Opinie Grondwet

De Grondwet kan prima verbindend werken

Onbekend en vaak ongenoemd kan de Grondwet toch prima verbindend werken, bijvoorbeeld in het overleg met boeren, schrijven Ben Keizers, voorzitter van de Stichting Grondwetscampagne 2023 en Bas de Gaay Fortman, oud-senator en medeauteur van de Grondwetwijzer. 

Op de vraag bij opinieonderzoek of de Grondwet belangrijk is, antwoorden veruit de meeste ­Nederlanders bevestigend. En kennen ze die dan? Nee, zeggen bijna allen. Een duidelijke lacune, zou je zeggen, maar kennelijk wordt dat niet zo gevoeld. Dat bijvoorbeeld bij een groot probleem zoals de klimaatcrisis het woord ‘Grondwet’ niet valt, laat zien dat die, hoewel belangrijk, toch ­irrelevant wordt gevonden. Juist in een tijd waarin verbinding tussen mensen met verschillende belangen, standpunten en verantwoordelijkheden ver te zoeken is, ligt hier een grote uitdaging. Het is immers de Grondwet die discussies kan optillen tot een niveau van ­gezamenlijkheid.

Wat vandaag knelt, is gebrek aan vertrouwen. Vertrouwen dat wetgeving, beleid en uitvoering in handen liggen van Kamerleden en bewindslieden die zich daadwerkelijk verantwoordelijk voelen voor ‘het gehele Nederlandse volk’, zoals de Grondwet voorschrijft (artikel 50). 

Gevolg is dat bestuurders het algemeen belang moeten behartigen op basis van een gezag dat wordt betwist, zo niet ontkend. Daarom is de pressie op het bestuur gericht op ­onmiddellijk resultaat. Daarbij wordt dreiging met verstoring van het openbaar leven niet geschuwd. In directe ­acties zoals die van de boeren ontbreekt verbinding met vertegenwoordigers die samen met andere belangen­behartigers en de verantwoordelijke ­bestuurders aan haalbare compromissen kunnen werken. Het gevolg is dat bestuurders steeds opnieuw naar verbinding moeten zoeken. Via wie? Ook dat is vaak onduidelijk en kan bovendien van dag tot dag veranderen.

Burgerschap is een nieuw toverwoord

Een gevaarlijke tijd dus, want waarop kunnen bestuurders en burgers ­elkaar nog aanspreken? ‘Burgerschap’ is een nieuw toverwoord. Maar wat houdt dat in? Je richten op eendracht, publiek plichtsbesef, vrede en welwillendheid, zei Erasmus meer dan vijfhonderd jaar geleden. Dat is vandaag harder nodig dan ooit, maar intussen is Nederland een natiestaat geworden waarin het ­gezag berust op georganiseerd vertrouwen. Zo is burgerschap nu verbonden met parlementaire democratie en rechtsstaat. Wat dit in hoofdlijnen meebrengt, is vastgelegd in de Grondwet. Daarin liggen de waarden en normen vast die gelden voor ‘Allen die zich in Nederland bevinden’, zoals het in het openingsartikel luidt.

Valt dan verbinding te zoeken in een document dat in dit land totaal onbekend is? Inderdaad, alleen niet als een soort nationale cursus, maar verbonden met de grote problemen die voor verdeeldheid en verwarring zorgen. Grondwetregels kun je zien als pilaren van verbinding. 

Neem die kolossale uitdagingen van een zowel effectief als eerlijk klimaatbeleid. ‘De zorg van de overheid is gericht op de bescherming en verbetering van het milieu’, verklaart de Grondwet (artikel 21b). Is­milieuverslechtering dan zonder meer ongrondwettig? Nee, want er gelden ook nog andere verplichtingen van overheidszorg, zoals bestaanszekerheid waar de boeren om vragen (20) en ‘voldoende werkgelegenheid’ waarop de bouwers zich beroepen (19). Bovendien staat bij al wat ingrijpt in inkomen en vermogen van mensen de zorg voor ‘spreiding van welvaart’ (ook 20) op de publieke agenda. Met de verplichting tot gelijke behandeling van allen en het discriminatieverbod (1) zijn dat al vijf pilaren onder het overleg over een ­effectieve en eerlijke klimaatagenda.

‘Aan Grondwettelijk vastgelegde normen kan niet worden getornd’, zei de regering in de Troonrede van 2016. Regels dus, die bestuurders en burgers samen serieus moeten nemen. Maar zie ze bovenal als pilaren van verbinding bij het zoeken naar noodzakelijke besluitvorming in een tijd waarin tegenstellingen het beeld bepalen.

Lees ook:

Mensenrechtencollege neemt TU Eindhoven onder de loep

Toen de TU Eindhoven dit jaar bekendmaakte dat de universiteit anderhalf jaar lang alleen nog maar vrouwen zou aannemen, sprak de onderwijsinstelling zelf op Twitter over ‘positieve discriminatie’ die ‘niet in strijd is met de wet’.

Ga Artikel 1 niet veranderen, maar vieren

Aanvulling van Artikel 1, zoals het COC bepleit, is nergens voor nodig. Het artikel verbiedt immers al discriminatie ‘op welke grond dan ook’, stelt Bas de Gaay Fortman.   

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden