Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De hamburgercultuur van het quasi-Engels is géén intellectuele verrijking

Home

Ger Groot

Columnist Ger Groot. © Trouw

Honderdtwintig studenten volgden de afgelopen weken een zomercursus Nederlands als Vreemde Taal in Gent. Ze kwamen overal vandaan: van Argentinië tot Rusland en India.

Rare vogels met een vreemde hobby? Eerder het topje van een ijsberg. Wereldwijd vormen ze nog niet één procent van de studenten die zich op universitair niveau in het Nederlands verdiepen. Dat zijn er naar schatting zo’n vijftienduizend.

Lees verder na de advertentie
In het ‘chauvinistische’ Frankrijk wordt meer Nederlands gestudeerd dan Frans in ons eigen land

Daar steken de driehonderd eerstejaarsstudenten die in 2015 in eigen land kozen voor het hoofdvak Nederlands schamel bij af. Met de studie van vreemde talen is het al niet beter. Voor het hele cluster ‘taal en cultuur’ komen de Nederlandse universiteiten nog niet tot zo’n 30.000 studenten – en daar zitten dan ook de historici, muziekwetenschappers, filosofen, journalisten, archeologen en theologen bij. Nog afgezien van de clusterstudies waarin studenten net genoeg taalonderwijs krijgen om even aan het Duits, Frans of Spaans geroken te hebben.

Echte talenstudenten in Nederland zijn er waarschijnlijk niet méér dan studenten Nederlands wereldwijd. Al geruime tijd wordt in het ‘chauvinistische’ Frankrijk meer Nederlands gestudeerd dan Frans in ons eigen land. Voor Duitsland geldt hetzelfde. ‘Dan spreken ze maar Engels,’ zo klinkt het in Nederland steevast. Je vraagt je af wat er over is van de vaderlandse handelsgeest die zich realiseerde dat de klant koning is, want Duitsland is nog altijd onze belangrijkste handelspartner.

Nauwelijks studentenanimo

Wat is er gebeurd met Nederland, waar een generatie geleden bijna iedereen met middelbare school nog wel een páár woordjes Duits en Frans sprak? Inmiddels stoot je daarmee zelfs bij universiteitstudenten op wazige, zo niet minachtende blikken. Wat is er gebeurd met Nederland dat aan zijn instellingen voor hoger onderwijs zijn eigen taal in de uitverkoop doet – terwijl diezelfde taal wereldwijd een bloeiende belangstelling geniet? Ook in dit land loopt het storm bij de opleiding ‘Nederlands als Tweede Taal’, zo wist deze krant vorig jaar te melden. Maar aan de universiteiten is er voor diezelfde taal geen plaats en nauwelijks nog studentenanimo.

‘Hoe meer talen je beheerst, hoe gemakkelijker je een job kan vinden in Polen,’ zo motiveert de Poolse Marta in Gent haar keuze voor het Nederlands. In Italië spreken maar weinig mensen die taal, zegt Virginia La Placa uit Padua in De Gentenaar/Het Nieuwsblad, maar juist daarom denkt ze dat haar kennis daarvan een extra pluspunt is. De Indonesische Tomi Trianggara denkt in Jakarta zelf les te gaan geven in het Nederlands.

Ze houden Nederlandse studenten een ongemakkelijke spiegel voor. Minachting voor de taal is minachting voor een open blik op de wereld en haar ongelooflijke diversiteit. En wanneer het de eigen taal betreft, is ze minachting voor de cultuur en erfenis die iemand gemaakt heeft tot wat hij is. Er is aan de Nederlandse universiteiten een vreemde hoogmoed ontstaan, die zichzelf ongelooflijk kosmopolitisch acht, maar feitelijk getuigt van een pijnlijk provincialisme.

De reductie van álle talen tot één taal vermaalt deze in feite tot de snelle hap van een overal ter wereld identiek smakende fast-food

Zouteloze niet-plek

De hamburgercultuur van het kwasi-Engels waarin elke plek op aarde een zouteloze niet-plek wordt is géén intellectuele verrijking maar een symptoom van geestelijke bekrompenheid. Facebook en Instagram scheppen de illusie van een werelds en wereldwijd bestaan, dat geen fysieke confrontatie met een andere samenleving meer nodig denkt te hebben. De reductie van álle talen tot één taal lijkt toegang te geven tot iedere cultuur – maar vermaalt deze in feite tot de snelle hap van een overal ter wereld identiek smakende fast-food. De flauwe belangstelling onder Nederlandse studenten voor het Erasmus-uitwisselingsprogramma is een symptoom van de knusse genoegzaamheid die zich in het universitaire milieu heeft gevestigd.

Hulde daarom aan de 120 studenten in Gent die het met hun studie Nederlands aandurfden een andere, eigen en originele weg in te slaan. En hulde aan die ruim vijftienduizend anderen die dat over de hele aardbol deden. Want taal vertelt je niet alleen wie je zelf bent, maar ook wie de ander is – en pas wie zich daarin waagt te verdiepen wordt wereldwijs. Daar steekt alle universitaire en politieke peptalk over ‘internationalisering’ armelijk bij af. 



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
In het ‘chauvinistische’ Frankrijk wordt meer Nederlands gestudeerd dan Frans in ons eigen land

De reductie van álle talen tot één taal vermaalt deze in feite tot de snelle hap van een overal ter wereld identiek smakende fast-food