Column

De historische canon van Nederland is een vicieuze cirkel

Ger Groot nieuwe foto Beeld Trouw

Nog geen vijftien jaar nadat hij werd ingevoerd staat de canon van de Nederlandse geschiedenis alweer ter discussie. Daarmee begint hij zo langzaamaan zijn eigen geschiedenis te krijgen, even turbulent als wispelturig. 

Vreemd is dat niet en nieuw al evenmin: nadenken óver de geschiedenis gaat onvermijdelijk samen met het schrijven ván die geschiedenis.

Want wie praat over het verleden heeft het allereerst over het heden. Niet alleen omdat we alleen kunnen weten wie we nu zijn wanneer we weten hoe we zo gewórden zijn. Maar ook omdat wat wij over het verleden willen horen in de eerste plaats beantwoordt aan de nieuwsgierigheid, de belangen én de vooroordelen van nú. Geschiedschrijving loopt constant het risico de echoput te worden van ons eigen gekrakeel, dat we graag terughoren in de geluiden van eeuwen her – liefst in dezelfde toonaard als de onze.

Net als alle menswetenschappen dreigt voor de historie dus het gevaar van een vicieuze cirkel. Ze is niet langer een venster op tijden waarin de dingen anders waren, maar op een teruggeprojecteerd heden dat daarmee de eeuwigheidswaarde van ‘de’ Nederlandse natie

Wie kijkt naar de canon van 2006 ziet dat meteen terug. Het thema ‘emancipatie’ is gekoppeld aan de vrouwenkwestie, ook toen al de prima donna onder de sociale vraagstukken. Van de veel belangrijker arbeidersemancipatie werd hoogstens de strijd tegen de kinderarbeid opgenomen. De katholieke emancipatie (waar het woord tenslotte vandaan kwam) schittert door afwezigheid, net als de eeuwenlange onderdrukking van dit grootste deel van de Nederlandse bevolking.

Ook in 2006 figureerde de slavernij prominent in de canon, en ook toen werd al gedaan dat dat iets nieuws was. Uit mijn eigen lagere-schooltijd (midden jaren ’60) herinner ik mij iets heel anders – maar ook de verzwijgingsmythe maakt inmiddels deel uit van het discours over de nationale schande.

Schaduwkanten

Wat wèl verzwegen of op zijn minst sterk onderbelicht bleef was de manier waarop niet alleen buiten Europa maar ook daarbinnen de koloniale geest menigeen tot tweederangsburger maakte, of zelfs dát niet. De zuidelijke provincies werden eeuwenlang bestuurd als een kolonie: Limburg heeft er zelfs vandaag de dag nog zijn ‘gouverneur’ aan over gehouden. Voor kritische kanttekeningen bij het democratische karakter van de Republiek en het vroege Koninkrijk hoef je niet naar overzeese gebieden.

Díe schaduwkanten van de Nederlandse geschiedenis waren in 2006 al net zo weinig sexy als ze nu zijn: een wrange getuigenis de verachting van alles wat Rooms en zuidelijk was in onze deugdzame Republiek, tot op de huidige dag. Liever wenden wij ons tot het feelgood-sentiment van de strijd tegen de slavernij, waar we allemaal mee instemmen en die comfortabel ver van ons bed ligt. Hetzelfde geldt voor de arbeidersstrijd, die danig aan glans heeft ingeboet sinds de Muur viel en zelfs linkse partijen zich ‘liberaal’ zijn gaan noemen.

De canon van 2006 getuigde in dat opzicht van héél traditionele geschiedschrijving. Niet omdat vooral de grootsheid van ‘de Nederlandse stam’ erin werd opgehemeld, zoals progressieve stemmen willen. Maar omdat hij kritiekloos gehoor gaf aan de voorkeuren van precies diezelfde progressieve stemmen. Afgaande op de wensenlijstjes voor een alweer nieuwe canon die deze krant afdrukte is dat nu niet anders. De Afsluitdijk en het Nederlandse muziekleven, inclusief onze succesvolle dj’s komen de gouwe ouwe van nóg meer kolonialisme en slavernijverleden gezelschap houden.

Bevreemdende werkelijkheid

Ironisch genoeg lijken al die canonvernieuwers zich voor uitgesproken ‘kritisch’ te houden wanneer zij hun eigen besognes projecteren op het verleden. Ik zou liever pleiten voor een échte kritische canon: één die de andersheid van het verleden ten volle serieus neemt en enig ongemak zaait over de knusheid van onze oordelen van vandaag.

Bijvoorbeeld door het thema van ‘De grachtengordel’ níet af te schaffen, maar tegen de tijdgeest in te laten zien dat we die níet aan een slavernijverleden of zelfs het kolonialisme te danken hadden. De Amsterdamse rijkdom steunde op de zeer onspectaculaire handel op de Oostzee: bulkgoederen als hout, graan en huiden. Dat oogt lang niet zo exotisch als oosterse specerijen of debatopzwepend als de slavenhandel, maar het is wèl het verleden. Om de, soms bevreemdende, werkelijkheid daarvan moet het in een kritische geschiedschrijving tenslotte gaan.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. U kunt zijn columns hier vinden.

Lees ook: 

De Canon van Nederland. Wie moet er in, en wie moet er uit?

De twaalf jaar oude Canon van Nederland is toe aan een herziening, zei de Tweede Kamer deze week. Trouw neemt een voorschot en vraagt om een openingsbod. Wie of wat mag er in, en wie of wat moet daar voor wijken?

'De geschiedenis is een discussie zonder einde'

De Canon van Nederland is ‘het verhaal van het land dat wij gezamenlijk bewonen’, schreef de commissie die het pakket van vijftig historische personen, gebeurtenissen of fenomenen in 2006 presenteerde. Maar volgens de voorzitter van die commissie is het niet zo dat de canon nooit meer aangepast mag worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden