Column

De huidige spionnenoorlog geeft stof voor een thriller, maar geen ontspannende

Beeld Trouw

Nu er tussen Rusland en het Westen een hevige spionnenoorlog is uitgebarsten, gaan mijn gedachten terug naar mijn eigen geheime agent: Vaclav Jelinek, alias Erwin van Haarlem. 

Jarenlang had ik me met hem beziggehouden, en opeens had ik hem aan de telefoon. Het was oktober 2006, vlak voordat mijn boek ‘Vals weerzien’ zou verschijnen, gebaseerd op zijn geschiedenis. Zou hij bereid zijn tot een interview? “U kent mijn voorwaarde”, zei hij. “Duizend euro.” Betalen was uitgesloten, en ik probeerde hem aan de praat te houden tot me iets te binnen zou schieten om hem over te halen. Wilde hij niet horen hoe het de vrouw was vergaan die hij had laten geloven dat hij haar zoon was? Daar kon ik hem alles over vertellen. “Dat interesseert me in het geheel niet”, zei hij en verbrak de verbinding.

Jelinek was een Tsjechische spion, die zich had voorgedaan als het kind dat de Nederlandse Johanna van Haarlem in de chaotische laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog had moeten achterlaten in een tehuis in het noorden van Tsjechië - een lang verhaal, te complex om hier nu uit de doeken te doen. Het gaat erom dat de spion dankzij de gestolen identiteit van dat kind, Erwin geheten, een bestaan in Londen had weten op te bouwen. Een ‘hereniging’ met de moeder van de echte Erwin behoorde tot zijn dekmantel, en hij hield contact met Johanna tot de Britse contra-spionage hem ontmaskerde. Als spion had hij geprobeerd militaire geheimen te vergaren en was hij geïnfiltreerd bij Britse activisten die zich inzetten voor vervolgde Joden in de Sovjet-Unie. Na een gevangenisstraf in Groot-Brittannië was hij teruggekeerd naar Praag, waar het communisme inmiddels ter ziele was. Een harde man. Nooit sprak ik iemand die killer klonk dan hij.

Bestaat er een cynischer wereld dan die van de spionage? Ik betwijfel het, en toch blijft er iets van romantiek aan kleven, al is het een duistere romantiek; die van verraad, gevaar, tragedie. Soms ook humor, zoals toen de Nederlandse BVD een eigen maoïstische partij runde, die door Peking uiterst serieus werd genomen en zelfs van subsidie voorzien. Maar in het algemeen valt er weinig te lachen in het schimmenrijk van de kwade bedoelingen. Ik heb nog wat boeken staan van het genre ‘spionage door de eeuwen heen’ en wat ik me er vooral van herinner is dat zoveel netwerken werden ontmaskerd. Dat eindigde dan vooral in de Sovjet-Unie altijd met de executie van informanten en dubbelagenten - zonder proces, geen haan die er naar kraaide.

Wat we nu beleven, het vergiftigen van Russische ex-spionnen op vreemd grondgebied, gaat nog verder. Spionage tart per definitie het plaatselijk gezag, maar met deze liquidatiepoging klinkt het uitlachen wel heel brutaal. Ernstiger nog is het middel dat wordt ingezet: bij Sergej Skripal en zijn dochter gaat het om een zenuwgas dat de Russen nooit hebben aangemeld bij de OPCW, de organisatie die toeziet op het verbod van chemische wapens. Als ze bereid zijn dit in te zetten tegen een overloper, tegen wie dan nog meer? Stof voor een thriller, maar geen ontspannende.

Het Westen zet Russische diplomaten uit om de inlichtingendiensten tegen te werken, zegt ze. Daar zit wat in, zegt expert Mark Galeotti.

Lees hier meer columns van Stevo Akkerman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden