlijk delen. Niet zo lang geleden zaten we somber en hopeloos opgesloten. Op minder dan drie meter naast een medemens gaan staan, leek toen bijna een misdaad. De hel met zijn potentiële besmetting, dat waren zeker de anderen. En toen het isolement eindelijk werd opgeheven en de lockdown niet meer dan een idioom in een vreemde taal leek, ontdekten we een land dat door tal van crisissen werd geplaagd.

Maar al op 27 april zag ik mijn adoptiestad, waar ik als 17-jarige een eerste voet zette, glunderen en hossen als nooit tevoren. De joie de vivre was terug en het herrijzen werd door het bezoek van een oprecht verwonderde koning bekrachtigd. Nu is de koning van de Maasstad een jonge Nederturk van 22 jaar met Rotterdams hart. Orkun Kökçü is de naam. Wen maar alvast aan al die trema’s en cédille. En vergeef me ook dat ik nog nooit een stap in De Kuip heb gezet. Ook niet toen Frankrijk er in 2000 Europees kampioen werd. Maar in de ontlading en de extase deel ik graag mee.

Gisteren heb ik geen moment, geen beeld van de inhuldiging van kampioen Feyenoord gemist. Met in mijn oor wat flarden van gezang: ‘Hand in hand kameraden, geen woorden, maar daden’.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden