ColumnRob Schouten

De god der columnisten heeft bevolen het woord stikstof minstens één keer te laten vallen

Ergens in het zuiden van België, om precies te zijn vanaf het stadje Couvin onder Charleroi richting het Franse Reims, hebben ze onlangs een stuk snelweg geopend dat mij zeker twee à drie minuten eerder bij mijn Franse huisje brengt. Het is een prachtig stuk weg geworden, zeker gezien de in het algemeen belabberde staat van het Belgische wegennet. Hij plooit zich als het ware door het beboste heuvellandschap en omdat hij nog vrijwel maagdelijk is, onontdekt door vrachtwagens en wegpiraten, waan je je ook nog eens in een autoreclame, waarin jij als enige het asfalt mag betreden.

Maar het opmerkelijke is dat ik mij nu schuldig ben gaan voelen ten aanzien van de oude route, die door kleine dorpjes voerde en met S-bochten door een stukje Ardens woud kronkelde.

Ik mis de twee ooievaarsnesten ­onderweg, die opmerkelijke afslag naar het plaatsje Bruly de Peche waar Hitler in 1940 nog zijn hoofdkwartier had terwijl aan de overkant een bordje naar de schuilplaats der Maquis wijst, ik mis het kruisje in de berm, met de naam Patrick erop, die hier in 2007 uit de bocht is gevlogen, het lieve verlaten ­douanehuisje waar ze twee malle poppen in hebben gezet, zelfs de stankbel van de vuilverbranding die bij ongunstige wind het leven in het dorpje Eteigneres vergalt, ontbeer ik.

Het is kortom sterk de vraag of ik die snelweg wel blijf gebruiken die mij direct op de Route Nationale uitspuugt in plaats van me langs allerlei onaanzienlijks te leiden. Twee of drie minuten, het is ook niet veel, mompel ik in mijzelf.

Dit alles, het zullen de vallende bladeren wel zijn, de rood-gele bossen, doet me denken aan Huizinga’s ‘Herfsttij der Middeleeuwen’, dat begint met de zin ‘Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu’.

Levensgevallen, dus ook de ooievaars, vuilverbranders en hardrijders. En ik verbeeld me dat de nieuwe snelweg de elegante Bourgondische hofcultuur is, en de route door het bos het gewone, aardse leven van de boeren en werklui.

Huizinga zelf werd indertijd gegispt omdat hij het niet zakelijk genoeg aanpakte, hij was een man van de grote, losse greep in de geschiedkundige feiten en hij schreef in de ogen van veel collega-historici veel te kleurrijk, hij volgde kortom eerder het kronkelpad dan de snelweg. Het was romantiek tegen vooruitgang, omweg versus economie, decadentie contra aardsheid en zo voelt de strijd in mijn borst ook.

Ergens vind ik het jammer dat die prachtige snelweg er is gekomen die mij met zijn belofte van efficiency en elegantie van mijn knullige dorpjes en snelheidsbeperkingen berooft, en na een paar keer aan het nieuwe maagdelijke te hebben gesnoven denk ik dat ik weer terugkeer naar het oude en beproefde.

Behoudzucht versus vooruitgang. En omdat de god der columnisten ons bevolen heeft in elke column het woord stikstof minstens één keer te laten vallen, wil ik ook nog wel zeggen dat ik de stikstof van de snelweg weer heb ingeruild voor die der koeien.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden